Eva van Zuien, zelfstandig restaurator gespecialiseerd in oude meesters, voltooide onlangs de restauratie van een waar kunstjuweel. In opdracht van The Phoebus Foundation blies ze nieuw leven in Buste van een heilige van de Brusselse kunstenares Michaelina Wautier.

De hand van Michaelina is direct te herkennen in dit mooie werk. Karakteristiek is de manier waarop het zachte gezicht, de ogen en de plooival zijn geschilderd. Bovendien heeft de kunstenares het werk linksboven op de voor haar typische wijze gesigneerd met haar volledige voor- en achternaam: Michaelina Wautier fecit.

Het schilderij verkeerde voor de behandeling in matige staat en is in het verleden bedoekt geweest, maar de spanranden waren plaatselijk gescheurd waardoor het doek niet meer goed op het raam gespannen was. De verflagen oogden dof door oppervlaktevuil en een vergeelde vernislaag. Aan de linkerzijde van het schilderij was een groot deel van de achtergrond overschilderd.

Het afnemen van de oude vernislaag had veel impact op de voorstelling. In het gezicht kwamen meer oorspronkelijke kleurnuances tevoorschijn, zoals de blosjes op de wangen. In de achtergrond werd een verloop van licht naar donker beter zichtbaar, terwijl de oude overschilderingen links werden verwijderd. Deze bleken een originele onderschildering af te dekken die door de kunstenares als verticale strip open is gelaten. Het is niet duidelijk waarom Wautier hiervoor heeft gekozen, maar het lijkt erop dat deze buste aan de rand van een groter doek werd geschilderd.

Een opvallend verschijnsel op dit schilderij is de aanwezigheid van veel protrusies op het verfoppervlak. Verspreid over het gehele werk zijn talloze kleine witte kratertjes te zien. Dit is het resultaat van loodzeepformatie, een chemisch verouderingsproces in de verflaag. Vanwege de impact van deze lichte puntjes op de voorstelling is er op dit schilderij voor gekozen de meest storende te retoucheren.

Dankzij deze zorgvuldige restauratie is het kunstwerk weer in al zijn pracht te bewonderen!

Deze maand nemen we je mee achter de schermen in onze restauratiestudio. Onder leiding van Clara Bondia wordt Julio Alpuy’s werk, Eden, voorbereid voor een nieuwe tentoonstelling.

Julio Alpuy (1919-2009) was een Uruguayaanse kunstenaar die nauw verbonden was met de innerlijke kring van Torres García. Hij speelde een fundamentele rol in de verspreiding van Latijns-Amerikaanse kunst in de Verenigde Staten en Europa. Zijn werken zijn wereldwijd uitgebreid tentoongesteld in galerijen en instellingen, wat getuigt van zijn illustere carrière. Dit grootschalige olieverfschilderij, geschilderd in 1979, maakt deel uit van een serie die de hof van Eden afbeeldt, met een verhalend karakater van naturalistische figuren verweven met afbeeldingen van verschillende koppels.

Julio Alpuy, Eden, 1979

Hoewel het schilderij aanvankelijk op zijn originele spieraam was gemonteerd, werd al snel duidelijk dat het niet voldeed aan zijn doel. Het spieraam was niet erg stevig vanwege de dunne houten latten die aan elkaar genageld waren. Bijgevolg ontbrak het aan kracht en een beweegbaar systeem om een correcte spanning van het doek toe te staan, wat resulteerde in aanzienlijke vervormingen en instabiliteit. Bovendien was het schilderij gevoelig voor schadelijke trillingen tijdens elke beweging of behandeling, wat een probleem vormde voor de juiste conservatie.

Voor- en achterzijde van de patch

Het doek had in het verleden ook schade en breuken opgelopen aan de onderkant, wat leidde tot een eerdere restauratiepoging. Een patch, vervaardigd uit commercieel voorbereid verouderd canvas, werd aangebracht met een synthetische lijm die in de loop der tijd vergeeld en broos was geworden. Helaas, werd de patch zichtbaar aan de voorkant, waardoor een rechthoekige vervorming ontstond die het aspect van het kunstwerk verslechterde.

Verwijderingsproces van de patch en de resten van de lijm

Na het verwijderen van stof werd de oude patch behandeld. Het proces was zeer delicaat, maar geleidelijk werd de lijm verzacht en mechanisch verwijderd. Bovendien werden de resten die tussen de vezels doorgedrongen waren geëlimineerd. De vervorming werd gecorrigeerd met gecontroleerd gewicht en vochtigheid, terwijl de originele vezels van het doek geherpositioneerd werden. Ten slotte werd een nieuwe versterking van synthetisch weefsel en thermoplastische filmlaag aangebracht. Als gevolg, werd de scheur zowel volumetrisch als chromatisch geretoucheerd.

Wat betreft het spieraam, werden verschillende opties overwogen. Uiteindelijk werd besloten om het te vervangen door een nieuw exemplaar dat voldoet aan de voorwaarden die nodig zijn voor de juiste conservatie van het werk. De gekozen ondersteuning is van hoogwaardig hout met een gecontroleerd mobiliteitssysteem.

Het werk werd zorgvuldig voorbereid door de randen te beschermen om mogelijk verlies van polychromie tijdens het hanteren te voorkomen. Daarna werd het oude spieraam verwijderd en de achterkant van het doek gereinigd om het vuil dat zich in de loop der tijd had opgehoopt te verwijderen. Het werk werd vervolgens op het nieuwe frame geplaatst en goed gespannen om trillingen te vermijden en esthetisch de juiste weergave van het schilderij te verbeteren.

Details van het droogreinigingsproces en het reinigen van de achterkant van het doek

Benieuwd naar waar Eden van Julio Alpuy te bezichtigen zal zijn? Houd onze website en sociale media in de gaten!

Met verschillende projecten en publicaties op de planning zijn het ook in onze fotostudio bijzonder drukke dagen. Van Middeleeuwse retabels en barokke portretten tot Latijns-Amerikaanse sculpturen, Antwerpse postkaartjes en getijdenboeken: de diversiteit aan objecten die langs de lens van onze fotograaf Michel passeren is enorm. Bovendien vraagt elk kunstwerk om een aangepaste opstelling van belichting om een zo goed mogelijk resultaat te bekomen. De opname van een bijzonder fragiele houtskooltekening van Constant Permeke of een kleurrijk zelfportret van Fernando Botero: samen met de art handlers en restauratoren wordt steeds geanalyseerd hoe de objecten zo goed en zo veilig mogelijk gefotografeerd kunnen worden. En dat vraagt soms om een bijzonder creatieve aanpak!

Michel in actie met Zelfportret met stilleven van Fernando Botero
De broodsnijdster van Constant Permeke voor de lens

Behalve een houtskooltekening passeerden er deze maand ook twee sculpturen van Permeke voor de lens van Michel: Buste van een vrouw en Niobe uit 1938. Het positioneren van de beelden was een eerste boeiende uitdaging: om de veiligheid van de werken te garanderen werd ervoor gekozen om ze niet rechtopstaand maar al liggend te laten fotograferen. Zo worden de sculpturen immers ook bewaard in het depot.

Buste van een vrouw en Niobe voor de fotografische opname

Niet alleen de vorm maar ook het materiaal waaruit de beelden vervaardigd zijn was een huzarenstukje: het glanzende brons laat enorm veel licht weerkaatsen en is als het ware een spiegel. Een verdoken zelfportret van de fotograaf kan misschien leuk zijn voor een artistieke foto maar is absoluut te vermijden bij een hoogwaardige foto, bestemd voor collectieregistratie en publicatie. Om de weerkaatsing zo veel mogelijk weg te filteren, ging Michel aan de slag met zijn lightcube, een witte ‘tent’, bestemd voor de fotografie van objecten. Dankzij wit karton, witte doeken en statieven rondom het kunstwerk  werd de lightcube verder omgebouwd en geperfectioneerd tot een kleine, op maat gebouwde fotostudio voor de sculptuur. Het proces nam heel wat tijd beslag: is er zeker nergens reflectie te zien? Moet de belichting zachter of anders gepositioneerd worden? Michel analyseerde zijn volledig setting bij elke opname.

Setting voor de fotografie

Na het nemen van de foto, volgde de verdere nabewerking in Photoshop. De perfecte foto bekomen waarop de kunstwerken zo mooi en natuurlijk mogelijk afgebeeld staan, vraagt immers ook om de juiste beeldbewerking. Zo werden onder meer foto’s met verschillende lichtinvallen gecombineerd om een zo natuurlijk mogelijke weergave te bekomen. Daarnaast werden ook storende elementen van de achtergrond, zoals bijvoorbeeld randen van het karton, weg gefotoshopt.

High-res foto’s van Buste van een vrouw en Niobe

Het eindresultaat mag er zijn: van de hele doeken- en tentenconstructie is niets meer te zien en op de foto is geen enkele storende weerkaatsing te vinden. Zo zie je maar dat een foto van een kunstwerk meer is dan een snelle opname met je smartphone.

De afgelopen drie maanden mochten we een nieuwe Phoebus Fellow in onze studio verwelkomen: Perrine de Fontenay uit Parijs. Tijdens haar fellowship focuste Perrine zich op het conserveren van schilderijen uit onze deelcollecties Latijns-Amerikaanse kunst uit de koloniale periode en oude meesters. Zo werkte Perrine onder andere samen met schilderkunstrestauratrice Sofia Hennen aan twee portretten van Jakob Seisenegger (1505-1567) die de aartshertogen Maximiliaan (1527-1576) en Elisabeth (1526-1545) afbeelden.

Perrine en Sofia namen de afgelopen maanden uitvoerig de tijd om zorgvuldig oude overschilderingen te verwijderen en zo het oorspronkelijke, kleurrijke achtergrondontwerp van de kunstenaar te onthullen.

De twee portretten voor de restauratiebehandeling.

De Oostenrijkse meester Jakob Seisenegger (1505-1567) vervaardigde de portretten in 1537, waarbij hij de aartshertogen en broer en zus Maximiliaan (1527-1576) en Elisabeth (1526-1545) afbeeldde op respectievelijk 10- en 11-jarige leeftijd. De olieverfschilderijen op linde- of populierenpanelen tonen de kinderen gehuld in luxueuze kleding, versierd met juwelen en bloemen in hun haar. De kleding en juwelen zijn gedetailleerd met gouden accenten. Beide figuren zijn geplaatst achter een groene marmeren richel. Aanvankelijk waren de achtergronden donkerbruin-zwart, maar op sommige plekken werden na het verwijderen van geoxideerde vernissen en getinte lagen sporen van een kleurrijke laag onthuld.

Als hofschilder van Ferdinand I creëerde Seisenegger talrijke portretten van de kinderen en andere leden van het Habsburgse hof. Zijn artistieke vaardigheden waren destijds zeer gewild. Uit bewijsmateriaal met betrekking tot Seiseneggers eerste opdrachten van Ferdinand I blijkt dat de kunstenaar een nauwgezette aanpak hanteerde bij het selecteren en voorbereiden van de panelen voor portretkunst1. Net als veel schilders uit zijn tijd hanteerde Seisenegger strikte normen voor de materialen waarmee hij werkte.

