Achter de schermen Archives - The Phoebus Foundation

In het restauratieatelier van The Phoebus Foundation maken we kennis met Maron Zwakman, junior restaurator. In haar rol waakt zij over de bruiklenen van de stichting, een verantwoordelijkheid die de voorbije jaren alleen maar is toegenomen. Steeds meer kunstwerken uit de collectie reizen stad en land af om in binnen- en buitenlandse musea aan het publiek te worden gepresenteerd. Soms gaat het om een select aantal werken, in andere gevallen om volledige tentoonstellingen. Recente voorbeelden zijn Saints, Sinners, Lovers, and Fools in het Royal Ontario Museum in Toronto, Garden of Delights. The Seventeenth-Century in Bloom in he Kadriorg Art Museum in Tallinn en de recent aangekondigde tentoonstelling Wonders of the World – From Maps to Masterpieces, die eind 2026 opent in het National Museum of Oman.

Junior restaurator Maron Zwakman werkt in het restauratieatelier van The Phoebus Foundation aan een schilderij, omringd door kunstwerken in behandeling.

Voorbereiding tot in detail

Voordat een kunstwerk op reis kan vertrekken, doorloopt het een zorgvuldig en gelaagd traject. Een eerste stap is nagaan of het object in kwestie überhaupt kan reizen en of de omstandigheden bij de ontvangende instelling geschikt zijn. Vervolgens wordt tot in detail bekeken wat het kunstwerk nodig heeft om veilig vervoerd en tentoongesteld te worden. Dat kan betekenen dat een inlijsting moet worden aangepast, dat een speciaal voetstuk wordt ontworpen voor voldoende ondersteuning, of dat een klimaatbox noodzakelijk is. In sommige gevallen gaat hier ook een restauratiebehandeling aan vooraf.

Junior restaurator Maron Zwakman voert een mechanische oppervlaktereiniging uit op een schilderij in het restauratieatelier van The Phoebus Foundation.
Mechanische oppervlaktereiniging met scalpel

Een essentieel onderdeel van deze voorbereiding is het conditierapport, waarin de toestand van elk object nauwkeurig wordt vastgelegd. Zo kunnen eventuele veranderingen tijdens transport of tentoonstelling meteen worden opgemerkt en opgevolgd.

Een concreet voorbeeld: Jean Brusselmans in Brussel

Momenteel bereidt Maron een schilderij van Jean Brusselmans voor op een tentoonstelling in BOZAR, die in oktober 2026 opent. Het werk vraagt bijzondere aandacht door fragiele, opstaande verfschilfers en een vervuild verfoppervlak. Via een zorgvuldige oppervlaktereiniging en het consolideren van de verfschilfers wordt het schilderij opnieuw gestabiliseerd, zodat het straks veilig en in optimale conditie aan het publiek kan worden gepresenteerd.

Jean Brusselmans, Kerk van Dilbeek (1929), schilderij met gestileerd dorpsgezicht en kerk, gefotografeerd tijdens conservering.
Jean Brusselmans, Kerk van Dilbeek, 1929
Detailopname van oppervlaktevuil op het schilderij Kerk van Dilbeek (1929) van Jean Brusselmans.
Oppervlaktevuil
Detailopname van opstaande verfschilfers in het schilderij Kerk van Dilbeek (1929) van Jean Brusselmans.
Opstaande verfschilfers

Zorg bij terugkeer

Ook na afloop van een tentoonstelling blijft de zorg voor de kunstwerken centraal staan. Eind januari 2026 liep Tuin der Lusten af in het Kadriorg Art Museum. Voor deze tentoonstelling reisden Maron en haar collega’s naar Estland om de deïnstallatie van ongeveer 300 objecten te begeleiden, variërend van schilderijen en textiel tot taxidermie.

Tentoonstellingsopstelling met mannequins in bloemrijke historische kostuums, opgesteld in vitrines tijdens de presentatie van een museumtentoonstelling.
Installatiezicht met historische kostuums tijdens de tentoonstelling Garden of Delights in Tallinn
Museumopstelling tijdens de-installatie, met een ladder geplaatst naast vitrines met taxidermie en natuurhistorische objecten.
Afbouw van de tentoonstelling Garden of Delights
Museum team preparing artworks on tables inside an ornate historic gallery during exhibition installation.

Ter plaatse werd de balans opgemaakt en bekeken welke werken bij terugkeer naar het depot extra aandacht nodig hadden. Zo werd ervoor gezorgd dat elk kunstwerk, ook na een intensieve reis en presentatie, opnieuw veilig en in optimale staat kon worden opgeborgen.

