Een nieuw schooljaar betekent een nieuw seizoen van WIK!  Ga samen met Leonard en zijn trouwe virtuele assistent JOS op een boeiende vlogreis en ontrafel waarom kunst in het echt ervaren een absolute must is.

Maar dat is nog niet alles! Deze maand introduceren we ook twee nieuwe audioguides én een vernieuwde leerkrachtenpagina, inclusief lessuggesties rond het thema ‘Waarom kunst in het echt beleven’?

Wil je als eerste op de hoogte blijven van de allernieuwste ontwikkelingen op WIK? Schrijf je dan in op de WIK nieuwsbrief en ontdek de nieuwste games, kunstwerken, vlogs en DIY video’s!

Wil je graag sleutelen aan voertuigen? Tractoren en kranen een likje verf geven? Documenteer je graag erfgoed of wil je maquettes bouwen? Heb je een passie voor de haven en wil je deze graag met anderen delen?

Voor onze maritiem en logistiek erfgoed deelcollectie van meer dan 1200 objecten zijn we op zoek naar gemotiveerde teamspelers om onze vrijwilligersploeg te versterken!

Interesse? Contacteer ons via info@phoebusfoundation.org

In september openen wij de poorten van ons magazijn ‘De Argentin’ voor Open Monumentendag! Neem een duik in de geschiedenis van de Antwerpse haven aan de hand van unieke verhalen en anekdotes bij meer dan 1200 objecten. Bovendien, staan onze toegewijde vrijwilligers je graag te woord. Mis het zeker niet!

Wanneer?
10 september 2023
10:00 – 15:30

Waar?
De Argentin (De Pretstraat 1, 2060 Antwerpen)

Over portretten van zwangere vrouwen was weinig bekend. Meer nog, er werd zelfs aangenomen dat in de Zuidelijke Nederlanden geen voorstellingen van aanstaande moeders werden geschilderd. Tot nu! Dankzij archief- en cultuurhistorisch onderzoek konden dr. Leen Kelchtermans en dr. Katharina Van Cauteren maar liefst vijf portretten van zwangere vrouwen identificeren, gepenseeld door de grootste barokke meesters: Jacob Jordaens’ portret van Catharina Behaghel (in de collectie van het Rijksmuseum, Amsterdam) en Antoon Van Dycks portretten van Anna Wake (Mauritshuis, Den Haag), Marie Nutius (The Phoebus Foundation), Sebilla Van den Berghe (Alte Pinakothek, München) en Marie De Raet (Wallace Collection, Londen). Alle vijf maken ze deel uit van een dubbelportret waarbij hun beeltenis gecombineerd wordt met die van hun echtgenoten. Geheel tegen de traditie worden de zwangere vrouwen deze keer niet links van hun man, in een inferieure positie, maar rechts van hen weergegeven. Als aanstaande moeders van de erfgenaam lijken ze zo zelfs de ereplaats te krijgen!

Antoon Van Dyck, Portretten van Marie Nutius en Jacob De Witte, ca. 1628–29

Lees het volledige artikel ‘Pregnancy Portraits by Jacob Jordaens and Anthony Van Dyck’ in  de nieuwste editie van Simiolus: Netherlands Quarterly for the History of Art.

Kom alles te weten over het werk van de Brusselse kunstenaar Gillis Van Tilborgh in het artikel A third self-portrait by Gillis Van Tilborgh. Deze iconografische en comparatieve analyse door Phoebus onderzoeker Dr. Leen Kelchtermans en stafchef Dr. Katharina Van Cauteren onthult het bestaan van een derde zelfportret van Van Tilborg, alsook verdere details over zijn carrière en huwelijk.