Na hun creatie ondergingen de portretten van Maximiliaan en Elisabeth enkele wijzigingen en werden ze onderworpen aan verschillende eerdere restauratie-ingrepen, vooraleer ze werden toevertrouwd aan de zorg van Sofia en Perrine in het Phoebus restauratieatelier.

Detail tijdens vernisafname

Voor de start van de restauratiebehandeling werden de portretten zorgvuldig bestudeerd om een algemeen overzicht van hun toestand en de eerdere restauratiecampagnes die ze hadden ondergaan, vast te stellen. Door observaties in natuurlijk licht en UV-reflectie, testen en vergelijkingen met andere portretten van Seisenegger, werd vastgesteld dat het oorspronkelijke groene en gouden brokaat van de achtergrond verborgen lag onder een donkere opeenhoping van oude vernissen, niet-originele glazuren en groenachtige overschildering. De overschildering werd vermoedelijk uitgevoerd om ongelijkmatig of overdreven gereinigde verf te uniformiseren. Een andere mogelijkheid is dat de achtergrond overschilderd werd uit esthetische overwegingen, volgens de smaak van de toenmalige eigenaar. Dit was niet ongewoon: er zijn diverse vergelijkbare voorbeelden van portretten uit dezelfde periode met helder gekleurde achtergronden te vinden, die de originele achtergrond verbergen.

Ook in de sctructuur van de panelen konden eerdere ingrepen, daterend uit de 19de eeuw, teruggevonden worden. De planken waren gespleten, hun verbindingen waren glad geschuurd en vervolgens opnieuw samengevoegd met houten half-lap inzetstukken. Dit werd waarschijnlijk gedaan in een poging om de natuurlijke kromming van de houten panelen te verminderen. De ingreep is opvallend zichtbaar in het portret van Elisabeth, wat resulteerde in een verlies van enkele millimeters van boven naar beneden op het paneel, verticaal door de hele compositie.

Perrine en Sofia besloten om de restauratie van de panelen voornamelijk te focussen op de vernis- en verflagen. Een structurele ingreep, gericht op het corrigeren van de discrepantie in de compositie van het portret van Elisabeth, werd als te riskant beschouwd. Na zorgvuldige tests werden de talrijke lagen vernis, niet-originele glazuren en overschildering geleidelijk gereinigd en verzacht met behulp van oplosmiddelgels, waardoor ze mechanisch konden worden verwijderd met scalpels. De reiniging was een bijzonder tijdrovend proces maar werd beloond met schitterende resulraten: de prachtige verborgen details kwamen eindelijk weer tevoorschijn. Afgezien van de randen was de oorspronkelijke verflaag gelukkig goed bewaard gebleven, waardoor een luxueus groen-en-gouden brokaat zichtbaar werd.

Na de behandeling is de prachtige oorspronkelijke achtergrond weer zichtbaar.
  1. Borchert, T.-H. (2021). Portraits of the Habsburg children. In S. Mareel, Renaissance Children: Art and Education at the Habsburg Court (1480-1530). Lannoo []

Voor deze unieke behind the scenes gaan we in gesprek met het team van art handlers dat zich elke dag inzet voor The Phoebus Foundation. Maak kennis met Idris Sevenans, Claire Dieltjes, Bram Van Broeckhoven, Claartje Borgmann en Florian Sevenans die zich onder leiding van onze COO Luk Van Hove dagelijks inzetten voor het operationele reilen en zeilen van de kunstwerken in onze collectie. Het team staat niet alleen in voor de veiligheid van de objecten, maar ook van de mensen die ermee in aanraking komen. Elk kunstwerk dat het depot van The Phoebus Foundation binnenkomt, wordt door de art handlers zorgvuldig nagekeken op potentiële contaminatie door micro-organismen en inlijstingsproblematieken en vervolgens geïnventariseerd. Deze procedure is belangrijk voor het verdere verloop van het beheer en behoud van de collectie. Het ene kunswerk is het andere niet en dus zijn niet alleen de nodige voorzorgen maar ook een efficiënte manier van werken een must. 

Enkele art handlers vertellen graag meer over de kunst van het bewaren:

Florian: “Hoewel mijn persoonlijke interesse en passie in filosofie liggen, vind ik het depot een bijzonder interessante werkomgeving omdat ik er dagelijks in aanraking kom met zeer diverse kunstwerken die vanuit historisch perspectief interessant zijn. Sommige werken zijn niet alleen esthetisch boeiend, maar zijn soms ook een spel van historische ironie. Bepaalde figuren worden letterlijk en figuurlijk dichter bij elkaar gebracht. Zo hingen we in het depot een portrettenreeks van Italiaanse schrijvers naast elkaar, met onder meer een portret van Giovanni Pico Dela Mirandola (1463–1494). Deze vijftiende-eeuwse edelman en filosoof schreef in 1486 een belangrijk traktaat over de waardigheid van de mens waarin hij zijn visie uiteenzet over waarheid en de plaats van de mens binnen het universum.”

Anoniem, Portretten van Giovanni Pico Dela Mirandola en Pietro Aretino, ca.

“Naast hem hangt een andere historische figuur uit een latere periode, namelijk Pietro Aretino (1492–1556). In zijn traktaten belicht Aretino de minder flatterende elementen van het menselijk bestaan, zoals de wantoestanden van de kerk en de overheersing van het kerkelijk gezag. Zijn pen werd in de zestiende eeuw gevreesd tot in de hoogste kringen. Aretino werd beschouwd als een van de eerste kunstcritici en onderhield nauwe contacten met grootmeesters. Deze, op het eerste zicht twee nietszeggende portretten, worden plots ontzettend interessant wanneer ze in confrontatie met elkaar worden geplaatst en ontvouwen een heel verhaal. Ik vind het geweldig om getuige te zijn van de historische sensaties die zo tot stand komen en te beseffen dat we bijdragen aan het grotere geheel van het bewaren en doorgeven van de kunstvoorwerpen.”

Bram: “In het verleden kwam ik vaak in aanraking met kunst, zowel vanuit mijn academische achtergrond als in mijn professionele leven als historisch kunstexpert voor veilingen. Het laat me nooit los hoe de waarde van kunstwerken beïnvloed wordt door historische feiten maar het boeit me ook hoe kennis van materialen en technieken een meerwaarde is voor het kunstwerk en de verzamelaar. Zo kwam ik onlangs in aanraking met het werkje van Catharina Van Hemessen (ca. 1527/1528-1567), Portret van een dame (1550) waarbij men dacht dat er in de lijst gebruik was gemaakt van schildpadhoorn. In samenwerking met de restauratoren van The Phoebus Foundation konden we echter uitwijzen dat het slechts om een imitatie ging. Onze expertise is op die manier een echte meerwaarde voor de herkenning en identificatie van de kunstwerken. Het is fantastisch om elke dag zorg te dragen voor een waaier aan objecten die de geschiedenis en hun eigenaars steeds overleefd hebben door de passie en interesse van individuen. Als art handler heb ik echt een unieke en dynamische job waarin ik al mijn ervaringen kan samenbrengen.”

Catharina Van Hemessen, Portret van een dame, ca. 1550

Maar ook art handler en kunstenaar Idris Sevenans zorgt voor een sterke dynamiek binnen het team. Naast zijn werk is hij bezig met het analyseren en beleven van kunst(archieven) in zijn eigen organisatie AARS (Antwerp Artist Run School). Dit zorgt voor een verfrissende blik op het doel van bewaren en verzorgen van kunstobjecten.

Idris: “Reeds tijdens mijn onderzoek aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten werd ik geconfronteerd met de vergankelijkheid van kunstvoorwerpen en het belang van het verzamelen ervan. Het verzorgen van de collectie van The Phoebus Foundation is voor mij als archivaris en docent van de AARS (Antwerp Artist Run School) een enorm dankbare kruisbestuiving waar ik voor beide partijen mij elke dag met zeer veel plezier voor inzet.”

Tussen al het mannelijke geweld is er ook plaats voor twee geweldige vrouwelijke art handlers: Claire en Claartje.

Claire: “Het is een beetje toevallig dat ik art handler geworden ben. Nadat ik mijn studies mode-ontwerp in Zuid-Afrika had afgerond, ging ik op zoek naar een volgende uitdaging. Op aanraden van mijn oma ben ik dan naar België gekomen om te beginnen aan een nieuw avontuur, dat mij vervolgens hier bracht. Als ik elke dag het depot binnenstap, stap ik in een andere wereld. Dankzij mijn echte Antwerpse collega’s heb ik bovendien enorm veel geleerd over het land en de stad die ik nu mijn thuis noem en over de rijke cultuur en geschiedenis ervan. Ik hou van de flexibiliteit en afwisseling binnen mijn job, maar ook van zekerheid en planning. Daarom neem ik de administratie van ons team op mij. Een goede planning en communicatie zijn van cruciaal belang om onze verantwoordelijkheden tot een goed einde te brengen. De vriendschap binnen ons team zorgt ervoor dat geen enkele taak te zwaar is en we elke dag met een glimlach komen werken.”

Het arthandling team dat blijft uitbreiden in samenwerking met Katoen Natie Art bereidt momenteel verschillende grote bruikleenprojecten voor. Hiervoor blijven ze actief deelnemen aan bijscholingen en worden de taken verdeeld op basis van ervaring en expertise. Een onmisbaar team in de The Phoebus Foundation family!

In het kader van de conservatie van de moderne en hedendaagse Latijns-Amerikaanse collectie van The Phoebus Foundation wordt het schilderij Het Feest uit 1910 van Rafael Barradas momenteel onder handen genomen door Clara Bondia.

Dit schilderij is een opmerkelijk vroeg werk van de Uruguayaanse kunstenaar, die het vervaardigde op twintigjarige leeftijd. Opvallend is de expressieve figuratieve stijl die dateert van voor Barradas’ befaamde vibrationisme. Zijn talent als karikaturist is te zien in de vrolijke gezichten en de feestelijke stemming van de personages.

De olieverflagen op het doek vertonen een gewijzigd formaat, met duidelijke inkepingen aan de randen op verschillende plekken. Het is mogelijk dat deze wijzigingen in de loop der tijd zijn gevormd of door de kunstenaar zelf zijn aangebracht tijdens het creatieproces.

Na een vergelijkende analyse en empirisch onderzoek werd er geconcludeerd dat het werk met was-hars gedoubleerd werd. Bovendien, was de hechting tussen de picturale laag en het canvas beperkt en waarschijnlijk ook de reden waarom in het verleden werd besloten om het doubleren uit te voeren.

De tonaliteit van het kunstwerk was iets donkerder geworden door een laag vuil op het oppervlak. Het had ook een gelige tint gekregen door de oxidatie van een dun laagje vernis. De witte lagen van de jurken van de vrouwenfiguren waren verreweg het meest aangetast. Daarnaast waren er problemen met de polychromie, waaronder verkleuring en de aanwezigheid van dikke overschilderingen die delen van de originele verflaag aantastten.

