Dr. Leen Kelchtermans

Een kind met een wit mutsje en een krans van twijgjes om het hoofd ligt met gesloten ogen op een opgerold weefsel op een rode ondergrond.1 Een zwart deken vervolledigt het bedje en contrasteert sterk met het witte laken dat er netjes over gevouwen is. Ook de achtergrond is donker. Het bleke gelaat en de sereniteit die het werkje uitstraalt, geven aan dat het om een doodsportret gaat. Dat wordt ook bevestigd door het opschrift op een trompe-l’oeil-papiertje in de rechterbovenhoek. Het lijkt met twee druppels rode was te zijn vastgemaakt op het paneel. Het opschrift identificeert het kindje als: ‘PIETER VAN DELEN IS OVERLEDEN A.D. 6 SEPT 1626. OVDT WAS ER 3. DAGEN’. Andere opschriften heeft het portret niet. Aanvankelijk werd het werk toegeschreven aan een anonieme meester uit de ‘Leidense school’.2 Wie was Pieter van Delen en wie portretteerde hem op zijn sterfbedje?

Dirck van Delen, Doodsportret van Pieter van Delen, 1626. Olieverf op paneel, 29,4 x 36,5 cm. Antwerpen, The Phoebus Foundation
Detail van het trompe-l’oeil-papiertje met opschrift op het Doodsportret van Pieter van Delen voor restauratie

Overschilderd opschrift

Na een grondige visuele analyse van het paneeltje valt op dat ‘3 DAGEN’ anders geschreven is dan de rest van het opschrift, waarvan de letters met scherpe contouren tussen twee lijntjes genoteerd zijn. Ook lijken er nog meer woorden te schemeren doorheen de bovenste verflagen. Met behulp van verschillende beeldanalysetechnieken werd getracht die weer zichtbaar te maken.3 Hoewel een infraroodopname (IR) en false colour-infraroodopname (IRFC) van het trompe-l’oeil-papiertje bevestigen dat er oorspronkelijk een andere tekst op aangebracht werd, laten die niet toe het originele opschrift te reconstrueren.4 Nadat de vernislaag en overschilderingen van het werk waren verwijderd lukte het wel de onderliggende tekst beter te visualiseren met behulp van infraroodfotografie (IR) en infraroodreflectografie (IRR) waarbij er opnames gemaakt werden op verschillende golflengtes van het infrarode spectrum (520-2200nm).5 Zo kon een reconstructie gemaakt worden van het oorspronkelijke opschrift van het doodsportret: ‘[P]iete[r] van Delen is o[verleden] 1626, den 26 sep o[u]d [z]ijnde 8 weken 3 dagen. By Dierck van Delen’.

Infraroodopname (IR) van het trompe-l’oeil-papiertje op het Doodsportret van Pieter van Delen
False colour-infraroodopname (IRFC) van het trompe-l’oeil-papiertjeop het Doodsportret van Pieter van Delen
Detail van het trompe-l’oeil-papiertje met opschrift op het Doodsportret van Pieter van Delen tijdens restauratie
Reconstructie van het onderliggende opschrift op het Doodsportret van Pieter van Delen

Dirck, vader van Pieter van Delen

Dit verbluffende resultaat werpt een heel nieuw licht op het doodsportretje. Allereerst droeg het oorspronkelijk een signatuur: het is geschilderd door de Zeeuwse schilder Dirck van Delen (Dirck Christiaensz. van Delen, 1605-1671).6 Hij werd geboren in Heusden bij ’s Hertogenbosch, maar vestigde zich vanaf 1625 in het Zeeuwse vissersdorp Arnemuiden. In de periode 1639-1665 registreerde hij zich in het Sint-Lukasgilde van het nabij gelegen Middelburg, al bleef hij in Arnemuiden wonen.

