Restauratie- en conserveringsbehandeling van een ongetiteld werk (1948) van José Pedro Costigliolo
Schilderijenrestaurator Clémence Jacqmin, gespecialiseerd in moderne en hedendaagse schilderkunst, is als freelancer verbonden aan The Phoebus Foundation. Haar eerste opdracht betrof de conservatie en restauratie van een ongetiteld werk uit 1948 van de Uruguayaanse kunstenaar José Pedro Costigliolo (1902–1985).

Het schilderij is uitgevoerd in olieverf op unalit, een drager uit samengeperste houtvezels. Op het eerste gezicht verkeerde het werk in ogenschijnlijk goede staat. Bij nader onderzoek werden echter verschillende verstoringen zichtbaar in de monochrome verfvlakken. Oppervlakkige vervuiling, krassen en vlekken gaven het schilderij een grauwe aanblik, maar vooral oudere ingrepen bleken bepalend voor de esthetische onrust.

Naast algemene vervuiling, die zonder problemen kon worden verwijderd via natte reiniging met een zorgvuldig afgestemde waterige oplossing, kwamen complexere aantastingen aan het licht. Tijdens de reiniging werden pH-waarde en geleidbaarheid nauwkeurig gecontroleerd om zwelling van de relatief jonge olieverflaag te voorkomen. De slijtage en eerdere retouches vormden echter een aanzienlijk grotere uitdaging.



De slijtage manifesteert zich hoofdzakelijk als oppervlakkige wrijving waarbij de verflaag lokaal werd samengedrukt. Dit resulteert in een glanzender aspect dan in de ongerepte zones. De oorspronkelijke verf is nog aanwezig, maar als het ware “gecomprimeerd” en vooral zichtbaar in strijklicht.
De retouches en overschilderingen bevinden zich daarentegen rechtstreeks boven op de verflaag. Net als bij oude meesters werden zij aangebracht om lacunes of beschadigingen te camoufleren. In tegenstelling tot historische schilderijen is de verflaag hier echter te jong en te fragiel om oplosmiddelen toe te passen voor het verwijderen van deze overschilderingen. Deze eerdere ingreep is daardoor onomkeerbaar. Bovendien wijkt de kleur af en vertoont de overschildering een te matte glansgraad in vergelijking met het origineel, wat leidt tot een esthetisch onevenwicht.
Er tekenen zich aldus twee tegengestelde problemen af: zones met een te hoge glansgraad en zones die te mat ogen. De behandeling richt zich op een verfijnde aanpassing van de retoucheertechniek om het glansniveau lokaal subtiel te verlagen of te verhogen, een delicate en veeleisende ingreep.


Met gebruik van diverse retoucheermaterialen werd de behandeling afgestemd op de specifieke problematiek, met voortdurende aandacht voor volledige omkeerbaarheid in water. Zo werd vermeden dat opnieuw een onomkeerbare interventie zou ontstaan, terwijl tegelijk werd gestreefd naar een esthetisch evenwichtig resultaat.


Dit project illustreert de complexiteit van de moderne en hedendaagse retouchepraktijk, waarin niet alleen kleurcorrectie centraal staat, maar ook het precieze evenwicht tussen matheid en glans.