Vanwege de zwakke conditie van het kunstwerk, werd er besloten om verschillende behandelingen uit te voeren, waarbij minimale ingrepen geprioriteerd werden met absoluut respect voor de oorspronkelijke bedoelingen van de kunstenaar.

Het restauratieproces begon met een schoonmaakprocedure in twee fasen om het vuil van het oppervlak te verwijderen en de verkleurde, geoxideerde vernis en overschilderingen te verwijderen. Deze restauratie heeft het werk met succes nieuw leven ingeblazen en de levendige originele kleuren onthuld. In de volgende fase werd de ontbrekende polychromie aangepakt door zowel volumetrische als chromatische reïntegratie uit te voeren. Tot slot werd een dunne, beschermende vernislaag aangebracht om het werk te beschermen.

Dit conserveringsproject maakt deel uit van een groter initiatief gericht op het behoud van de Latijns-Amerikaanse kunstcollectie van The Phoebus Foundation. Het is een genoegen om dit schilderij samen met enkele andere juweeltjes te behandelen en het in zijn oorspronkelijke glorie te herstellen.

Giovanna Tamà is zelfstandig restaurator, gespecialiseerd in Oude Meesters. In het atelier van The Phoebus Foundation werkt ze momenteel aan verschillende uiteenlopende projecten, waaronder de restauratiebehandeling van Prometheus geboeid. Kijk mee achter de verflagen!

Giovanna tijdens het retoucheren

“Eén van mijn projecten is de restauratie van een schilderij van het atelier van Jacob Jordaens (1593-1678), Prometheus geboeid. Een grootschaligere voorstelling van Jordaens met hetzelfde onderwerp en dezelfde compositie uit circa 1640 bevindt zich momenteel in de collectie van het Wallraf-Richartz-Museum in Keulen. Het was niet ongewoon dat het grote en succesvolle atelier van Jordaens reproducties vervaardigde van reeds bestaande composities van de grootmeester.

Jordaens schilderde naast genrescènes ook graag mythologische en allegorische taferelen. In dit specifieke kunstwerk beeldt hij het verhaal van Prometheus uit, die gestraft werd met het constante uitpikken van zijn lever door de arend van de oppergod. Dit wrede lot trof Prometheus omdat hij het lef had om de mensen vuur te brengen.

Doorheen de jaren heeft het schilderij al enige restauratiebehandelingen ondergaan. Het werk kreeg een nieuwe steundrager en is bedoekt geweest. Bij deze oude restauratie werden de randen van het doek afgesneden, waardoor een klein stuk van de compositie verloren is gegaan.”

Jacob Jordaens en atelier, Prometheus geboeid, ca. 1640-1645 (voor behandeling)

“Het schilderij verkeerde niet in de beste staat. In de loop der tijd had het een sterk verdonkerde en vervuilde indruk gekregen doordat de vernis erg vergeeld was. Om slijtage en verfverlies te verbergen werden in het verleden grote delen van de originele verf slordig overschilderd. Ook werden talrijke onnodige accentueringen aangebracht in de lichamen van Prometheus en Mercurius (figuur rechts boven).”

Detail van niet originele accentueringen

“Tijdens de afname van de vernis, de oude retouches en overschilderingen werden de originele kleuren terug in hun glorie hersteld. Tijdens het verwijderen kwamen de details terug aan het licht en kunnen we de schildertechniek beter bekijken. Na de reiniging werd er een isolatievernis  aangebracht om een barrière te creëren tussen de originele verflaag en de ingrepen van de restaurator.”

Tijdens vernisafname

Momenteel zit Giovanna in de laatste fase van de behandeling. De volgende stap is het vullen en retoucheren van de lacunes en krijgt het schilderij een eindvernis. Benieuwd naar het resultaat? Hou onze nieuwsbrief en website zeker in de gaten!

Na vulling, voor retouche

Oliver Claes is inmiddels meer dan tien jaar actief als papier- en boekrestaurator. Zo neemt hij ook de conservatie van de topografische en historische boekencollectie van The Phoebus Foundation onder handen. Deze zomer ontfermde Oliver zich onder meer over de restauratie van het zestiende-eeuwse meesterwerk Theatrum Orbis Terrarum van Abraham Ortelius.

“Het Theatrum Orbis Terrarum (‘schouwtoneel van de wereld’) is de allereerste wereldatlas, uitgegeven op 20 mei 1570.  Het kaartenboek werd samengesteld door de Antwerpenaar Abraham Ortelius (1527-1598) en uitgegeven door Gillis I Coppens. Ortelius bundelde de beste en meest betrouwbare kaarten van zijn tijd in één volume. Uniek aan deze bundel is dat alle kaarten in dezelfde stijl en maat op koperplaten gegraveerd werden, alsook geordend werden per continent, streek en staat. Dit zorgde ervoor dat de atlas decennia lang populair bleef en zelfs naar andere talen werd vertaald.”

“De conditie van het boek was erg slecht. Het boekblok (de verzameling van katernen) was erg vervuild en de binding vervormd. Bovendien was deze ook losgekomen en de verschillende katernen vertoonden verschillende beschadigingen en lacunes. De uit perkament bestaande boekband was kapot en kon zijn rol als bescherming van het boekblok niet meer vervullen. Verder was de stevigheid die een boekband moet bieden aan het boekblok totaal verdwenen door het gebrek aan stevige kartons. Bij het openslaan van het boek werd de fragiele en ingekleurde titelpagina meteen zichtbaar.”

“De opzet van de restauratie was een grondige reiniging van alle onderdelen, alsook het invullen en verstevigen van de boekband. Hiervoor moest het boek helemaal gedemonteerd worden. Alle katernen werden stuk voor stuk verstevigd met Japans of westers papier (en stijfsellijm).”

“Vervolgens werden alle katernen op een gelijkaardige manier gebonden met touw op perkamenten stroken. Ook de titelpagina werd gereinigd, aangevuld en geretoucheerd. Een leuke ontdekking tijdens de restauratie van dit boek was dat aan de binnenzijde van het over het kartonnen bord gevouwen perkament (van de boekband) een getekend “mannetje” ontdekt werd. Vermoedelijk was dit een persoonlijke toevoeging van de boekbinder.”

“Het perkament van de boekband werd hersteld met gelijkaardig perkament en de verdwenen kartons (platten) werden ingevuld met zuurvrij karton.”

“Een groot probleem was ook het gebrek aan schutbladen. Deze zijn nodig als beschermende pagina’s voor-en achteraan het boek. Na een vruchteloze zoektocht in verschillende kunst- en papierwinkels heb ik uiteindelijk het papier artisanaal laten vervaardigen door de Waalse meester-papierschepper, Pascal Jeanjean. Op basis van een staal van het originele papier heeft hij een soortgelijk papier vervaardigd die, zoals de oorspronkelijke bladen, ook handgeschept is. Handgeschept papier kan je herkennen aan de waterlijnen of watermerken die je ziet als je het papier voor het licht houdt.”

Pascal vertelde hier zelf meer over:

“Ik ervoor gekozen om grondstoffen te gebruiken die vergelijkbaar zijn met de oorspronkelijke grondstoffen van het papier van de atlas, namelijk katoenen lompen en stof. Na een behandeling van de katoenen lompen in een bad, ben ik gestart met het loskloppen van het katoen tot pulp in een Valley Beater, een moderne versie van een “Hollander”. Deze pulp vormt dus de basis voor het latere papier. Om de juiste papierkleur te benaderen werden minerale poeders bij de papierpulp gevoegd. Calciumcarbonaat werd toegevoegd om de alkalische reserve te verhogen.”

Vervolgens werd het juiste schepraam gekozen met een gelijkaardig patroon van dunne koperdraden per vierkante centimeter (gearceerd) zoals bij het originele papierstaal. Uit een grote bak werd daarmee het papier geschept. Daarna werd een stapel papier, met tussenvellen van vilt, op elkaar gestapeld en met een grote papierpers het grootste deel van het water uit het papier gehaald (60%). Met tussenvellen van speciaal karton werd het overige vocht uit de vellen gehaald.”

“De riemen waarop het boek verbonden werd, werden tijdens het opnieuw samenvoegen van band en boekblok door en op de kartons van de boekband vastgelijmd. Dit zorgt ervoor dat beide onderdelen strak samenblijven. De nieuwe schutbladen werden vastgelijmd aan de binnenzijde van de platten (borden) van de boekband. Tenslotte werden op de plaats waar ze ooit zaten nieuwe linten toegevoegd aan de boekband.”

In juli verwelkomenden we een nieuwe Phoebus Fellow in ons restauratie-atelier: de Frans-Nederlandse schilderkunstexperte Annika Roy. Annika neemt de komende drie maanden het meesterwerk Noli me tangere van Hendrick De Clerck onder handen.

Annika tijdens het verwijderen van de vullingen

“Dit schilderij, vervaardigd tussen 1560 en 1630, verbeeldt een beroemde passage uit het Nieuwe Testament:  Noli me tangere (‘Raak me niet aan’). De voorstelling leest een beetje als een stripverhaal. Op de voorgrond zie je hoe Maria Magdalena Christus ontmoet na zijn verrijzenis. Nadat ze hem eerst aanziet voor een tuinman omwille van de schop in zijn hand, herkent Maria Magdalena dat de man voor haar Jezus is. Op dat moment spreekt Christus de beroemde woorden: ‘Noli me tangere’, waarnaar de scène is vernoemd. Aan de rechterzijde heeft Hendrick De Clerck nog een tweede scène afgebeeld, namelijk de drie heilige vrouwen bij het graf van Christus, onder wie ook  Maria Magdalena. Ze treffen het graf leeg aan terwijl een engel de wederopstanding van Christus aankondigt. Je blik wordt vervolgens naar de Golgotha heuvel geleid, in het midden van de voorstelling,  en op de achtergrond kan je de stad Jeruzalem zien.”

Voor de restauratiebehandeling

“Ook voor de restauratiebehandeling waren de heldere kleuren nog goed te zien en was de verflaag in goede esthetische staat. De verf is rijk aan olie en de glazuren die Hendrick De Clerck gebruikte in bijvoorbeeld de rode en paarse draperieën van Christus en Maria Magdalena zijn goed bewaard gebleven. Het is fijn om op te merken dat het werk in het verleden niet te veel is schoongemaakt. De penseelstreken van de kunstenaar zijn goed zichtbaar in de bruine kleuren, waar we ook de ondertekening in de transparante lagen kunnen zien. Verder gebruikte de meester waarschijnlijk smaltpigment (blauw gekleurd glas) voor de blauwe delen van het schilderij (lucht en sommige delen van de kledij). Helaas is dit pigment wel een beetje verkleurd met de tijd.”