Plattegrond van Arnemuiden, in: Willem Jansz. Blaeu, Novum ac magnum theatrum urbium Belgicae liberae ac foederatae, Amsterdam, 1644-1655. Antwerpen, The Phoebus Foundation

Op 23 augustus 1625 ging Van Delen daar in ondertrouw met de bijna twintig jaar oudere Maria van der Gracht. Ze was de dochter van de toenmalige burgemeester. Op 21 september vond hun huwelijk plaats en zeven dagen later registreerde de schilder zich ook als lid van de Hervormde Kerk van Arnemuiden.7 In 1628 werd hij er officieel inwoner (poorter) en zou meermaals zelf het burgemeestersambt uitoefenen. Nadat Maria van der Gracht in 1650 overleed, trouwde Dirck van Delen nog twee keer. In 1651 huwde hij met de 33-jarige Catharina de Hane die een jaar later, mogelijk in het kraambed, stierf en in 1658 met de bijna 60-jarige weduwe Johanna van Baelen.8

Handtekening van Dirck van Delen als burgemeester van Arnemuiden in 1641-1642. Middelburg, Zeeuws Archief, Gemeente Arnemuiden 1431-1857, inv. 378

Dankzij de bewaarde doopregisters is bekend dat Dirck van Delen en Maria van der Gracht in 1626 effectief een zoon Pieter kregen. Hij werd gedoopt op 12 augustus.9 Bovendien is hij het enige kind met die naam die in dat jaar in Arnemuiden geboren werd. Zijn sterfdatum is niet terug te vinden in de parochieregisters omdat de zeventiende-eeuwse begrafenisregisters helaas niet zijn overgeleverd. Toch lijkt het er sterk op dat Pieter vóór 1671 overleed, want hij wordt niet genoemd als erfgenaam in de resoluties van het dorpsbestuur waarin in september van dat jaar heel wat inkt vloeit over de schulden van de overleden Dirck van Delen en de onregelmatigheden die met zijn inboedel gebeurd zouden zijn om in beslagname te voorkomen.10 Dit alles maakt het zeer waarschijnlijk dat de in augustus 1626 gedoopte zoon van Dirck van Delen de Pieter is die de schilder portretteerde op zijn sterfbedje in september van dat jaar. Ook de reconstructie van het originele opschrift sluit daar naadloos bij aan. Als Pieter 8 weken en 3 dagen oud was toen hij stierf, werd hij eind juli geboren en twee weken later gedoopt. Waarom zijn sterfdatum, leeftijd en zelfs zijn vaders signatuur overschilderd werden en door wie, blijft (voorlopig) een raadsel. Allicht gebeurde die aanpassing wel nog in de zeventiende eeuw gezien de ouderdom van de overschildering.

Doopakte van Pieter van Delen, zoon van Dirck van Delen en Maria van der Gracht. Middelburg, Zeeuws Archief

Up close and personal

Dirck van Delen is vooral befaamd om zijn architectuurstukken zoals Paleisinterieur met de parabel van de rijke man en Lazarus uit 1626 en Gotisch kerkinterieur uit 1639, die beide zijn gesigneerd. Van zijn hand is één stilleven bewaard: de eveneens gesigneerde Tulp in een vaas uit 1637. Portretten zijn schaars in zijn oeuvre; Doodsportret van Pieter van Delen is – voor zover bekend – de enige beeltenis die door hem gesigneerd werd én waarvan de geportretteerde geïdentificeerd kan worden. Echt uniek is het intieme, familiale aspect ervan: vader Van Delen vereeuwigde zijn overleden, eerstgeboren (en allicht enige) kind Pieter.

Dirck van Delen, Paleisinterieur met de parabel van de rijke man en Lazarus, 1626. Olieverf op paneel, 61 x 73 cm. Antwerpen, The Phoebus Foundation
Dirck van Delen, Gotisch kerkinterieur, 1639. Olieverf op paneel, 47,5 x 78,7 cm. Antwerpen, The Phoebus Foundation