Gillis Van Tilborgh, Twaalf heren in een interieur, met een zelfportret als connoisseur, ca. 1664-1667

Je hebt het ondertussen waarschijnlijk al gehoord of gelezen maar we blijven enorm enthousiast over de allernieuwste toevoeging aan onze collectie: het 67 miljoen jaar oude Tyrannosaurus rex skelet, ook wel Trinity genoemd. Met een lengte van 11,6 meter, een hoogte van 3,9 meter en een schedel van 1,4 meter is deze spectaculaire T. rex nu ook een van de grootste objecten in de collectie van The Phoebus Foundation.

Dit unieke exemplaar zal binnen een paar jaar een speciale plaats krijgen in ons unieke cultuurproject, namelijk de Boerentoren. In deze cultuurtoren zal het grote publiek, onder wie kunstliefhebbers, historici, wetenschappers en andere enthousiastelingen, kunnen genieten van de geschiedenis en schoonheid van kunst, wetenschappen en architectuur. Inclusief deze uitzonderlijke T. rex!

© Photo: Koller Auctions/ Oliver Nanzig

Dit jaar kunnen ouders en kinderen genieten van een uniek bezoek aan de deelcollectie van The Phoebus Foundation over het maritiem en logistiek erfgoed. ‘Mussenbekken’, ‘varkensoren’, ‘platluizen’, het transport van wilde dieren, de ‘natiepaarden’ en het ongedierte in de haven komen allemaal uitgebreid aan bod tijdens een rondleiding tussen meer dan 1200 stukken uit de collectie.

Ontdek hoe mens en dier al eeuwenlang samenwerken in de haven aan de hand van dierenverhalen, gesprekken over de relatie mens-dier en ga dieper in op de tradities die leven rond dieren tijdens de Erfgoeddag op 23 april.

Locatie – De Argentin, Pretstraat 1, 2060 Antwerpen

Wanneer – 23 april 2023 – 11:00 t/m 17:00

© The Phoebus Foundation
Transport van dromedarissen “Egli” en “Essa”, aankomst in de Antwerpse haven © Beeldbank ZOO Antwerpen
Aankomst giraffen in de Antwerpse haven © Beeldbank ZOO Antwerpen
© The Phoebus Foundation

In februari ontving onze grafisch ontwerper Paul Boudens de prestigieuze Henry van de Velde Lifetime Achievement Award.

Paul is de laatste drie decennia uitgegroeid tot een vaste waarde in de Belgische mode- en designwereld. Met zijn markante benadering van ontwerp behaalde hij zowel nationaal als internationaal grote successen. Om zo’n mijlpaal naar behoren te vieren, besloten we achter de schermen te gaan praten met Paul over zijn leven, zijn designs, het verleden en de toekomst, alsook over zijn ervaring bij The Phoebus Foundation.

© Portret: Jeroen Lommelen / Graphic design: Paul Boudens

Hoe ben je grafisch ontwerper geworden? Had je altijd al een passie voor design?

Vroeger kende ik eigenlijk niets van design. Als tiener kreeg ik het idee om modeontwerper te worden, aangezien ik met één zakdoek een fantastisch avondkleed voor mijn Barbies kon maken (lacht). Ik kon tekenen, al was en ben ik niet de beste tekenaar. Dat was ook de reden waarom ik niet slaagde voor het toelatingsexamen van de Antwerpse modeacademie. Ik begon dan maar aan de studies toegepaste communicatie maar dat was echt niet mijn ding. Ik probeerde ook vertaler-tolk Engels-Italiaans maar dat ging ook nergens naartoe. In de helft van het tweede jaar hield ik ook die studie voor bekeken. Op mijn kot was ik ondertussen nog altijd aan het knutselen: ik maakte cassettehoesjes en ontwierp verjaardagskaarten met Tipp-Ex en copies. Zo ben ik dan ook ”ontdekt”. De rest is geschiedenis! (lacht)

Hoe ben je bij The Phoebus Foundation terechtgekomen?