Verwijderen van vernis en overlappende vullingen

“Het eikenhouten paneel, vervaardigd uit vier horizontale planken, onderging een structurele behandeling om vervolgens de verflaag onder handen te kunnen nemen. De belangrijkste schade was de omhooggekomen verf rond de vullingen, bij de voegen van het paneel. De andere ingrepen werden uitgevoerd om esthetische redenen: de vullingen waren ongelijk en de retouches, vooral de witte, waren zichtbaar. Ook de vernis was licht vergeeld.”

Bevestiginjg van de verf

“De eerste stap van de restauratiebehandeling bestond uit het fixeren van de verf rond de voegen. Daarna kon ik beginnen met het reinigingsproces en  verwijderde ik het oude restauratiemateriaal: vernis, oude retouches en vullingen rond de voegen. Sommige vullingen overlapten met de verflaag. Door deze weg te halen kon ik de verborgen originele verf terug blootleggen; spannend!”

“In de komende weken worden de lacunes rond de voegen opnieuw opgevuld, wordt het schilderij gevernist en kan ik beginnen met de retoucheerfase. Het is een geweldige kans om aan zo’n mooi paneel te werken en zo dichtbij de meester te kunnen komen.”

Benieuwd naar het resultaat? Houd onze website en social media in de gaten!

In het restauratieatelier van The Phoebus Foundation zijn restaurator Carlos González Juste en Kaisa-Piia Pedajas, voormalige Phoebus Fellow, momenteel bezig met de restauratie van een unieke reeks uit de Phoebus collectie, namelijk twaalf portretten van Inca-keizers en Francisco Pizarro. Graag geven ze meer uitleg bij dit unieke restauratieproject:

Anoniem, Portrettenreeks van Inca-keizers en Francisco Pizzaro, c.1790-1810

Deze portretten, elk niet groter dan een A4, verbeelden een geïdealiseerde weergave van de Inca-keizers en de figuur van Francisco Pizarro, de veroveraar van het Inca-rijk. Portrettenreeksen zoals deze waren erg populair in het onderkoninkrijk Peru tijdens de 18de en vroege 19de eeuw. Bovendien werden ze gretig ingezet als politiek instrument. De iconografie werd gebaseerd op een gravure van priester Alonso de la Cueva (1684-1754), waarin de genealogie van de Inca keizers wordt opgevolgd door de Spaanse monarchen. Op die manier bekrachtigden de Spaanse heersers hun positie als erfgenamen van het Inca-rijk.

Na verloop van tijd kreeg deze oorspronkelijke boodschap echter andere betekenissen. De iconografie werd namelijk ook gebruikt om aristocratisch Inca-bloed in bepaalde families te documenteren en te bevestigen. Op die manier koppelden de familieleden zich aan de Spaanse adel en kregen ze recht op speciale privileges, waaronder vrijstellingen van belastingen. Toen de onafhankelijkheidsgevoelens in het hele onderkoninkrijk toenamen, werden de banden met de Spaanse monarchen verbroken als streven naar het herstel van het Inca-rijk.

Complexe drager en beschadigingen

Tijd om de portrettenreeks onder de loep te nemen. Bij het bestuderen van de dragers is het duidelijk dat de portretten werden vervaardigd op doeken, vermoedelijk van katoen, en aan de voorzijde op een spanraam gelijmd werden. Dit was echter niet hun oorspronkelijke opstelling. De onregelmatige profielen onthullen dat de doeken ooit uit hun oorspronkelijke spanraam werden gesneden en vervolgens op een nieuwe spanraam werden gelijmd. De doeken zelf zijn extreem dun met vlakke, regelmatige golven, die doen vermoeden dat ze machinaal geweven werden.

Onder de blauwe achtergrond zien we een roodachtige ondergrond, die zichtbaar is dankzij de transparantie van de verflagen. Deze zijn zo dun dat het bijna onmogelijk is om penseelstreken te zien!

Voor de schilderijen naar de restauratiestudio kwamen voor een behandeling, hadden ze een donkere en gelige vernislaag en diverse overschilderingen die de beschadigingen van de doeken en de randen bedekten. Deze vernislaag en retouches waren bovendien zeer onregelmatig en ook de dragers zelf waren bijzonder vervormd door de verlijming aan het spanraam. Hierdoor ontstonden sterke spanningen tussen de vastgelijmde randen en de doeken.

Foto in strijklicht toont de dominante scheur op het doek. Deze werd eerder tevergeefs gerestaureerd.

Achter de verflagen

Om te achterhalen hoe de portretten tot stand kwamen, analyseerden we een van de schilderijen met behulp van de analytische beeldvormingstechniek Ma-XRF. Deze wetenschappelijk beeldtechniek laat toe om de verschillende chemische elementen van het schilderij te onderscheiden en op die manier de pigmenten waaruit het werk is opgebouwd te achterhalen. De resultaten van het onderzoek toonden het gebruik aan van pigmenten die beschikbaar waren in de laatste decennia van de 18de eeuw en de eerste helft van de 19de eeuw, wat de mogelijke uitvoeringsdatum bevestigt. De Ma-XRF beelden toonden ons onder andere de aanwezigheid van kwik, dat duidt op het gebruik van vermiljoen voor de kleur rood, terwijl arseen wijst in de richting van orpiment voor de goudkleurige zones.

Ma-XRF-beelden van de aanwezigheid van kwik (links) en arseen (rechts)

Voor de start van de restauratiebehandeling werden eerst grondige tests uitgevoerd om de beste methode te achterhalen om de vernis te verwijderen. Deze was immers totaal verdonkerd en had niet alleen de kleuren van verflaag veranderd maar ook de dragers, de doeken, enorm stijf gemaakt, met verschillende vervormingen tot gevolg. Voor de reiniging kozen we voor een niet-geweven Evolon®-weefsel en mengsels van oplosmiddelen die de vernislagen doen opzwellen en zo gemakkelijk met een wattenstaafje verwijderd kunnen worden. Op sommige plaatsen combineerden we deze technieken ook nog met een voorzichtige mechanische reiniging.

Reinigingsproces (van links naar rechts) waarbij de vernislaag wordt opgezwollen met Evolon® weefsel, gevuld met een mengsel van oplosmiddel en vervolgens verwijderd wordt met een wattenstaafje en waar nodig met een zachte mechanische reiniging
Restaurator Kaisa-Piia Pedajas tijdens het verwijderen van de vernis

Bepaalde pigmenten vertoonden een grotere gevoeligheid en vereisten extra aandacht. Bovendien merkten we op dat de schilderijen slechts gedeeltelijk waren schoongemaakt tijdens eerdere restauratiebehandelingen en dat op sommige plaatsen (zoals bij het incarnaat en de accessoires van de geportretteerden) een donkerdere laag achterbleef. Na het afnemen van de vernislagen verwijderden we ook meerdere overschilderingen van het oppervlak en verminderden we vlekken waar nodig. Hoewel de schilderijen er aanvankelijk hetzelfde uitzagen, werd tijdens en na het schoonmaken duidelijk dat de condities van de verflagen en de dragers enorm verschilden per portret.

Detailfoto’s tijdens het verwijderen van de vernis

Dankzij de verwijdering van de harde laag op de schilderijen werden ook de doeken losser en verminderden de vervormingen in de meeste gevallen aanzienlijk. Veel schilderijen werden onder gewichten geplaatst om het doek nog iets platter te maken. Gebieden en vervormingen die extra inspanning vereisten, werden voorzichtig behandeld met vocht en ondergingen een thermische behandeling.

Vermindering van vervormingen met thermische behandeling (links) en gewichten (rechts)

Verder herstelden we ook de scheuren die bij sommige portretten in het doek aanwezig waren. Om de schade zo veel mogelijk te beperken werden deze scheuren afgevlakt en werden ook de randen uitgelijnd. Vervolgens werden ze geconsolideerd en aan de achterzijde ondersteund met een geschikte lijm.

Scheurherstel op de achterzijde van het schilderij

Na de structurele behandeling werd een dunne laag natuurlijke vernis aangebracht. Deze laag werkt als een isolatielaag voor het originele oppervlak en helpt om de kleuren te verzadigen na het verwijderen van de oude vernislagen.

Restaurator Carlos González Juste brengt de vernislaag aan op het eerste schilderij

De restauratie van deze uitzonderlijke portrettenreeks is nog volop aan de gang! Na het aanbrengen van de vernislaag zullen onze restauratoren ook de lacunes verder opvullen en retoucheren. Zo kunnen de Inca-keizers en Francisco Pizarro binnenkort weer in al hun glorie bewonderd worden!

Benieuwd naar het resultaat? Hou onze sociale media en website in de gaten!

Het werk The Dark Night of Aranoë  van Leonora Carrington situeert zich in de Latijns -Amerikaanse deelcollectie van The Phoebus Foundation. Restaurator Naomi Meulemans ontfermt zich over de moderne en hedendaagse collecties van de foundation en startte de restauratie van dit werk naar aanleiding van een bruikleenproject van volgend jaar. Deze maand neemt Naomi ons mee achter de schermen van het onderzoek, de restauratie en de wondere wereld van Leonora Carrington.

Leonora Carrington, The Dark Night of Aranoë, 1976

“De kunstwerken van Leonora Carrington lijken dicht bij haar eigen leven aan te leunen. Ze zijn broos, soms bijna fluweel,  maar ook donker en analytisch. Hoewel Carrington vaak voor een onbekend publiek schilderde, lijkt het alsof we heel even diep in haar verborgen dromen, diep geluk en tegelijk rauwe trauma’s mogen kijken. Ook in The Dark Night zijn al deze symbolische figuren en verfijnde elementen aanwezig. Meestal werden alleen de figuren of decoratieve elementen dikker in de verf aangezet. Op die manier heeft Carrington ruimte gecreëerd en door de afwezigheid van enige vorm van een technisch perspectief brengt ze de toeschouwer al snel ver weg van zijn ‘herkenbare’ wereld.”

Details van The Dark Night of Aranoë

“Voor het eerst wordt het werk van Leonora Carrington in de collectie van The Phoebus Foundation vanuit een materiaal-technische invalshoek bestudeerd. Zo krijgen we inzicht  in Carringtons werkwijze en de daaraan verbonden problemen. In feite is The Dark Night technisch zeer goed geschilderd maar werd een latere aanpassing nefast voor de verflagen. Een schimmige gevlekte laag, die dienst zou moeten doen als vernislaag, lijkt zich over het ganse werkje te verspreiden. Ze is stilaan verzonken in de verflaag in de vorm van minutieuze vlekkerige eilandjes. Door middel van technische analyse met infrarood – en röntgenfotografie hoopten we meer te weten te komen maar helaas brachten deze onderzoeken niets aan het licht dat we niet met het blote oog kunnen zien. Er bevinden zich dus geen opmerkelijke lagen boven of onder de verflaag die het vlekkerige fenomeen teweeg hebben gebracht.”

Gevlekte vernislaag

“Een groot vergelijkingsonderzoek met enkele andere werken van Leonora Carrington en een studie van haar werkwijze doen ons vermoeden dat The Dark Night op een later moment, lang na het tot stand komen van het werk, werd voorzien van een vernislaag. Carringtons schilderijen zijn namelijk steeds zeer mat of zelfs onvernist.
Vanwege de schade die de laag toebrengt aan het werk werd beslist om deze laag te verwijderen tijdens de restauratiecampagne. Met de behandeling hopen we dat dit boeiende werk terug haar kracht zal vinden om de kijker te inspireren.”