Gezien die familieband lijkt het erg aannemelijk dat het doodsportretje bestemd was voor ‘eigen gebruik’ en een plek kreeg in het interieur van Van Delens woning in Arnemuiden. Hoogstwaarschijnlijk is het een van de 30 summier beschreven ‘conterfeytsels’ in de uitgebreide boedelstaat van de schilder die werd opgesteld in juli 1671.11 Misschien hing het in de ‘Camer’ met de met groene zijde beklede ledikant die niet minder dan 32 schilderijen telde. Naast portretten van familieleden – van ‘wylen dh.r secr[etari]s van Swieten en syn huysvrouwe’, ‘syn grootvaderen syn grootmoeder’, ‘dh.r van Delen en een [portret] van syn laest overleden huysvrouwe’ – worden er nog ‘vier andere conterfeytsels’ genoteerd. Ook ‘boven op de voorcamer’ waar een kleine ledikant met een groen en geel ‘behangsel’ stond, hingen ‘7 conterfeytsels soo cleen als groot’. Daar bewaarde de schilder onder andere ook ‘v[er]scheyde teyckeningen en printen van v[er]scheyde meesters’. Verder had Van Delen een bijzonder rijke bibliotheek: de opsomming van de boeken met vermelding van auteur en titel neemt maar liefst 21 bladzijden in beslag. Het gaat om publicaties over uiteenlopende onderwerpen zoals religie, antieke oudheid, geschiedenis, politiek, recht, landbouw, tuinaanleg, wiskunde, boekhoudkunde, geneeskunde, literatuur en muziek. Ook belangrijke kunsttheoretische traktaten zoals Albrecht ‘Durer van de menschelycke proportie’ en het ‘schilder bouck van Carel V[an]mander’ stonden bij de kunstenaar op de boekenplank. Daarnaast bezat hij ‘41 boucken met teyckeningen en prenten soo cleen als groot’ en ‘388 losse prenten’. Ook de beschrijving van Van Delens ‘schilder camertien’ is erg leerrijk. Er bevond zich hoogstwaarschijnlijk eigen werk zoals ‘een kerck geschildert op marbersteen’, ‘een paleysjen op marmbersteen’ en ‘een perspectyf sonder lyste’ maar ook ‘4onvolmaeckte schilderien soo groot als cleen’. Verder hingen er in het vertrek een aantal portretten en een wereldkaart, en stonden er een grote en een kleine ezel opgesteld. Ook zijn schildersmateriaal werd beschreven: onder meer een ‘doose met eenige verwe en pinceelen’, een wrijfsteen om pigmenten te vermalen, vier ‘schilder stocktjes’, drie ‘palletten’, drie ‘sagen soo groot als cleen’, een ‘back met eenige timmermans gereetschap’ en een ‘vaststaent casken’ met daarin ‘eenige verwen’ en wat ‘rommelinge’.

Detail van het Doodsportret van Pieter van Delen

Gedenk te sterven

Het bijzondere Doodsportret van Pieter van Delen vormt een mooi voorbeeld van het belang van het samengaan van kunsthistorisch en materiaal-technisch onderzoek. Enkel door de combinatie van beide was het mogelijk om de geportretteerde jongen én de schilder te identificeren. Van een anoniem doodsportret evolueerde het paneeltje tot een erg persoonlijke beeltenis die een unieke inkijk geeft in het familiale leven van de Zeeuwse architectuurschilder Dirck van Delen. Hoewel niet veel bekend over is over de beleving van rouw en verdriet in de zeventiende eeuw,12 lijkt het niet onwaarschijnlijk dat Van Delen via het portret enerzijds afscheid van zijn dode zoontje wilde nemen en hem anderzijds trachtte te vereeuwigen. In die zin herinnert het aan Kinder-lyck, een gedicht dat de in Amsterdam werkzame schrijver Joost van den Vondel zes jaar later, in 1632, opstelde naar aanleiding van het overlijden van zijn eigen zoon Constantijn, die, net zoals Pieter van Delen, stierf in het jaar dat hij geboren werd.13 Scherpzinnig schreef Vondel het rijm vanuit het perspectief van ‘Constantijntje, ‘t zaligh kijntje’ die vanuit de hemel verwonderd keek naar zijn huilende moeder.14 Eindigen deed de dichter met de troostende woorden van berusting waarmee ook Van Delen het moest stellen: ‘Eeuwigh gaat voor oogenblick’. Het aardse leven is immers eindig en vluchtig, dat in het hiernamaals eeuwigdurend – het is de barokke vanitasgedachte ten voeten uit. Dat Van Delen zich daarvan terdege bewust was, blijkt ook uit het rouwbord dat hij liet vervaardigen met daarop de namen van zijn drie overleden echtgenotes.15 Onderaan staat de niet mis te verstane tekst: ‘Gedenckt te Sterven’. Pieter van Delen kreeg geen vermelding op dat gedenkteken. Hem had Dirck van Delen al in 1626 vereeuwigd, zoals het doodsportretje van The Phoebus Foundation aantoont. En dankzij de ontdekking van het verborgen opschrift blijft de gedachtenis aan die kleine jongen via zijn vaders portret al bijna vierhonderd jaar voortleven.