Ik heb Katharina (Van Cauteren, stafchef van The Phoebus Foundation, red.) leren kennen tijdens een ander project toen The Phoebus Foundation nog niet bestond. We werkten samen aan het boek van Walter Van Beirendonck voor de tentoonstelling Happy Birthday Dear Academie: 350 jaar Academie in het MAS. Aangezien ik al heel mijn carrière de rechterhand – of linkerhand (lacht)– van Walter ben en al talloze projecten met hem gerealiseerd heb, weet hij mij altijd te vinden voor een leuk project of publicatie. Zo heb ik Katharina dus leren kennen. Het klikte meteen en Katharina’s visie sloot echt aan bij de mijne: ze wilde graag een boek met een hoek eraf. Een vrouw naar mijn hart. Enkele jaren later kwam Katharina dan aan het hoofd te staan van The Phoebus Foundation en contacteerde ze me om opnieuw samen te werken. De goede werkband die we hebben vind ik erg belangrijk. De klik tussen beide partijen moet er zijn, vind ik.

Wat zoek je in een opdrachtgever of project?

Ik vind het belangrijk dat de visie van de opdrachtgever aansluit bij de mijne en dat de verstandhouding goed zit, anders verkramp ik helemaal en komt er niets uit. Dat maakt dat ik af en toe opdrachten moet weigeren. Zo heb ik ooit een project voor tuinmeubelen afgezegd omdat dat echt mijn ding niet was. Het mocht dan wel zeer goed betaald worden maar geld is niet mijn drijfveer. Ik wil energie halen uit wat ik doe. Je wil niet weten wat ik allemaal gratis heb gedaan in mijn leven voor beginnende ontwerpers in het begin van mijn carrière. Niemand had toen een rotte frank.

Je hebt inderdaad veel samengewerkt met de Antwerpse modeontwerpers in de jaren ’90. Ik denk bijvoorbeeld meteen aan de iconische uitnodiging voor Jurgi Persoons I know what you’ll wear next summer (zomer 1999)

Oh ja! That’s my line! Die wordt nog altijd gekopieerd.

Uitnodiging voor Belgische ontwerper Jurgy Persoons (Zomer 1999)

Je wordt vaak met de modewereld geassocieerd, maar je hebt ook voor andere soort opdrachtgevers gewerkt. De theaterwereld bijvoorbeeld.

Ik ben gewoon van het een naar het ander gerold eigenlijk. Vandaag zijn mensen heel career minded, en terecht. Ik ben nooit zo geweest. In het begin deed ik alle soorten opdrachten en dat begonnen er steeds meer te worden. Na verloop van tijd werkte ik voor vier ontwerpers tegelijk: Walter Van Beirendonck, Dries Van Noten, Jurgi Persoons en Olivier Theyskens. Dolle pret, maar je kan niet voor iedereen hetzelfde doen. Ik ben dus de schizofrene richting opgegaan en heb voor elk van hen een eigen stijl uitgevonden. Uiteraard gebaseerd op hun eigen input; ik ben eigenlijk eerder een soort doorgeefluik. Ook voor de theaterwereld of geheel andere opdrachtgevers geldt hetzelfde: ik ga steeds mee in hun verhaal.

Heb je een stappenplan als je aan een nieuwe opdracht begint?

Nee, ik begin altijd van een wit blad. Als ik bijvoorbeeld aan het ontwerp van een nieuwe tentoonstelling begin dan heb ik gewoon beeld en tekst nodig en dan begin ik te spelen. Voor mij is dat mijn zandbak. Ik vind het heel fijn om iets van nul te beginnen.

Je vermeldt vaak in interviews dat je graag naar een tijdloos design toe werkt.

Daar streef ik inderdaad naar. Het is niet altijd haalbaar natuurlijk maar ik zoek steeds de juiste balans. Ten eerste kies ik uiterst zorgvuldig een gepast lettertype uit en dan is de helft al gewonnen. Ik ben nog altijd voor het less is more principe en pas ook steevast enkele eigen regels toe in mijn werk. Ik gebruik bijvoorbeeld nooit meer dan drie verschillende lettertypes in één ontwerp.

