Phoebus Update

Het was een raar jaar.

Iets dergelijks moet ook Cornelis Ketel gedacht hebben toen hij in 1602 een groot tafereel schilderde op de gevel van zijn Amsterdamse huis. 1601 was hard geweest. Een zware epidemie had de stad getroffen, met talloze doden tot gevolg. En dus schilderde Ketel op zijn woonst de antieke filosofen Democritus en Heraclitus. Tussen hen in: een wereldbol. De clou: je kunt om de dwaasheid en ellende van de wereld huilen, zoals de melancholische Heraclitus. Of je kunt erom lachen, net als de vrolijke Democritus.

 

Ketels tafereel moet een huzarenstukje zijn geweest. De kunstenaar gebruikte naar verluidt geen penseel. Nee, hij schilderde de lachende en de wenende filosoof doodleuk met zijn rechtervoet. Nu had Ketel wel ervaring met het onderwerp: daarvan maakte hij in de loop der jaren diverse varianten. Daarbij zou de lachende Democritus regelmatig een zelfportret zijn geweest. Want, zo wist ook Erasmus al, enkel dwazen huilen om de toestand van de wereld. De wijze, die ziet de dwaasheid, en hij lacht.

 

Of ook de ondeugend blozende Democritus op het schilderij uit de collectie van The Phoebus Foundation een zelfportret is, is niet duidelijk. Maar de opties zijn onveranderd. Na een raar jaar kun je huilen, of je kunt lachen. Laat mij jou, beste lezer, in deze bizarre kerstdagen daarom met Cornelis Ketel een gepaste zin voor humor toewensen, geestkracht, doorzetting en (zelf)relativering. Net als in 1601 zal de wereld uiteindelijk verder draaien. Dat 2021 weer redenen mag brengen om écht te lachen, van blijdschap en geluk, in goede gezondheid, en dito gezelschap. En dat in het nieuwe jaar weer alles mag wat in ‘20 plots verboden was.

 

Van harte,

Dr. Katharina Van Cauteren

Stafchef van de Kanselarij van The Phoebus Foundation

Cornelis Ketel

Heraclitus en Democritus, ca. 1600

Terug naar overzicht