Onbekende meester, Memento mori met half puttogezicht, ca. 1680-1700. Ivoor, 13 x 5 x 3,5 cm. Antwerpen, The Phoebus Foundation

Footnotes

  1. Deze Phoebus Finding kadert binnen het onderzoek van de auteur naar zwangerschap en moederschap in de vroegmoderne tijd.
  2. Parijs, Tajan, 22.06.2022, lot 35.
  3. Voor meer informatie over restauratie- en beeldanalysetechnieken, zie S. Van Dorst (red.), Zot van Dimpna – Acht panelen vol passie, lef en rebellie, Veurne, 2021.
  4. Met veel dank aan Adri Verburg voor het uitvoeren daarvan en aan Sven Van Dorst voor het duiden van de technische analyses en de bevindingen van Eva Van Zuien die het portretje restaureerde in het atelier van The Phoebus Foundation.
  5. Met veel dank aan David Lainé (IPARC) voor het uitvoeren daarvan en de reconstructie van het oorspronkelijke opschrift met medewerking van Sven Van Dorst.
  6. Over zijn leven en oeuvre, zie o.a. M.A. Lieveld-van Belzen, ‘Een bekend persoon uit Arnemuiden: Dirck van Delen (1)’, Arneklanken, 5, 4 (2000): 33-36; Idem, ‘Een bekend persoon uit Arnemuiden: Dirck van Delen (2)’, Arneklanken, 6, 1 (2001): 18-20; Idem, ‘Een bekend persoon uit Arnemuiden. Een burgemeester van Arnemuiden: Dirck van Delen (3 en slot)’, Arneklanken, 6, 4 (2001): 23-25; B. Haak, Hollandse schilders in de Gouden Eeuw, Zwolle, 2003: 342-343; P.J. Feij, ‘Dirck van Delen (1605-1671) (1)’, Arneklanken, 10, 2 (2005): 11-18; Idem, ‘Dirck van Delen (1605-1671) (2)’, Arneklanken, 10, 3 (2005): 12-19; K. Heyning, Zeeuwse meesters uit de gouden eeuw, 2de druk, Zwolle, 2022: 76-77.
  7. Middelburg, Zeeuws Archief (MZA), Verzameling Doop-, Trouw-, Begraaf- en Lidmatenregisters Zeeland, toegangsnr. 995, inv. ARN-6, Trouwboek 1625-1731, d.d. 23.08.1625; Idem, inv. ARN-8B, Lidmatenregister 1610-1682, d.d. 28.09.1625.
  8. MZA, Verzameling Doop-, Trouw-, Begraaf- en Lidmatenregisters Zeeland, toegangsnr. 995, inv. ARN-8A, Trouwboek 1651-1716, d.d. 1651 en 26.12.1658; Lieveld-van Belzen 2000: 33; Lieveld-van Belzen 2001: 23-24.
  9. MZA, Verzameling Doop-, Trouw-, Begraaf- en Lidmatenregisters Zeeland, toegangsnr. 995, inv. ARN-1, Doopboek 1593-1627, d.d. 12.08.1626.
  10. Wel wordt Maria van Delen vermeld, allicht een nichtje van de schilder, samen met haar echtgenoot Samuel Boone die in opspraak komt. Lieveld-van Belzen 2001: 23; P.J. Feij, ‘Dirck van Delen, begaafd architectuurschilder, creatief boekhouder en corrupt licentmeester’, online raadpleegbaar via http://www.arnehistorie.com/Artikelen-Bekende-personen-ak/dirck-van-delen-begaafd-architectuurschilder-creatief-boekhouder-en-corrupt-licentmeester.html, geraadpleegd op 09.08.2023.
  11. Voor dit en de volgende citaten, zie MZA, Rechterlijke archieven Zeeuwse Eilanden, toegangsnr. 10, inv. 180i, nr. 4: ‘Delen, Dirck van, inventaris, 1671, juli 11 en 25’.