Achter elke tentoonstelling en elk bruikleen schuilt een zorgvuldig proces dat zich grotendeels achter de schermen afspeelt. In het restauratieatelier van The Phoebus Foundation wordt ervoor gezorgddat kunstwerken veilig kunnen reizen, verantwoord worden getoond en na afloop opnieuw in optimale staat worden bewaard. Zo blijft de collectie, waar ter wereld ze ook wordt gepresenteerd, met dezelfde zorg behandeld.

Het restauratieatelier van The Phoebus Foundation beschikt sinds kort over een nieuwe aanwinst: een hitte- en lagedruktafel. Deze verruimt de mogelijkheden binnen restauratiecampagnes aanzienlijk en ondersteunt tegelijk een aanpak die inzet op minimale interventie en maximale controle.

Hitte- en lagedruktafel in het restauratieatelier van The Phoebus Foundation, gebruikt voor gecontroleerde conserveringsbehandelingen met minimale interventie.

Aangezien het restauratieteam voortdurend werkt aan uiteenlopende behandelingen van kunstwerken, kan de hitte- en lagedruktafel een betekenisvolle rol spelen. Om het gebruik en de mogelijkheden ervan zorgvuldig te verkennen, werd een workshop georganiseerd waarin de restauratoren inzicht kregen in de werking, toepassingen, voordelen en aandachtspunten, met het oog op een weloverwogen inzet in de praktijk.

Voor deze gelegenheid reisde Davide Riggiardi vanuit Italië naar het restauratieatelier van The Phoebus Foundation voor een driedaagse workshop. Daar deelde hij zijn expertise over de toepassingen en mogelijkheden van de hitte- en lagedruktafel.

Prof. Riggiardi doceert schilderijenrestauratie aan de Academie voor Schone Kunsten in Palermo en restauratie van hedendaagse kunst aan de Academie voor Schone Kunsten in Brera. Daarnaast is hij actief als restaurator in zijn eigen atelier in Milaan, waar hij zich toelegt op conserverende restauratie en minimale interventie.

Workshop in het restauratieatelier van The Phoebus Foundation, waarbij deelnemers rond een tafel luisteren naar een theoretische toelichting over restauratietechnieken, met een projectie van een hitte- en lagedruktafel op de achtergrond.
De workshop werd gestart met een theoretische toelichting door Professor Davide Riggiardi

Het principe van de tafel steunt op een geperforeerd werkblad dat een gelijkmatige luchtverdeling mogelijk maakt. Wanneer een schilderij op de tafel wordt geplaatst en afgedekt met een laag Melinex (polyesterfolie), zuigt een vacuumpomp de lucht onder het object weg en ontstaat een lage druk. Het schilderij wordt daardoor voorzichtig naar beneden getrokken, wat zorgt voor een gelijkmatige spanning over het volledige oppervlak, zonder directe druk op de verflaag. In tegenstelling tot het gebruik van gewichten blijft de ingreep zo gecontroleerd en uiterst subtiel.

Praktijkoefeningen tijdens een restauratieworkshop bij The Phoebus Foundation, waarbij mock-ups van papier met poederige verf worden geconsolideerd met en zonder lagedruktafel, met gebruik van verschillende adhesieven en applicatietechnieken.

Een van de practica bestond uit het vergelijken van consolidaties uitgevoerd op mock-ups, zowel met als zonder gebruik van de lagedruktafel. Beide mock-ups waren vervormd en vertoonden dezelfde poederige verfschilfers. Zeven verschillende adhesieven werden op uiteenlopende manieren op het oppervlak aangebracht: met een penseel, een tissue en een spuitpistool.

De eerste observaties toonden aan dat bij consolidaties op de lagedruktafel het oplosmiddel sneller verdampte en dieper en gelijkmatiger in de lagen doordrong. Zonder lagedruk traden daarentegen kringvorming en vervorming op, wat wijst op een ongelijkmatige lijmverdeling en een minder effectieve consolidatie in de diepte.

Randdoublage van een canvas tijdens een restauratieworkshop bij The Phoebus Foundation, uitgevoerd op een hitte- en lagedruktafel om gecontroleerd te drogen, spanning te verminderen en thermoplastische lijmen nauwkeurig toe te passen.