Restaurator Naomi Meulemans aan het werk

Deze maand duiken we achter de schermen met tweelingzussen Jill en Ellen Keppens, die momenteel het zeventiende-eeuwse portret van een edelman uit de Volpi familie met zijn vrouw en kinderen aan het restaureren zijn.

“Een tijdje geleden werden we voorgesteld aan de Volpi familie. Deze intrigerende familie, met deels Italiaanse roots,  maakte furore in het 17de-eeuwse Antwerpen als diamantairs. Dat ze goede zaken deden, tonen ze volop in dit portret. Ze pronken met witte zijde, parels, juwelen met diamant, kant, veren, indrukwekkende knopen, bedienden, een paard, een windhond, hun wapenschilden en zelfs een imposante mannenschoen. Alles werd uit de kast gehaald!”

Jill en Ellen tijdens de vernisafname

“Naast al deze weelde is er nog iets anders dat de aandacht trekt. De extreem bleke incarnaten van de vrouw in de witte zijden jurk en de twee kinderen springen meteen in het oog.  Waarom deze huiden zo wit zijn, is nog een raadsel. Is het pigment verkleurd en transparant geworden? Toont de witte huid hun bevoorrechte positie? Of waren zij reeds overleden toen dit portret werd geschilderd? Meer onderzoek naar de familie kan hierbij mogelijk een antwoord bieden.”

voor restauratie
details tijdens de vernisafname

“Het witte incarnaat is echter niet de enige ‘vreemde kleur’ die opvalt. De wolken in de lucht ogen ook vreemd. Dit komt omdat de lucht errond is verkleurd. Ooit moet deze een sterk blauwe kleur hebben gehad maar de kunstenaar heeft hiervoor helaas smalt als pigment gebruikt. Dit kobalt houdende pigment werd vaak gebruikt door 17de-eeuwse kunstenaars want het was goedkoper dan het dure ultramarijn en had toch een mooie blauwe kleur. Helaas is het ook heel instabiel en na verloop van tijd verkleurt het vaak bruin, geel, grijs of wordt het transparant.”

dame tijdens vernisafname

Benieuwd naar het eindresultaat? Houd onze social media en onze nieuwsbrief in de gaten!

Phoebus Hoofdrestaurator Sven Van Dorst vertelt ons deze maand over de conservatiebehandeling van het paneel Kruisiging van Meester van de Legende van de Heilige Lucia. Hij beschrijft niet alleen meesterlijk hoe dit werk tot stand kwam en van waar de stilistische invloeden komen, maar ook wat de schadefenomenen ons kunnen leren. De kracht van deze restauratie komt ten volle naar voren wanneer we dichter bij het hart van het kunstwerk komen door de onderzoekstechnieken die Sven toepast.

Voor restauratie

“Dit kleine paneeltje met een voorstelling van de kruisdood werd geschilderd door de Meester van de Lucia Legende. Zijn werk staat dicht bij dat van Hans Memling waardoor wordt aangenomen dat hij in Brugge actief was aan het einde van de 15de eeuw.  Aan de hand van een inscriptie op de achterzijde weten we dat het werkje in de 19de eeuw in Portugal belandde, in de collectie van de hertogen van Palmella.”

Infrarood reflectografie maakt de inscriptie achteraan beter leesbaar 

“Voor de restauratie begon zag het schilderij er dof uit. De kleuren hadden een groenige schijn omdat het vernis sterk verkleurd was. Met behulp van Infrarood Reflectografie (IRR) en radiografie (X-ray) was het mogelijk om de conditie van het schilderij in detail te evalueren. We leerden zo dat de randen van het schilderij helemaal overschilderd waren. Oorspronkelijk was er een rand van ca. 1cm van onbeschilderd hout rondom het werk. Dat is typisch voor 15de-eeuwse schilderijen omdat het houten paneel werd vastgehouden in de lijst met behulp van een gleuf. Op de IRR zien we enkele kleine beschadigingen in de verflaag, maar ook de ondertekening die de schilder gebruikte om zijn compositie op het paneel te tekenen. De lijnen zijn hoekig wat wijst op het gebruik van een ‘droog’ tekenmedium zoals bijvoorbeeld krijt.”

IRR (detail) toont de ondertekening
X-ray toont de overschilderde randen

“Na het onderzoek kon de restauratie eindelijk van start gaan. Het was niet eenvoudig om de verscheidene oude vernislagen te verwijderen. Met behulp van zelfgemaakte gels kon het vernis in verscheidene stadia worden opgezwollen en met een wattenstaafje worden verwijderd van het verfoppervlak. Meteen kwamen de oorspronkelijk schitterende kleuren weer tevoorschijn, alsook enkele van de oude beschadigingen. In een volgend stadium werden de oude overschilderingen aan de randen verwijderd. Dit gebeurde onder de microscoop om de onderliggende verf niet te beschadigen.”

Tijdens de vernisafname en na restauratie

“Nadat het originele oppervlak weer was vrijgelegd kon de laatste fase van de behandeling starten. Er werd een vernis aangebracht om het origineel te beschermen. Gaten of ‘lacunes’ werden opgevuld en geretoucheerd zodat ze niet langer in het oog springen. Het resultaat is verbluffend en een van de leukste projecten waar ik aan werkte. Nu is het weer mogelijk de verfijnde techniek en palet van de mysterieuze Meester van de Lucia Legende te appreciëren.”

Sven in actie

Deze maand duiken we achter de schermen met Brian Richardson, specialist in de conservatie en restauratie van houten voorwerpen en meubels. Brian werkte onlangs aan een bijzondere installatie van de Vlaamse hedendaagse kunstenaar Wim Delvoye, die bestaat uit een vitrinekast met 12 zaagbladen en een gasfles, waarvan elk stuk geschilderd is in Delfts blauw. Deze fijn uitgewerkte antieke kast verwijst naar de Vlaamse neostijlen, die gekenmerkt zijn door hun rijk gesneden donker roodbruin hout en glanzende vernis.

Wim Delvoye, Installatie met 12 zaagbladen en een gasfles

“De antieke ‘look’ van de kast laat niet meteen vermoeden hoe het meubel is opgebouwd. De gehele constructie is namelijk demonteerbaar: wanden, onderstel en bekroning zitten niet vast met houtverbindingen maar worden met slechts enkele bouten bijeen gehouden. Dit maakt het geheel erg wankel. Een bijkomend probleem is dat de glazen deur aan de voorzijde volledig ‘buiten formaat’ is. Een antieke vitrinekast zou twee deurtjes hebben die vanuit het midden opengaan en zouden ook voorzien zijn van meerdere kleine ruiten. Bij het openmaken van de kast zakt de zware deur naar beneden. Bovendien helt het geheel ook gevaarlijk naar voren met een reële kans dat de kast en inhoud ook werkelijk zouden vallen.”

© Brian Richardson

“Het demonteerbare aspect van het kunstwerk maakte de restauratie wel gemakkelijker. Zo kon het meubel volledig uit elkaar gehaald worden om aan de constructie te kunnen werken. Na veel denkwerk en overleg werd de verdere aanpak uitgestippeld. Onderaan de zijwanden werden vier nieuwe houtverbindingen voorzien die de wanden met het onderstel verbinden. Deze niet-zichtbare ingreep zorgt voor een duidelijke verbetering van de stabiliteit van het meubel. Om het torsen verder tegen te gaan werden er op de rugzijde van het meubel vier L-vormige beugels aangebracht.”

© Brian Richardson

“Naast deze belangrijke constructieve ingrepen werden er ook kleinere behandelingen uitgevoerd, zoals het lijmen van enkele barsten, het vullen van spleten in het hout en het retoucheren van oude stootschade.”

© Brian Richardson

“Omwille van de complexiteit vormde de restauratie van deze antieke/hedendaagse vitrinekast een enorme uitdaging, maar dat maakte het resultaat des te bevredigender.”

Collection consultant Katrijn Van Bragt en restaurator Naomi Meulemans nemen je mee op reis naar Sudbury, Suffolk (UK) voor de installatie van de tentoonstelling Painting Flanders in Gainsborough’s House!

De kunstwerken kwamen veilig en wel aan in Sudbury

Katrijn en Naomi zorgden ervoor dat meer dan 40 meesterwerken van Emile Claus, Gustave Van de Woestyne, James Ensor, Rik Wouters en andere kunstenaars van de Latemse School veilig naar Sudbury konden reizen. Geen gemakkelijke taak in Brexit-tijden! Elk kunstwerk werd voor vertrek uitgebreid geanalyseerd en verpakt in een op maat gemaakte kist. Daarnaast werden alle douaneformaliteiten geregeld zodat de kunstwerken vlot naar het Verenigd Koninkrijk konden reizen.

Naomi en Katrijn dubbelchecken alles samen met scenograaf Lee Preedy

Na de oversteek van het kanaal en de aankomst in Sudbury werden de schilderijen en sculpturen grondig gecontroleerd om na te gaan of er tijdens het transport geen schade was ontstaan. Een gespecialiseerd team van art handlers installeerde elk kunstwerk onder het kritische oog van Naomi en Katrijn. Na het aanbrengen van labels, zaalteksten, het testen van de audiogids en het afstellen van de verlichting was de tentoonstelling eindelijk klaar om aan de wereld getoond te worden!

Het resultaat! © Hufton+Crow

Met Painting Flanders brengt The Phoebus Foundation het verhaal van een belangrijk stukje Vlaamse kunstgeschiedenis aan het eind van de 19de eeuw naar het Verenigd Koninkrijk. De tentoonstelling is een echte primeur: het is de allereerste tentoonstelling in de gloednieuwe tentoonstellingsruimte van Thomas Gainsborough’s House in Sudbury, Suffolk. Ontdek de unieke tentoonstelling nog tot 26 februari 2023!

Deze maand nemen we een kijkje achter de schermen van ons restauratie-atelier, waar een nieuwe Phoebus Fellow het team voor drie maanden komt versterken: Clara Bondia! Clara vertelt je graag meer over haar projecten bij The Phoebus Foundation:

“Enerzijds bestudeer ik en restaureer ik een Latijns-Amerikaans beeld van De Onbevlekte Ontvangenis uit de 18de eeuw, gecatalogiseerd als School van Quito, een van de meest prestigieuze namen in de koloniale beeldhouwkunst. De sculptuur is vervaardigd uit verguld, gestoofd en gepolychromeerd hout, en het snijwerk en de decoraties zijn van de hoogste kwaliteit.”