  12. Aan de hand van egodocumenten of gedichten is hierover soms wat meer informatie te bekomen. Zo schreef Peter Paul Rubens bijna een maand na de dood van zijn eerste echtgenote Isabella Brant over zijn verdriet in een brief daterend van 15 juli 1626 aan de Franse archivaris Pierre Dupuy. Ook de rouwende Constantijn Huygens componeerde het sonnet Op de dood van Sterre naar aanleiding van het overlijden van zijn vrouw Susanna van Baerle. L. Huet, De brieven van Rubens, Antwerpen/Amsterdam, 2006: 146-147 (‘Maar ik vind het heel moeilijk om de smart van het verlies te scheiden van de herinnering aan de persoon die ik zolang ik leef moet liefhebben en eren’); N. Büttner, Rubens. De schilder van mythen en goden, vertaald uit het Duits door Paul Heijman, Amsterdam, 2017: 100-101; F.R.E. Blom en A. Leerintveld, ‘“Vrouwen-schoon met Mannelicke reden geluckigh verselt”. De perfect match met Susanna van Baerle’, in: E. Kloek, F. Blom en A. Leerintveld (red.), Vrouwen rondom Huygens, Hilversum, 2010: 107.
  13. Van Delen kende Vondels werk ongetwijfeld want in zijn bibliotheek bevonden zich ‘Vondel van de helden godts’ en ‘J: van Vondels Palemedes’. MZA, Rechterlijke archieven Zeeuwse Eilanden, toegangsnr. 10, inv. 180i, nr. 4: ‘Delen, Dirck van, inventaris, 1671, juli 11 en 25’.
  14. Vondels volledige gedicht: ‘Constantijntje, ‘t zaligh kijntje, / Cherubijntje, van om hoogh, / D’ydelheden, hier beneden, / Vitlacht met een lodderoogh. / Moeder, zeit hy, waarom schreit ghy? / Waarom greit ghy, op mijn lijck? / Boven leef ick, boven zweef ick, / Engeltje van ‘t hemelrijck: / En ick blinck ‘er, en ick drincker, / ‘t Geen de schincker alles goets / Schenckt de zielen, die daar krielen, / Dertel van veel overvloets. / Leer dan reizen met gepeizen / Naar pallaizen, uit het slick / Dezer werrelt, die zoo dwerrelt. / Eeuwigh gaat voor oogenblick’. J. van den Vondel, J.F.M. Sterck, H.W.E. Moller et al., De werken van Vondel, deel 3: 1627-1640, Amsterdam, 1929: 388.
  15. De volledige tekst van het gedenkbord, dat zich nu bevindt in het Museum Arnemuiden: ‘DIRCK VAN DELEN heeft dit opgerecht ter gedachtenis sijner weerde en[de] lieve huysvrouwen. MARIA VANDER GRACHT. oudt synde 62 Jaren overleden den 30 Augustus 1650. Ende CATHARINA DE HANE, overleden den 4 December 1652 oudt sijnde 34 Jaren. midtsgaders IOHANNA VAN BAELEN, oudt 68 Jaren overleedt den 16 December 1668. DIRCK VAN DELEN. OVERLEDEN. DEN. 16. meij 1671. OVDT SYNDE. 66. JAREN, Gedenckt te Sterven’. Voor een afbeelding, zie MZA, Beeldbank, Stadhuiscollectie Arnemuiden, nr. 13, https://hdl.handle.net/21.12113/D4F0C6F1896049D9AE3A55971F27E740, geraadpleegd op 09.08.2023.