Naast consolidatie kwam tijdens de workshop ook de uitvoering van randdoubleringen op de hitte- en lagedruktafel aan bod. Deze relatief minimale en, afhankelijk van de gekozen lijm, reversibele ingreep versterkt verzwakte canvasranden en maakt heropspannen mogelijk, terwijl de lagedrukfunctie een gecontroleerde droging zonder gewichten toelaat en directe druk op de verflaag vermijdt. Door verhoging van de temperatuur kunnen bovendien thermoplastische lijmen worden toegepast.

De restauratoren experimenteerden met verschillende lijmen, waaronder Plextol© en BEVA® 371, en met uiteenlopende applicatietechnieken. Ook de verschillende functies van de tafel werden getest tijdens het aanbrengen van randdoubleringen: zowel onder lage druk als bij verhoogde temperatuur.

Detailopnames van randdoublage tijdens een restauratieworkshop bij The Phoebus Foundation, waarbij verdikte Plextol® met een muskietennet wordt aangebracht op canvas om een gelijkmatige, sterke hechting te creëren onder gecontroleerde druk en temperatuur.

Het aanbrengen van verdikte Plextol© met behulp van een muskietennet resulteert in een schaakbordpatroon. Deze gelijkmatige verdeling zorgt voor een sterkere en uniforme adhesie tussen het originele canvas en de randdoublering.

Aanbrengen en positioneren van een randdoublage aan de achterzijde van een schilderij tijdens een restauratieworkshop bij The Phoebus Foundation, gevolgd door gecontroleerd drogen onder lage druk om de picturale laag zoveel mogelijk te ontzien.

De randdoublering wordt eerst in positie gebracht aan de achterzijde van het schilderij. Vervolgens wordt het schilderij omgedraaid en onder lage druk geplaatst om gecontroleerd te drogen. De druk wordt daarbij aan de onderzijde van het schilderij gegenereerd, terwijl de picturale laag zoveel mogelijk ongemoeid blijft.

Restauratoren en deelnemers rond schilderijen op ezels een gezamenlijke bespreking en evaluatie van restauratie-ingrepen houden.

Deze voorbeelden vormen slechts een kleine greep uit de toepassingen van de hitte- en lagedruktafel. Een volledige dag werd besteed aan het bespreken van verschillende casestudy’s uit restauraties die momenteel in het restauratieatelier van The Phoebus Foundation worden uitgevoerd. De restauratoren gingen in gesprek met elkaar en met professor Davide Riggiardi over vraagstukken rond uitdagende consolidaties en behandelingen van dragers. Daarbij werden tal van ideeën opgedaan, waarvan er enkele binnenkort in de praktijk zullen worden gebracht, met de grootst mogelijke zorg voor de kunstwerken.

Vorige maand lichtten we de start van de restauratie van Justus Sustermans’ portret van de jonge Cosimo III de’ Medici (1649) toe. Inmiddels is de behandeling volledig afgerond. Naast de vernisafname omvatte het vervolg een structurele ingreep om de vervormingen van het doek te corrigeren.

Kinderportret van Cosimo III de’ Medici door Justus Sustermans (1649), afgebeeld in de eerste fase vóór restauratie, met vergeelde vernis en zichtbare vervormingen van het doek.

Eerst werden de vervormingen op lokaal niveau gestabiliseerd. Dat verzachtte de golvingen, maar herstelde de spanning van het doek niet voldoende. Daarom werd besloten om het schilderij van het spieraam los te maken en een strookdoublure aan te brengen.

Het werk werd vervolgens geplaneerd om de vezels van het doek te ontspannen, wat een correcte herspanning op het spieraam mogelijk maakte. Deze behandeling verwijderde de vlakvervormingen en zorgde voor een duidelijke verbetering van zowel het uiterlijk als de structurele stabiliteit van het portret.

Achterzijde van een schilderij vóór restauratie, met een ernstig beschadigd populierenhouten spieraam dat sporen van termieten, scheuren en vervormingen vertoont, wat bijdroeg aan de vervorming van het doek.

Het oude populierenhouten spieraam was ernstig beschadigd, met termietsporen, scheuren en vervormde onderdelen. Vermoedelijk hebben deze gebreken ook bijgedragen aan de vervormingen van het doek. Daarom werd beslist om een nieuw, op maat gemaakt spieraam te gebruiken dat aansluit bij de oorspronkelijke constructie.

Detail van het beschadigde populierenhouten spieraam vóór restauratie, met zichtbare termietsporen, scheuren en vervormde onderdelen die de stabiliteit van het doek aantastten.

