‘Het komt allemaal goed’ in de Keizerskapel
Wie een tentoonstelling bezoekt, ziet vooral het eindresultaat: kunstwerken in een zorgvuldig uitgekiende setting, klaar om te raken, te verrassen of tot nadenken aan te zetten. Maar achter die ogenschijnlijke vanzelfsprekendheid gaat een intens proces schuil, waar een hele ploeg maandenlang aan werkt. Voor Het komt allemaal goed in de Keizerskapel ontstond het eerste idee bij schrijver-zanger Rick de Leeuw en Executive Director dr. Katharina Van Cauteren. In de maanden die volgden, werkten zij samen met een divers team van projectcoördinatoren, scenografen, art handlers en tentoonstellingsbouwers aan de realisatie van de tentoonstelling.
Een ingeving op kantoor op een doordeweekse dag over een geschikte locatie leidt onverwacht tot een zondags bezoek aan Jean-Pierre De Bruyn, de eigenaar van de Keizerskapel. Het idee voor de tentoonstelling Het komt allemaal goed spreekt hem meteen aan. Nog geen week later schuift scenograaf Lee Preedy mee aan tafel. Haar ervaring met scenografie in sacrale ruimtes blijkt van onschatbare waarde. Ze weet hoe ze de eeuwenoude context kan respecteren én tegelijk iets visueel prikkelends kan neerzetten. Met twaalf kunstwerken voor ogen – zorguldig uitgekozen door Rick de Leeuw – begint ze te schetsen. Alles draait om balans tussen ingetogenheid en impact.

Zodra het concept op punt staat, nemen de art handlers het over. In hun atelier bouwen ze elk onderdeel van de installatie met uiterste precisie. Van de houten basisstructuur tot de fine afwerking, alles krijgt aandacht. Wanneer alle elementen klaar zijn, vertrekt het transport richting Keizerskapel. Daar begint de opbouw met het leggen van een verhoogde vloer, het fundament van de hele scenografie. Deze vloer tilt de bezoeker letterlijk en figuurlijk boven het alledaagse uit. Zo begint de ruimte haar nieuwe verhaal te vertellen.


Met de vloer op z’n plek volgen de wanden, bekleed met warm roodfluweel. De diepe kleur zorgt voor een intieme sfeer die past bij de kapel. Her en der worden spiegels geïntegreerd, subtiel, maar doelgericht. Ze breken het perspectief en laten de ruimte groter lijken dan ze is. Sommige delen van de box laten je verder kijken, zodat je blik kan dwalen doorheen de ruimte. Die visuele openingen zorgen voor ritme en nieuwsgierigheid. De bezoeker wordt uitgenodigd om te ontdekken.



Wanneer de structuur staat als een huis, is het tijd voor de kunstwerken zelf. Eén voor één worden de twaalf werken voorzichtig opgehangen, telkens met aandacht voor licht, lijn en verhouding. De belichting wordt tot in de kleinste details afgestemd, zodat elk werk tot zijn recht komt. Tegelijkertijd worden beveiligingssystemen geplaatst en testen we de audioguides. Ook de introvideo krijgt een prominente plek in het begin van het parcours. De inkomruimte krijgt nog een laatste make-over, inclusief onthaalbalie en aangepaste wandbekleding.



En dan is het zover: de deuren kunnen openzwaaien voor het publiek.