“Na een voorbereidende en analytische studie met behulp van x-ray fotografie ben ik begonnen met het stabiliseren van de picturale laag. Het beeldhouwwerk werd al eerder gerestaureerd en daarom is het interessant om na te gaan welke delen aangekleefd of overschilderd zijn geweest. Op die manier wordt de mate van interventie bepaald. Zodra de verflaag stabiel is, wordt het beeld selectief schoongemaakt en wordt er een deel van de overschildering verwijderd. Wanneer de restauratie klaar is, zal het stuk een betere esthetische lezing mogelijk maken.” 

“Anderzijds werk ik ook mee aan een interessant onderzoeksproject over het werk Muñecos (Poppen) van de Italiaans-Argentijnse kunstenaar Líbero Badii, een installatie van verschillende polychrome houtsculpturen met olie. Volgens de kunstenaar vertegenwoordigen zij “de figuur van de gemassificeerde hedendaagse mens en zijn behoefte aan vitale kosmische projectie, gematerialiseerd door de koorden die alle figuren verenigen”. Ik werk graag met hedendaagse kunst vanwege de grote uitdaging die zij vormt in de confrontatie met nieuwe technieken en nieuwe materialen.”

“Tijdens mijn verblijf bij The Phoebus Foundation zal ik ook kunnen meewerken aan de revisie van enkele andere werken uit de Latijns-Amerikaanse collectie moderne en hedendaagse kunst door het uitvoeren van conditierapporten en specifieke interventies. Uiteindelijk zullen de stukken klaar zijn om te reizen om bewonderd te kunnen worden. Het is fantastisch om samen te werken met een organisatie als deze, die met de best mogelijke middelen zorg draagt voor de conservatie en het onderzoek van elk stuk.”

Onze tentoonstelling Saints, Sinners, Lovers, and Fools in het Denver Art Museum komt dichterbij! Bij de voorbereidingen van zo’n grootschalig project komt echter heel wat kijken. Onze collega Laura Geudens neemt je graag mee achter de schermen.

“Aangezien ik een achtergrond heb in conservatie en restauratie, ondersteun ik voor deze tentoonstelling mijn collega’s bij het nakijken van de conditierapporten. Alvorens een kunstwerk naar een tentoonstelling vertrekt, wordt het namelijk aan een uitgebreide conditiecheck onderworpen. Via het conditierapport wordt nagegaan of de toestand van het werk overeenstemt met de verwachtingen. Voor mij was het bijzonder interessant om de collectie zilveren objecten te onderzoeken en te documenteren. Deze stukken reisden voor het eerst en kregen dus een volledig nieuw conditierapport.”

Arent van Bolten, Christus in de woestijn, ca. 1600-1610
De tweede afbeelding toont het schadebeeld waarop lichte aanloop van het zilver is aangeduid

“Een voorbeeld hiervan is Christus in de Woestijn, een zilveren plaquette van de hand van Arent van Bolten (1573-1633). Er werden schadebeelden opgemaakt van het stuk: afbeeldingen waarop met een kleurcode de voornaamste beschadigingen en/of aandachtspunten zijn weergegeven. Op basis van die afbeeldingen worden de specifieke noden van de objecten bepaald, met oog op de tentoonstelling. Voor dit stuk werd besloten om een viltlaag aan te brengen op de contactpunten tussen de steun en dit object, wat toelaat het stuk op een veilige manier verticaal te tonen.”

Deze maand hadden we de eer om Dr. Andrea Seim te verwelkomen in het restauratieatelier van The Phoebus Foundation! Dr. Seim is een wereldnaam op vlak van dendrochronologie: een wetenschappelijke methode om jaarringen of groeiringen van hout te achterhalen en te dateren. De uitzonderlijke kennis van Dr. Seim zorgt ervoor dat we de houten panelen van schilderijen kunnen identificeren en zo ook kunnen ontdekken wanneer een kunstwerk vervaardigd werd.

Aan de hand van een macrofoto wordt de breedte van de jaarringen gemeten. Deze plank maakt deel uit van het paneel van De annunciatie van Jef Van der Veken (1872-1964)

Tijdens haar verblijf in ons atelier onderzocht Dr. Seim het houten paneel van Maria met kind en twee putti in een bloemenkrans, dat omstreeks 1600 vervaardigd werd door Andries Daniels (actief 1599-1602) en Ambrosius I Francken (ca. 1544/45-1618). Dr. Seim benadrukte hierbij haar interesse in verschillende onderzoeksmethoden en het belang van onderzoek naar ecologische en klimatologische veranderingen doorheen de geschiedenis. Deze historische veranderingen zijn immers erg belangrijke ankerpunten bij de analyse van historisch en archeologisch hout. Naar aanleiding van Dr. Seims bezoek, organiseerde The Phoebus Foundation een kleine workshop omtrent onderzoek naar hout voor haar restauratoren.

Houtanatomische identificatie  van Aanbidding der Koningen van Simón Pereyns (1530-1589)

Ook onze deelcollectie Latijns-Amerikaanse kunst wordt onder handen genomen! Phoebus restaurator Naomi Meulemans neemt je graag mee achter de verflagen van Amorfe figuren van de Chileens kunstenaar Roberto Matta (1911-2002).

“Matta realiseerde dit werk  in 1940,  aan het begin van een baanbrekende periode in zijn carrière. Niet alleen zijn surrealistische werken maar ook zijn originele keuze voor materialen maakten van hem echt een vooruitstrevende modernist . Wist je dat hij voor Amorfe figuren zelfs gebruik maakte van fluorescerende pigmenten? Voor de Tweede Wereldoorlog was dit zeer ongebruikelijk in de kunstwereld! Na onderzoek blijkt dat Matta het pigment niet enkel voor een esthetisch, oplichtend effect gebruikte maar hiermee ook een diepere betekenis aan het schilderij gaf. Het werkje licht op bij UV (ultra violet) belichting en laat daardoor onderliggende figuren in structuren opflikkeren.”

Met normaal licht
Met UV-licht

“In 2016 onderzocht ik samen met restaurator Giovanna Tamà de verouderingseigenschappen van het fluorescerend pigment. Het resultaat was toch wel dramatisch: na vijftig jaar vertoonden de verfmonsters duidelijke verouderingsverschijnselen en na honderd jaar zou het fluorescerend effect zelfs volledig verdwenen zijn. Dit willen we uiteraard vermijden! Daarom is het belangrijk om het kunstwerk zo veel mogelijk af te schermen van sterke UV-straling. We kozen voor een aangepaste retoucheermethode en een speciale lijst. Om de fluorescerende lagen te beschermen maar ze soms toch ook te kunnen bewonderen zorgden we voor een lichtschakelaar aan de lijst om het werk gecontroleerd van UV-licht te kunnen voorzien. Zo creëerden we meteen ook een bijzonder verrassend effect voor de toeschouwer!”

Je hebt het misschien al gemerkt… onze bruikleenwerking staat niet stil! Meer nog, sinds het einde van de (ergste) coronapandemie hebben we bijzonder veel kunstwerken die aan een korte of langere reis beginnen om gepresenteerd te worden in binnen-en buitenland. Gelukkig zijn Collection Consultant Katrijn Van Bragt en restaurator Anke Van Achter er om alles in goede banen te leiden!

Katrijn Van Bragt en Anke Van Achter

“Van Los Angeles tot Mechelen, van Oude Meesters tot albasten sculpturen, … de variëteit aan kunstwerken die in bruikleen worden gevraagd is enorm! Ook de instellingen die beroep doen op onze collectie zijn bijzonder divers: van historische kerken tot hypermoderne musea. Elke bruikleenaanvraag vraagt dan ook om een unieke aanpak.”

Restaurator Carlos González Juste neemt Suzanna en de ouderlingen van Jan Massys onder handen

“Eerst bekijken we of het aangevraagde kunstwerk in kwestie beschikbaar is tijdens de gevraagde periode en of het object mag reizen en in de instelling gepresenteerd mag worden. Alles hangt immers af van de fragiliteit van het kunstwerk en de omstandigheden van de instelling. Is de ruimte geklimatiseerd en veilig? Vraagt het object om extra transport- of installatievereisten zoals een klimaatbox of schokdempende kist? Sommige werken krijgen zelfs een heuse restauratiebehandeling om helemaal tentoonstellingsklaar te kunnen vertrekken.”

 Heilige Barbara en Karel V in hun op maat gemaakte verpakking
 

“Nadat alle afspraken met de bruikleennemer en de transportfirma gemaakt zijn, maken we een uitgebreid conditierapport op. Eens ingepakt en ingeladen in de vrachtwagen is het zover: de reis kan beginnen!”

Maak kennis met onze nieuwe Phoebus Fellow: Alexandra Taylor!  Helemaal uit Nieuw-Zeeland vervoegde Alexandra in april ons restauratorenteam. Ze zal hen drie maanden lang assisteren bij diverse projecten.

Alexandra mocht meteen beginnen met de behandeling van Jan Miel’s Feestend volk op een kermis in Prati, buiten de muren van Rome, met de Basilica di San Pietro en de Monte Mario in de achtergrond. Het werk werd vervaardigd in opdracht van Marchese Tommaso Raggi (1595/6-1679), omstreeks 1650.

Tijdens de behandeling, na vernisafname

“De grondige analyses en het technisch onderzoek die vooraf gaan aan een restauratiebehandeling  vind ik razend interessant! Het is de manier om dichter bij de meester te komen en zijn materialen en technieken te ontdekken.  Het zijn vaardigheden die ik graag verder wil ontwikkelen. The Phoebus Foundation zet sterk in op deze analyses en dus is het voor mij een geweldige kans om enkele maanden mee te werken in het Phoebus atelier. Dankzij infraroodreflectografie heb ik bijvoorbeeld inscripties en pentimenti ontdekt in het schilderij van Jan Miel,  die bij normaal licht nauwelijks zichtbaar en dus veel moeilijker te begrijpen zijn!”

Ontdekking van pentimenti met daglicht, bewerkt in photoshop

“De restauratiebehandeling is geen sinecure! Niet alleen worden donkere vernislagen en overschilderingen weggenomen, ook de drager wordt volledig aangepakt. Het zal er binnenkort veel kleurrijker en stabieler uitzien!”

Benieuwd naar het eindresultaat van Alexandra’s restauratiebehandeling? Blijf onze website, nieuwsbrief, Instagram en Facebook in de gaten houden!

Een kleine maand geleden opende Zot van Dimpna te Geel! Projectcoördinator Niels Schalley vertelt je graag meer over het reilen en zeilen achter de schermen van deze fascinerende tentoonstelling:

“Met twee jaar vertraging omwille van Covid-19 was het fantastisch om de tentoonstelling eindelijk naar de Sint-Dimpnakerk in Geel te kunnen brengen. We keken dan ook reikhalzend en vol spanning uit naar de installatie van het Dimpna-altaarstuk op deze unieke plek. Dankzij de Crazy about Dymphna expo in Tallinn hadden we de hele opbouw al eens uitgevoerd en hadden we het volste vertrouwen dat alles vlot zou verlopen.”