Tot slot werd de behandeling afgerond met het opvullen van lacunes, de chromatische retouches en het aanbrengen van een slotvernis. Daardoor komen Cosimo’s gelaatstrekken en de precisie van Sustermans’ techniek opnieuw duidelijk tot hun recht, en is het werk in goede conditie voor veilig behoud op lange termijn.

Kinderportret van Cosimo III de’ Medici door Justus Sustermans (1649), afgebeeld in de laatste fase van de restauratie, voor het opvullen van lacunes, chromatische retouches en het aanbrengen van een slotvernis.
Kinderportret van Cosimo III de’ Medici door Justus Sustermans (1649), afgebeeld na voltooiing van de restauratie, met herstelde verflagen, uitgevoerde retouches en een egaal aangebrachte slotvernis.

Benieuwd naar het eerste deel van de restauratie? Lees het artikel hier: Achter het vernis: het kinderportret van Cosimo III de’ Medici.

De Braziliaanse schilderijenrestaurator Aline Assumpção uit São Paulo bevindt zich halverwege haar fellowship in het restauratieatelier van The Phoebus Foundation. Tijdens haar verblijf werkt ze aan het verfijnde Kinderportret van Cosimo III de’ Medici van de zeventiende-eeuwse meester Justus Sustermans (1597–1681). Het werk dateert uit 1649, toen Cosimo nog geen acht jaar oud was. Als hofschilder van de familie Medici portretteerde Sustermans haar leden meerdere keren in een stijl waarin de Italiaanse en Vlaamse invloeden moeiteloos samenvloeien. In dit portret vangt hij de jonge Cosimo in een teder samenspel van licht en schaduw.

Restaurator aan het werk aan het kinderportret van Cosimo III de’ Medici door Justus Sustermans (1649), tijdens een verfijnde conserveringsingreep in het restauratieatelier van The Phoebus Foundation.

Het schilderij vertoonde een sterk geoxideerde vernislaag, die de compositie aanzienlijk verdonkerde en de kleurennuances en contrasten verhulde. Retouches en aanvullingen getuigden van eerdere restauratiecampagnes. Daarnaast bleek het werk te zijn verstevigd met een doubleerdoek, waarbij het oorspronkelijke formaat veranderde door de toevoeging van zes centimeter linnen aan de onderrand. Hierdoor wijzigden de afmetingen licht en werd de compositie verlengd. Mogelijk was dat ook de aanleiding voor de versteviging. Uit vroegere indrukken van het spieraam blijkt dat het schilderij oorspronkelijk in een kleiner formaat was opgespannen.

Voor- en achterzijde van het kinderportret van Cosimo III de’ Medici door Justus Sustermans (1649), vóór restauratie, met zichtbaar vergeelde vernis aan de voorzijde en een gedoubleerd doek met vervormd spieraam aan de achterzijde.

Opmerkelijk aan deze met lijm uitgevoerde doublure is dat ze bestaat uit vier aan elkaar genaaide stukken linnen, waardoor een soort lappendekenstructuur is ontstaan. Waarom dat zo werd uitgevoerd is niet bekend, maar mogelijk was er destijds geen doek van de juiste afmeting beschikbaar. Aangezien de drager duidelijke vervormingen vertoonde, was een structurele ingreep noodzakelijk.

Het aangebrachte doek bestaat uit een fijn en dicht geweven linnen, in tegenstelling tot het oorspronkelijke doek, dat een veel lossere weving heeft. Die spanning in structuur tussen beide, in combinatie met de naden die op enkele plaatsen zichtbaar zijn en de gebrekkige bevestiging van de bovenrand aan het spieraam, hebben bijgedragen aan de vervormingen.

Detail van naden in het gedoubleerde doek aan de achterzijde van een schilderij, zichtbaar vóór restauratie, met sporen van eerdere verstevigingen en veroudering van het linnen.
Naden in het doubleerdoek
Detail van de zijkant van een schilderij, met zichtbaar verschil in weefstructuur tussen het oorspronkelijke doek en het gedoubleerde linnen.
Het verschil in weefstructuur tussen het originele doek en de doublure

Het reinigen van de oude vernislagen en vroegere retouches vereiste uiterste voorzichtigheid. Het oorspronkelijke doek had een open weefsel, terwijl de verflaag fijne craquelures en een poreuze structuur vertoonde. Daardoor konden oplosmiddelen gemakkelijk door het doek dringen en het materiaal doen verstijven. Om dat te voorkomen, werd gekozen voor een uiterst oppervlakkige reiniging, waarbij de vernis enkel aan het oppervlak werd opgelost.