Opgegroeid in het analoge tijdperk denk ik wel op een andere manier dan jongere ontwerpers. Vandaag zetten grafisch ontwerpers hun computer aan en kunnen ze instant kiezen uit honderden lettertypes. Dat maakt het ook moeilijker om een selectie te maken. Veel grafische elementen die door iemand anders zijn gemaakt gebruik ik niet. Bovendien zijn veel van de elementen die we vandaag digitaal aangereikt krijgen precies van gisteren en niet voor morgen. Ik streef steeds naar iets dat binnen vijf jaar ook nog mooi is. Uiteraard moet je meegaan met de tijd en dat tracht ik ook te doen.

Als ik kijk naar je werk, merk ik altijd dat er heel veel rood in voor komt. Is dat je favoriete kleur? Wat betekent rood voor jou?

Voor mij is rood gelijk aan passie. Het is een kleur die goede contrasteert met zwart en zo zie je heel goed waar je mee bezig bent als je iets opstart. Dat heb ik geleerd vanuit mijn studies, Paul Van Ostaijen, Coca-Cola-rood, Andy Warhol,… ik heb gewoon een grote voorliefde voor rood. Get used to it! (lacht)

Hoe vereenzelvig je je eigen stijl met de wensen van je opdrachtgevers en op welke manier pas je dat toe in je ontwerpen voor The Phoebus Foundation?

Mijn stijl is echt mijn DNA. Eigenlijk heb ik vier verschillende stijltypes, waaronder een hele wilde, maar ik heb ook een heel klassieke stijl. Het moet gewoon just zijn. Bij The Phoebus Foundation mag er wel een hoek af zijn, op een subtiele manier, en daar houd ik echt van. Ik doe echt alles graag voor The Phoebus Foundation en door het spelen met woord en beeld kan ik echt mijn ei kwijt. Soms ga ik misschien iets te ver, maar dan word ik ook teruggeroepen. Het is altijd een beetje aftasten. Die ontwerpfase en de zoektocht naar de juiste stijl vind ik geweldig.

Veel van de projecten van The Phoebus Foundation draaien rond Oude Meesters. Dat is uiteraard helemaal anders dan flitsende modeprojecten met felle kleuren. Is het moelijker werken met deze kunstwerken, waarbij de toon toch soms iets donkerder oogt?

Ik vind het een hele goede zet om daar een knalkleur bij te zetten, zoals ik dat ook gedaan heb voor de boeken en het drukwerk van de tentoonstellingen Blind Date (2020) en Zot van Dimpna (2022). Die gaf ik een stevige laag fluogeel en roze. Al vraagt dat wel om enige voorzichtigheid: er moet voldoende wit verwerkt worden tussen de felle kleuren en de kunstwerken want anders kan het vloeken. Het voordeel van werken met kunstenaars die al lang overleden zijn is wel dat ze niet kunnen klagen (lacht). Hedendaagse kunstenaars zijn in die zin een pak uitdagender en niet altijd evident. Aanvankelijk heerst er toch altijd een beetje wantrouwen. Ik zeg hen altijd: “Ik ben hier om je te helpen en niet om je werk te verknallen. Het gaat ook niet om mij, maar om jou en jouw werk dat er zo goed mogelijk uit moet komen… Maar dan op mijn manier” (lacht).

Heb je een favoriete kunstwerk uit de collectie van The Phoebus Foundation?

Absoluut: Concetto Spaziale van Lucio Fontana! Die zou ik wel eens in mijn bureau willen hangen (lacht). Vogel van Karel Appel vind ik ook geweldig. Bij de Oude Meesters ga ik voor Portret van een jonge dame. Het heeft een beetje Portrait of a Young Lady vibes, vind ik.

Lucio Fontana, Concetto Spaziale, Attese, 1965

Wat is de aftermath van je Lifetime Achievement Award?