“Met twee jaar vertraging omwille van Covid-19 was het fantastisch om de tentoonstelling eindelijk naar de Sint-Dimpnakerk in Geel te kunnen brengen. We keken dan ook reikhalzend en vol spanning uit naar de installatie van het Dimpna-altaarstuk op deze unieke plek. Dankzij de Crazy about Dymphna expo in Tallinn hadden we de hele opbouw al eens uitgevoerd en hadden we het volste vertrouwen dat alles vlot zou verlopen.”

“In tegenstelling tot de locatie in Tallinn, de ontwijde Niguliste kerk, is de Sint-Dimpnakerk nog wel actief. Dit is een enorm voordeel aangezien het Dimpna-altaarstuk op die manier huist tussen de vele verborgen kunstschatten in een van de mooiste kerken van Vlaanderen. De acht panelen van het altaarstuk zijn zo opgesteld dat ze een echte ommegang vormen. Bijhorende sokkels met video’s vertellen razend interessante weetjes en emotionele getuigenissen. Op die manier ontluikt het verhaal van de heilige Dimpna in al haar glorie en facetten.”

Benieuwd? Reserveer snel je ticket voor slechts één euro!

Titania Hess en Laura Guilluy nemen je mee achter de schermen van het Phoebus restauratieatelier!

Jacob Jordaens, Triomferende Christus en de negen boetelingen (voor restauratie), ca. 1635-40
Na verwijdering vernislaag en reiniging van de verflaag
 

“Jordaens’ Triomferende Christus en de negen boetelingen onderging een volledige restauratie! Aangezien het schilderij bij een eerdere behandeling bedoekt was geweest, bevond het doek zich in uitstekende staat. De restauratiebehandeling bestond dan ook voornamelijk uit het verwijderen van een geoxideerde vernis en aangekoekte aarde. Met zachte oplosmiddelen en waterige gels slaagden wij erin de originele verflaag en haar verbluffend kleurenpalet bloot te leggen. Enkele retouches en twee vernislagen waren de laatste handelingen van onze restauratie.”

Ma-XRF scan
Aanduiding belangrijkste zones met gewijzigde composities

“Voorafgaand aan onze behandeling werd het schilderij onderworpen aan een uitgebreide studie, uitgevoerd door Phoebus hoofdrestaurator Sven Van Dorst.  Met behulp van technische analyses zoals MA-XRF scans werden verschillende wijzigingen in de compositie ontdekt, waarschijnlijk als gevolg van veranderingen in de afmetingen van het doek.

Wat bleek? Jordaens schilderde een eerste compositie op een minder breed doek maar vergrootte het schilderij na verloop van tijd, waardoor hij de uiteindelijke compositie kon realiseren. Jordaens was niet aan zijn proefstuk toe: ook bij andere schilderijen die toegeschreven worden aan de Antwerpse meester konden zulke vergrotingen teruggevonden worden. Deze analyses en bevindingen zijn van cruciaal belang om de techniek van de Antwerpse grootmeester beter te begrijpen!”

Na restauratie

Ook in 2022 gaan we van start met boeiende restauratieprojecten in het atelier van The Phoebus Foundation! Naomi Meulemans, restaurator van de moderne en hedendaagse deelcollecties, overziet de restauratie campagne van de installatie Los Muñecos, vervaardigd in 1916 door Italiaans – Argentijnse kunstenaar Libero Badii (1916 – 2001).

Libero Badii, een van de Los Muñecos, 1916

Los Muñecos ofwel De poppen is een indrukwekkende installatie van 14 houten beschilderde sculpturen van bijna 5 meter hoog. De instabiliteit van het hout en de drastische afschilfering van de verflagen vragen om een uitvoerige restauratie.

Elke pop draagt een titel die verwijst naar een maatschappelijke personificatie. Net zoals in de maatschappij waarin we met elkaar verbonden staan, worden ook deze sculpturen met elkaar in de ruimte verbonden door een kabel. Bovendien worden ze ook samengehouden door een ‘Tablero’, symbool voor de draaischijf van geluk.

Installatiemaquette en draaischijf

Reeds in 2017 startte restaurator Naomi deze campagne met een vooronderzoek, samen met  restaurator en specialist hedendaagse kunst Frederika Huys. Aanvullend werd een materiaalanalyse uitgevoerd in het atelier. Met verrassend resultaat: x-ray fotografie toont aan dat de huidige schade deels een gevolg is van het vervaardigingsproces! Samen met restaurator Giovanna Tamà en het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium (KIK-IRPA) wordt de zoektocht naar de problematiek achter de verfafschildering verdergezet. Dit alles zal leiden tot een deontologisch verantwoorde restauratie en onderzoekspublicatie in 2022.

Wordt vervolgd!

Zoals gebruikelijk bij de The Phoebus Foundation gaan restauratie en onderzoek hand in hand. Een mooi voorbeeld daarvan is Onze-Lieve-Vrouw van de Kandelaar, een anoniem Peruviaans doek uit de 18e eeuw, dat tot de collectie Latijns-Amerikaanse kunst uit de koloniale periode behoort. Conservator Carlos González Juste geeft meer uitleg over de behandeling en het onderzoek van dit fascinerende werk.

Anoniem, Onze-Lieve-Vrouw van de kandelaar, 18de eeuw (voor de behandeling)

“Dankzij de dunne verflaag konden we met het blote oog al zien dat er zich een vroegere schildering onder de compositie zou bevinden. Technische studies (IRR-fotografie, röntgenfoto’s, MA-XRF-scanning en houtanalyse) bevestigden onze vermoedens en legden het bestaan van een volledig afgewerkt schilderij eronder bloot!”

Verwijdering van vernis en overschilderingen

“Met de behandeling en het onderzoek van Onze-Lieve-Vrouw van de Kandelaar trachten we niet alleen de fysieke integriteit van het kunstwerk te bewaren en het vroegere kleurrijke en delicate uiterlijk te herstellen. We vergroten ook onze kennis over de technieken, materialen en gewoonten van de 17de- en 18de-eeuwse schilderspraktijken in Peru.”

Detail bij normaal licht (links) en de röntgenopname van hetzelfde gebied (rechts)

Voor de tentoonstelling James Ensor in Kunsthalle Mannheim (DL) reisde restaurator Naomi Meulemans in 2021 als koerier naar Duitsland om te helpen bij de installatie van maar liefst 5 kunstwerken die The Phoebus Foundation voor dit project in bruikleen gaf.

Het werk van de Belgische kunstenaar James Ensor (1860-1949), de beroemde “schilder van maskers”, is diepgeworteld in de geschiedenis van de Kunsthalle Mannheim. Reeds in 1928 werd de schilder daar in een solotentoonstelling gevierd als een belangrijke en uitzonderlijke hedendaagse kunstenaar. De tentoonstelling die in juni 2021 opende concentreerde zich op Ensors beroemde zelfportret-masker-dood-stillevenmotieven, die een belangrijke plaats in zijn oeuvre opeisen.

James Ensor, Geraamten in travestie, 1894

Omwille van de Covid-19 restricties was het een hele uitdaging voor onze koerier om aanwezig te kunnen zijn. Naomi is er echter in geslaagd om de installatie van alle 5 de kunstwerken te overzien en een aangepast en correct klimaat in de museumzalen te garanderen – een absolute vereiste voor deze waardevolle en fragiele kunstwerken.

Phoebus Fellow Anna Rota (IT) neemt je mee achter de schermen van haar restauratieproject bij The Phoebus Foundation:

“Ondanks het kleine formaat (25 x 25 cm) trekt dit schilderij uit het atelier van Joos Van Cleve (1485-1541) meteen onze aandacht. De ongebruikelijke ruitvormige drager lijkt uniek te zijn in het oeuvre van de kunstenaar en roept vragen op over de verspreiding van ruitvormige schilderijen in de Renaissance schilderkunst.”

Joos Van Cleve (atelier), Maria met Kind en een peer, ca. 1530
Voor behandeling, ingelijst

“De gezichtstonen, met een uitzonderlijk zachte overgang tussen licht en donker, doen denken aan het “sfumato” van Leonardo Da Vinci. De kunstenaar had bijzonder veel aandacht voor details en gebruikt hiervoor verschillende materiële trucjes: kijk maar naar de dikte van de kleurlaag van de parels in het haar van Maria of de plooien van de witte sluier langs haar halslijn. Het haar van Maria en de gezichten en handen zijn dan weer met zeer dunne penseelstreken weergegeven.”

Onderschildering, detail zichtbaar aan de randen

“Na het verwijderen van vernis en retouches kwamen de prachtige kleuren van de gezichtstonen weer naar boven, evenals sommige details die voorheen minder zichtbaar waren. Dankzij de restauratie hebben we ons kunnen verdiepen in de schildertechniek van Van Cleve en zijn atelier.”

Na reiniging en verwijdering van vernis

Kunsthistorica Anne-Rieke van Shaik (NL) focuste tijdens haar fellowship op de deelcollectie topografie en cartografie. Anne-Rieke vertelt je graag meer over de inhoud van haar Phoebus Fellowship:

 “Ik ben gebeten door vroegmoderne media, de narratieve kwaliteiten van cartografie, en de verwevenheid van kaarten, boeken en prenten in deze periode. Als lid van het Explokart Research Programme on the History of Cartography (Universiteit Amsterdam) werk ik aan diverse projecten zoals een cartografische database en een handboek rond historische cartografie.”

“Tijdens mijn Phoebus Fellowship onderzocht ik de grote verscheidenheid aan objecten uit de rijke deelcollectie topografie en cartografie; variërend van zeekaarten, militaire nieuwskaarten, stadsgezichten en vroege wereldkaarten tot gekleurde atlassen, reisboeken en globes. Ik inventariseerde de voorwerpen verder en verbeterede en vulde de catalogusbeschrijvingen aan. De opvallende resultaten en schatten van de collectie zullen later gepresenteerd worden aan een breder publiek, bijvoorbeeld in de vorm van een tentoonstelling of publicatie.”

Anoniem, ‘Veroveringh van Thienen’, na 1635
Johannes Van Keulen, ‘De Groote Nieuwe Vermeerderde Zee-Atlas ofte Water-Werelt’, 1688

Wat vliegt de tijd! Na meer dan zeven maanden namen we eind november 2021 afscheid van de stad Tallinn, waar we de tentoonstellingen From Memling to Rubens en Crazy about Dymphna in het Kadriorg Museum en het Niguliste Museum toonden. Wat was het een bijzondere eer om voor de eerste keer ooit naar het buitenland te reizen met onze omvangrijke collectie oude meesters! Wij zijn onze partners in Estland dan ook uitermate dankbaar voor deze unieke opportuniteit. Wegens hun grote succes werden beide tentoonstellingen met een maand verlengd zodat de bezoekers nog langer konden genieten van deze topstukken. Begin december 2021 reisde het team van The Phoebus Foundation naar het sneeuwachtige Tallinn om de afbouw in goede banen te leiden en de kunstwerken terug thuis te brengen.

Geen goeie collectieregistratie en mooie boeken zonder perfecte foto’s. Neem een blik achter de schermen van onze fotostudio waar onze fotografen diverse kunstwerken vastleggen met hun lens. Michel vertelt je graag meer over deze boeiende en uitdagende taak.

