De restauratie van een laat vijftiende eeuws paneeltje
In de collectie bevindt zich een laat-vijftiende-eeuws paneel met daarop een biddende man, geflankeerd door een heilige bisschop. Het kleine schilderij meet slechts 26,6 bij 19,5 centimeter en werd recent in het atelier van The Phoebus Foundation gerestaureerd door Sven Van Dorst.
Het werk is opmerkelijk vanwege zijn kwaliteit en relatief ‘oorspronkelijke’ staat. Zo is de originele, integrale lijst nog aanwezig en heeft ook de marmering op de achterzijde van het paneel de tand des tijds doorstaan.
Tijdens de restauratie werd het schilderij gestabiliseerd en werden storende latere interventies verwijderd, waardoor we het werk opnieuw ten volle kunnen appreciëren. Het onderzoek bracht bovendien nieuwe inzichten aan het licht over de oorspronkelijke context waarvoor het werk werd gemaakt.


Paneel en lijst vormen één geheel, wat gebruikelijk is voor dit type werk uit de 15de eeuw. Het eikenhouten paneel past in een gleuf in het lijstprofiel. Na de constructie werd het geheel bedekt met een bleke grondlaag op basis van krijt en collageenlijm, waarna eerst de lijst werd verguld en vervolgens de centrale scène werd geschilderd.
Voor de behandeling vormde dit een bijkomende uitdaging, omdat er een grote verticale barst door het paneel liep, dwars door het gezicht van de bisschop. Toch slaagde specialist Sara Mateu erin de breuk te stabiliseren en opnieuw aan elkaar te lijmen zonder de lijst los te maken.
Naast de structurele problemen was het schilderij ook bedekt met meerdere lagen verkleurde vernis. Onder ultraviolet licht vertoonden deze een groene fluorescentie, kenmerkend voor natuurlijke harsen. De vernislagen gaven het schilderij een gelige, donkere aanblik en maakten vooral de subtiele modellering van de figuren moeilijk leesbaar.
Na uitvoerige tests konden de vernislagen gecontroleerd worden verwijderd. Onder de eerste laag bleven nog resten van oude vernis en vuil achter, die tijdens een tweede, meer gerichte reiniging grotendeels konden worden weggenomen. Hierdoor kwamen de oorspronkelijke kleuren en de verfijnde modellering van de verflaag opnieuw tot hun recht.

Een belangrijk deel van de restauratie concentreerde zich echter op de lijst. In de negentiende eeuw was het uiterlijk daarvan ingrijpend veranderd. Aan de voorzijde was over de oorspronkelijke afwerking een dikke nieuwe grondering aangebracht, die vervolgens werd verguld. Hierdoor was het fijnere oorspronkelijke profiel grotendeels dichtgesmeerd en had de lijst een veel zwaarder uitzicht gekregen. De zijkanten waren bedekt met gele en okerkleurige overschilderingen. Ten slotte was het volledige object in een grotere, rijk versierde vergulde lijst geplaatst.
Om na te gaan wat onder deze latere afwerking bewaard was gebleven, werden kleine proefvensters gemaakt. Het resultaat was veelbelovend: onder de negentiende-eeuwse grondering en vergulding bleken nog sporen van de oorspronkelijke afwerking en vergulding aanwezig te zijn. Na overleg met andere restauratoren werd daarom besloten de latere lagen voorzichtig te verwijderen.
Dat gebeurde stap voor stap. Eerst werd het moderne goud weggeschraapt. Met behulp van een gel kon vervolgens de dikke witte grondering tijdelijk worden verweekt. Daarna werd deze voorzichtig met een scalpel en houten gereedschap afgedund en verwijderd. Dit proces moest verschillende keren worden herhaald. Geleidelijk kwam het veel fijnere oorspronkelijke profiel van de lijst opnieuw tevoorschijn, samen met resten van de oude vergulding.
De zijkanten van de lijst leverden een vergelijkbaar resultaat op. Onder twee lagen gele verf bleek een oudere, donkere afwerking nog verrassend goed bewaard te zijn. De latere overschilderingen konden gecontroleerd worden verwijderd, waarna de kwetsbare oorspronkelijke verf werd geconsolideerd.

Ook de achterzijde van het paneeltje, met zijn decoratieve marmerimitatie in een donkere omlijsting, werd onder handen genomen. Het geheel was bedekt met vuillagen, historische labels en resten van blauw papier. Om de losse verfschilfers te kunnen consolideren, was het noodzakelijk de oude labels voorzichtig met behulp van compressen te verwijderen. Na het vastzetten van de schilfers werd ook de achterzijde gereinigd en kwam onder de vuillagen een rijk kleurenpalet tevoorschijn.
Na de structurele ingrepen en de reiniging kon de behandeling van het hele object worden afgerond. De barst in het paneel werd gevuld, storende lacunes in de verflaag werden geïntegreerd en het geheel kreeg een egaliserende vernislaag. Op de beschilderde achterzijde werd bewust geen nieuwe vernislaag aangebracht, omdat resten van de oude vernis de verflaag nog voldoende verzadigden.
Ook de lijst werd terughoudend geretoucheerd. Het doel was niet om ze er opnieuw als nieuw te laten uitzien, maar om de bewaarde vijftiende-eeuwse afwerking opnieuw leesbaar te maken. Het geheel werd ten slotte afgewerkt met een beschermende waslaag.


De restauratie leverde ten slotte ook belangrijke aanwijzingen op over de oorspronkelijke functie van het paneeltje. De biddende man en zijn patroonheilige kijken nadrukkelijk naar iets buiten het beeldvlak. In de oorspronkelijke lijst bevinden zich bovendien kleine gaten die erop wijzen dat er ooit scharnieren en een sluiting aanwezig waren. Het paneel stond dus oorspronkelijk niet op zichzelf, maar maakte deel uit van een groter devotiestuk.
Een zoektocht in beeldbanken leidde vervolgens naar een opvallend verwant schilderij in Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam: een klein paneel met Maria met Kind in een landschap. De geschilderde oppervlakken van beide werken zijn vrijwel even groot en vooral het heuvelachtige landschap achter de figuren vertoont opvallende overeenkomsten.
In 2023 konden de twee schilderijen voor het eerst in minstens anderhalve eeuw naast elkaar worden onderzocht. Daaruit bleek dat de twee panelen waarschijnlijk deel uitmaakten van een devotietriptiek, bestaande uit drie panelen van dezelfde grootte. Maria met Kind zou het centrale paneel hebben gevormd, met links de mannelijke schenker en zijn patroonheilige en rechts mogelijk een inmiddels verloren gegaan paneel met een vrouwelijke schenker. De drie panelen konden over elkaar worden gevouwen tot een compact devotieobject, ongeveer ter grootte van een boek.
Het onderzoek naar de hereniging van de Antwerpse en Rotterdamse panelen werd recent gepubliceerd in The Burlington Magazine (juli 2026), onder de titel The Reunion of a Donor and His Icon.