Een grote identiteitscrisis (lacht). Nee, ik ben al een nieuwe tentoonstelling aan het plannen. Het winnen van de award gaf natuurlijk goesting voor meer. Ik ga niet rusten, meer uitdaging moet er altijd zijn. Een beetje afzien vind ik altijd tof. Ik amuseer me rot! Ik heb altijd gemerkt dat hoe meer ik werkte, hoe meer eruit kwam. Dus: bring it on!

Na 2001 dacht ik misschien een bureau te beginnen, maar ten eerste: ik doe niets liever dan ontwerpen. En bij een bureau zou ik moeten delegeren en jobs zoeken voor mijn stagiairs/personeel. No way.

Wat is je succesformule?

Ik ga al lang mee, ik ben al bezig sinds eind jaren ’80. Maar ik tracht nog steeds het beste uit elke opdracht te krijgen, ook voor mezelf. Het is niet omdat je een beetje ouder wordt dat je mag beginnen slabakken. Eigenlijk maak ik alles voor mezelf en is dat het geheim, denk ik. Als ik het niet goed vind, gaan mijn opdrachtgevers het ook niet goed vinden. Ik ben dus zelf de bewaker van de kwaliteit van mijn werk.

Paul Boudens Works Volume I

Gaat er een Paul Boudens Volume II komen?

Waarschijnlijk in 2025, als ik zestig word. Dan plan ik twee tentoonstellingen tegelijk: eentje in het Mode Museum en eentje op een andere locatie.

Heb je voor de rest nog andere toekomstplannen?

Nog eens naar Japan gaan. Nieuw-Zeeland bezichtigen. Verder werken aan mijn tweede monografie. Maar vooral: mij niet vervelen en toffe dingen maken! Ik heb van niks spijt en ben heel blij dat ik mijn ding heb gevonden in dit leven.

Ons gloednieuw kunstproject voor kinderen is er eindelijk: Wat is Kunst? Oftewel WIK!

WIK is een geweldig interactief kunstplatform voor kinderen van 8 tot 12 jaar. In verschillende komische vlogs waarin kunstzinnige vragen centraal staan, nemen presentator Leonard en zijn virtuele assistent JOS je mee op kunstavontuur.

Verder biedt het platform een interactieve kunstgalerij, creatieve games en zelfs DIY-video’s aan om kinderen artistiek te stimuleren.

Op het platform kunnen leerkrachten inspiratie vinden en kant- en-klare lessuggesties voor de tweede en derde graad basisonderwijs downloaden. Deze betekenisvolle lessuggesties laten leerlingen doelgericht reflecteren over en experimenteren met kunst. Ideaal om met je leerlingen op een speelse en interactieve wijze kunst in al haar facetten te ontdekken.

Ontdek alles over WIK op www.watiskunst.be

Graag brengen we je op de hoogte van een gloednieuw kunstproject voor kinderen: Wat is Kunst? Oftewel WIK!

Momenteel ontwikkelen we een geweldig interactief kunstplatform voor kinderen van 8 tot 12 jaar. In verschillende komische vlogs waarin kunstzinnige vragen centraal staan, nemen presentator Leonard, bekend van Ketnet, en zijn virtuele assistent JOS, met de stem van Clara Cleymans, je mee op kunstavontuur. Verder biedt het platform een interactieve kunstgalerij, creatieve games en zelfs DIY-video’s aan om kinderen artistiek te stimuleren.

Meer nog: we brengen WIK zelfs naar de klas! Op het platform kunnen leerkrachten inspiratie vinden en bovendien gratis kant- en-klare lessuggesties voor de tweede en derde graad basisonderwijs downloaden. Deze betekenisvolle lessuggesties laten leerlingen doelgericht reflecteren over en experimenteren met kunst. Ideaal om met je leerlingen op een speelse en interactieve wijze kunst in al haar facetten te ontdekken.