Verschilt de fotografie van kunstobjecten veel van andere fotografiegenres?

“Kunstfotografie is toch een specialisatie op zich. Veel mensen denken dat je gewoon een schilderij of sculptuur voor een witte achtergrond zet, op een knopje drukt en that’s it. De realiteit is veel complexer. De fotografie van kunstobjecten is enorm technisch omwille van de grote materiële diversiteit van de kunstwerken. Een glazen vaas, een manuscript of een schilderij vragen elk bijvoorbeeld om een totaal andere opstelling en belichting. Bovendien moeten deze tijdens de opnames voortdurend bijgesteld worden. In tegenstelling tot bijvoorbeeld modeshoots, waarbij het licht quasi ongewijzigd blijft en het model verschillende poses aanneemt om zo goed mogelijk in beeld te komen, is het bij kunstfotografie de fotograaf die moet spelen met licht en schaduw. Het kunstwerk beweegt niet hé (lacht). Het is telkens opnieuw een vraagstuk dat opgelost moet worden.”

Michel in actie

Vanwaar je interesse en specialisatie in kunstfotografie?

“Ik ben er eigenlijk toevallig ingerold! Een van mijn eerste opdrachten was de fotografie van twee terracottavazen uit de Dominicaanse Republiek voor een advertentie. Sindsdien heb ik voor verschillende instellingen gefotografeerd en heb ik meegewerkt aan diverse projecten. Al die jaren later vind ik het nog steeds enorm verrijkend. Er passeert een enorm breed scala van objecten voor mijn lens en ik kan de kunstvoorwerpen ook langs alle kanten bekijken. Ik ontdek vaak verrassende details!”

Welke objecten fotografeer je het liefst?

“Zonder twijfel sculpturen. In de meeste gevallen zijn ze langs alle kanten uitgewerkt, alsof de beeldhouwer wil dat je er rond kan lopen. Als fotograaf ga ik dan steeds op zoek naar de beste hoek om het kunstwerk zo dynamisch mogelijk weer te geven. Het is een echt experiment met licht en schaduw.”

Ontdek de bijzondere deelcollectie Maritiem en Logistiek Erfgoed van The Phoebus Foundation! Een enthousiast team van vrijwilligers staat in voor het dagelijks reilen en zeilen van deze buitengewone verzameling. Als gepensioneerde havenarbeiders en/of erfgoedliefhebbers kennen zij deze collectie van historische stootwagens, tractors, monster-, meet- en weegtoestellen op hun duimpje. Wekelijks verzamelen zij in het depot Argentin in Antwerpen Noord waar zij samen werken aan het onderhoud en ontsluiting van de verzameling. 

Vrijwillers aan het werk aan de Antigoonkraan

Een dag bij het havenerfgoed begint voor sommigen al voor de dageraad. Vrijwilliger Juul, de vroege vogel van de groep, is meestal vanaf zes uur ’s ochtends in de weer. Eén na één komen collega’s de groep vervoegen. Omstreeks half negen wordt er kort bijgepraat met een tas koffie en wordt het plan van de dag besproken. Het vrijwilligersteam kan putten uit een zeer diverse achtergrondgeschiedenis van zijn leden die elk vanuit hun eigen expertise een belangrijke schakel binnen de groep vormen. Zo zijn Juul en Roger de lasspecialisten van dienst, kan Freddy aardig wat sleutelen en weet Fred nagenoeg alles van elektrotechniek. Deze diversiteit heeft als voordeel dat tegelijkertijd gewerkt kan worden aan verschillende grote projecten. Een belangrijk aspect van hun takenpakket is de conservatie van zeldzame erfgoedobjecten. “Het huidige grote project waar we aan bezig zijn is de Antigoonkraan”, weet vrijwilliger Fred ons te vertellen. “Het is een havenvoertuig van begin jaren 50, hoogstwaarschijnlijk is zij de laatste in zijn soort. Het vele mechanische werk is ondertussen achter de rug, met veel geduld en moeite. Zonder enig plan of vorm van documentatie, bleek dit geen eenvoudige klus te zijn. Gelukkig kunnen we rekenen op het vakmanschap en de expertise van onze teamgenoten om samen deze problemen op te lossen.”

De vrijwilligers in actie

In kleine groepjes wordt er naarstig verder gewerkt. Schilderen, schuren, lassen, restauratie van alle mogelijke gereedschappen, … voor je het weet is het tijd voor een welverdiende koffiepauze waar naar goede gewoonte herinneringen uit ‘de goeie oude tijd’ worden bovengehaald. ”Dit is belangrijk”, zo getuigt Harry, de Benjamin van de groep: “Na een carrière van 43 jaar in de havenwereld als commerciële manager ben ik blij dat ik sinds mijn pensioen hier terecht kon. Ik ben altijd geïntrigeerd geweest door geschiedenis en hier bij het Logistiek en Maritiem Erfgoed kan ik mijn steentje bijdragen. Mijn technische kennis is eerder beperkt, maar hier kan ik gelukkig werken aan het grootschalige waarderingsproject van de collectie. Elk object wordt zorgvuldig opgemeten, gecatalogeerd en gefotografeerd. Sommige stukken zijn werkelijk uniek en kennen een uitzonderlijke geschiedenis, wat mij steeds weer weet te fascineren. De vele verhalen en boeiende anekdotes brengen de stukken weer tot leven.” Dezelfde passie en motivatie wordt ook gedeeld door de rest van de groep.

De technische know-how van de vrijwilligers komt goed van pas

Doorheen de jaren werden meerdere grootschalige conservatieprojecten afgewerkt. Voor vrijwilliger Martin is dit van essentieel belang. “Ons doel is om hiermee het maritiem erfgoed te bewaren en te behouden voor de volgende generaties. De Antwerpse haven en haar arbeiders zijn wereldwijd bekend vanwege hun vakwerk en professionaliteit. Helaas gaat deze geschiedenis snel verloren. De generatie waarvan ik de stiel leerde is nu tussen de 75 en 91 jaar oud. Handelingen en gereedschap van toen worden niet meer gehanteerd. We zien het dan ook als onze taak om dit belangrijk erfgoed door te geven aan de volgende generaties. Door onze inzet hier in magazijn Argentin hopen we dit te kunnen verwezenlijken.”

De diversiteit aan collectiestukken is enorm!

Tot ongeveer 12 uur wordt er verder gewerkt aan de verschillende projecten bij het havenerfgoed. Tijd voor de welverdiende ‘schaft’. Vaak is het vrijwilliger Jacques, jarenlang scheepskok geweest, die de rest van de groep verrast met soep of een warme maaltijd. Aan tafel worden niet zelden oude herinneringen opgehaald waarbij talrijke anekdotes uit het havenleven de revue passeren. Samen dromen zij ook over de toekomst. “Hopelijk kunnen we binnenkort onze deuren weer openen voor groepen. Op deze manier zouden we onze passie, maar vooral ook deze bijzondere collectie, terug kunnen delen met het grote publiek.”

Kijk mee achter de schermen naar de restauratiebehandeling van een van de oudste olieverfschilderijen uit de collectie van The Phoebus Foundation. Daterend uit ca. 1418-25 is het kunstwerk nog ouder dan het befaamde Lam Gods van de gebroeders van Eyck (1432). Bestaande uit vier panelen, gewijd aan de Maagd Maria, maakte het oorspronkelijk wellicht onderdeel uit van een groter altaarstuk.

Onbekende meester, Vier panelen met scènes uit het leven van de maagd Maria (voor restauratie), ca. 1418-1425

Wie goed kijkt ziet dat de kunstenaar al erg vooruitstrevend was door schaduw af te beelden bij zijn figuren waardoor ze een driedimensionaal karakter krijgen. Een technische slagschaduw ontbreekt echter nog, wat aangeeft dat we ons op een belangrijk kantelpunt in de Westerse kunstgeschiedenis bevinden. Om die reden werd er recent voor gekozen om een uitgebreide conservatiebehandeling op te starten. Tijdens de restauratie hopen we meer te weten te komen over de geografische herkomst van de panelen en over de gebruikte methoden en materialen van de schilder.

Mechanische reiniging van de verflagen

Bij aanvang van de restauratie bleek dat zowel de uitvoering als de vergulding op het paneel zich in een goede staat bevinden. De behandeling voorziet vooral het verwijderen van verouderde vuillagen zodat de sprankelende kleuren terug vrij gelegd kunnen worden. Het schilderij in zijn geheel, maar vooral de verguldingen, zijn erg fragiel, waardoor bijzondere voorzichtigheid geboden is. Door middel van metalen priemen of pons maakte de kunstenaar in de 15de eeuw kleine indrukken in het bladgoud om zo de florale motiefjes in de hemel te bekomen die dit werk zo bijzonder maken. Deze motiefjes werden tijdens de restauratiebehandeling eindelijk terug zichtbaar doordat opgehoogd vernis en vuil eruit verwijderd werden. 

Detail van het reinigen van het ponsmotief

De conservatiebehandeling wordt verspreid over drie jaar en wordt uitgevoerd door Sven Van Dorst, hoofd van het restauratieatelier van The Phoebus Foundation, in samenwerking met Hilde Weissenborn, zelfstandig restaurator gespecialiseerd in de behandeling van 15de en 16de-eeuwse Vlaamse meesters.

Restauratoren Hilde en Sven aan het werk

Speciaal voor Thuis bij Jordaens ondergingen verschillende werken van Jacob Jordaens een uitgebreide restauratiebehandeling. Restauratoren Jill en Ellen Keppens nemen je mee achter de verflagen van Slapende Antiope benaderd door Jupiter (1660).

Voor restauratie

“Dit schilderij deed ons denken aan een oude bekende! Een paar jaar geleden restaureerden we een haast identieke schone slaapster van Jordaens; Psyche. Deze keer gaat het om Antiope, vergezeld door Jupiter die vermomd als sater, het doek van haar lichaam afneemt.”

Tijdens restauratie

“Jordaens en zijn tijdgenoten hielden van dit erotische thema en vooral van het contrast tussen Antiope’s porseleinen naakte huid en de lelijkheid van Jupiter. Deze tegenstelling geraakte echter helemaal bedekt onder een dikke vernislaag. Tijdens de afname van de vernis en de oude retouches kwamen niet alleen de prachtige kleuren maar ook Jordaens’ schetsmatige techniek terug aan het licht. De vleugels van de arend zijn met een paar vlotte borstelstreken van verdunde bruine verf geschilderd, waaronder de grijze kleur van de grondlaag doorschemert. In zijn veren bracht Jordaens nog enkele felblauwe dikke toetsen aan.”

Na restauratie

“Deze schetsmatige zones en het eerder beperkte formaat doen twijfelen aan het doel van dit schilderij. Was het een afgewerkt schilderij? Onderdeel van een uitgewerkte voorstudie? Of diende het als voorbeeld voor een klant?”

Hoe dan ook: dit schilderij is terug thuis bij Jordaens in het Frans Hals Museum te Haarlem!