Benieuwd? Bekijk alvast onderstaande trailer of check www.watiskunst.be vanaf 9 januari!

Deze maand focussen we op het gloednieuwe artikel van Camille Polkownik: ‘An examination of a group of works related to Albrecht Dürer’s trip to the Netherlands’, in: Hamilton Kerr Institute, Bulletin, 9 (2022):  87-102. In de studie wordt onder meer een fascinerend portret uit onze collectie onder de loep genomen,  dat recent gerestaureerd werd. De resultaten zijn bijzonder verrassend en werpen nieuw licht op het tot stand komen van het kunstwerk en de identiteit van de geportretteerde.

Voor en na restauratie van Portret van een man door een onbekende Zuid-Nederlandse Meester, 16de eeuw                         
© The Phoebus Foundation

Benieuwd? Lees hier alvast een samenvatting:

“Het artikel is een onderzoek naar de relatie tussen een tekening van de Duitse kunstenaar Albrecht Dürer (1471-1528) en een groep schilderijen, waarvan aanvankelijk werd gedacht dat ze de Portugese humanistische filosoof Damião de Góis (1502-74) voorstelden. Ten eerste werd er technisch onderzocht of de schilderijen overeenkomen met zestiende-eeuws materiaal en werden ze stilistisch vergeleken met de tekening. Ten tweede werd de huidige identificatie van de geportretteerde in vraag gesteld en weerlegd, waarna een alternatieve identiteit werd voorgesteld. Uit technische analyse bleek dat de materialen en het uiterlijk van de schilderijen overeenkomen met de zestiende eeuw en dat ze waarschijnlijk omstreeks 1525-50 vervaardigd werden, kort na de oorspronkelijke tekening van Dürer. Hoogstwaarschijnlijk werden ze echter geschilderd door een Antwerps atelier dat niet aan Dürer gelieerd was. Bovendien suggereert het onderzoek dat de afgebeelde man niet de Góis kan zijn maar het vermoedelijk gaat een Portugese koopman en diplomaat in Antwerpen met wie Dürer een vriendschap ontwikkelde tijdens zijn verblijf in de Nederlanden omstreeks 1520-21.”

Deze maand zijn we in de ban van het gloednieuwe artikel van Dr. Leen Kelchtermans en Dr. Katharina Van Cauteren, dat gepubliceerd is in het internationale peer-reviewed tijdschrift gewijd aan Nederlandse en Vlaamse kunst, Simiolus.

From drawings to comprehensive work of art: a reconstruction of Jacob Jordaens’s Psyche Gallery in his Antwerp house is een samenvatting van vijf jaar onderzoek waarbij Leen en Katharina de plafondschilderingen van Jacob Jordaens over Amor en Psyche onderzochten. Het onderzoek was gericht op hoe de ontvangstruimte in de Antwerpse woning van de barokmeester eruit moet hebben gezien. Dankzij hun bevindingen  is het voor het eerst in 400 jaar mogelijk om Jordaens’ “pronkkamer” te reconstrueren! Ze ontdekten dat de kunstenaar zijn gasten verblindde met indrukwekkende plafondstukken en illusionistische schilderingen op de muren en zelfs op de deuren. Zowel de plafond- als de deurstukken bevinden zich nu in de collectie van The Phoebus Foundation.

Jacob Jordaens, Liefde van Amor en Psyche, ca.1652
Trompe-l’oeil-deurpstuk: een jongeman met een hond en een jonge vrouw, ca.1640-1645
Trompe-l’oeil-deurpaneel: een jonge vrouw , een oude man, een nar en een blazende kat, ca.1640-1645

Lees alles over deze fascinerende studie in: Leen Kelchtermans & Katharina Van Cauteren, ‘From drawings to comprehensive work of art: a reconstruction of Jacob Jordaens’s Psyche Gallery in his Antwerp house’, Simiolus, 44/1 (2022), pp. 28-59.