Voor de reiniging werden PVA-Boraxgels gebruikt, verrijkt met agar, die samen een subtiel dubbel netwerk vormen. Dat systeem maakte een uiterst gecontroleerde en oppervlakkige werking van het oplosmiddel mogelijk, waarbij de vernislaar voorzichtig werd verzacht zonder het doek te doordringen. In combinatie met Evolon, een fijn microvezeltextiel dat de werking van het oplosmiddel helpt te beheersen, kon zo laag na laag de vergeelde vernis worden verwijderd. Het resultaat is een zuiverder beeld, waarin niet alleen de diepte van het linnen, maar ook de zorg waarmee het ooit werd geschilderd opnieuw zichtbaar wordt.

Detail van het kinderportret van Cosimo III de’ Medici tijdens restauratie, waarbij een PVA-borax-agar-gel wordt gebruikt om vernis gecontroleerd te verwijderen van het schilderijoppervlak.
PVA-borax/agar-gel tijdens het verwijderen van de vernis
Reeks beelden van een PVA-borax-agar-gel die tijdens restauratie geleidelijk verkleurt doordat opgeloste vernis in de gelmatrix wordt geabsorbeerd.
De gel absorbeert de opgeloste vernis geleidelijk in zijn matrix
Vergelijking van het kinderportret van Cosimo III de’ Medici vóór en na het verwijderen van de vernis, met links de vergeelde vernislaag en rechts de herwonnen kleur, detail en helderheid na restauratie.
Voor en na het verwijderen van de vernis

Bij het plannen van de behandeling kregen we de gelegenheid om te overleggen met Simon Bobak, in Londen gevestigde restaurator, gespecialiseerd in de structurele behandeling van schilderijen. Tijdens zijn bezoek bespraken we verschillende lopende dossiers en de specifieke uitdagingen van elk werk.

Voor de behandeling van het kinderportret van Cosimo werd besloten het probleem zo lokaal mogelijk aan te pakken, met een minimale ingreep als uitgangspunt. De bovenrand van het doek bleek slechts met twee spijkers bevestigd te zijn. Met behulp van gewichten en lichte bevochtiging werd stap voor stap geprobeerd de vlakvervormingen geleidelijk te verminderen en het oppervlak te stabiliseren. Hiervoor werd de bovenrand losgemaakt van het spieraam en verstevigd met een smalle strookdoublure. De vervormingen zijn inmiddels aanzienlijk verbetered, en mogelijk zal deze ingreep volstaan om het schilderij zijn structurele stabiliteit en visuele samenhang te herstellen.

Vergelijking van het kinderportret van Cosimo III de’ Medici vóór en tijdens een lokale behandeling om vervormingen te verminderen, met boven de situatie vóór ingreep en onder het resultaat tijdens de behandeling in strijklicht.
Voor en tijdens de lokale behandeling ter vermindering van vervormingen (in strijklicht)

De restauratie is nog volop aan de gang. Momenteel wordt na de reininging een vernislaag aangebracht die de verflaag isoleert voor de volgende fasen van de behandeling: het vullen van lacunes, de picturale retouches en het aanbrengen van een slotvernis.

Houd onze website en nieuwsbrief in de gaten voor het vervolg!

Tijdens Open Monumentendag namen we een kijkje achter de schermen in Den Argentin, waar we dit jaar meer dan 200 bezoekers mochten verwelkomen. Tussen monumentale kranen, stoere tractors en oude stootwagens proefden zij de sfeer van de haven van weleer. Dankzij onze enthousiaste vrijwilligers en hun persoonlijke anekdotes kregen de bezoekers een uniek inzicht in het maritieme en logistieke havenerfgoed. Kijk mee terug op deze bijzondere dag!

Bezoekers tijdens Open Monumentendag in het Argentijns Entrepot in Antwerpen, in gesprek rond historische machines en tentoonstellingspanelen in een industriële erfgoedruimte.
Bezoekers tijdens Open Monumentendag in het Argentijns Entrepot in Antwerpen, luisterend naar een toelichting bij historische voertuigen in een industriële erfgoedruimte.
Bezoekers tijdens Open Monumentendag in het Argentijns Entrepot in Antwerpen, in gesprek met medewerkers rond een werktafel in een ruime industriële erfgoedhal met historische machines.
Bezoekers tijdens Open Monumentendag in het Argentijns Entrepot in Antwerpen, luisterend naar een toelichting terwijl zij historische werktuigen en industriële installaties bekijken.
Bezoekers tijdens Open Monumentendag in het Argentijns Entrepot in Antwerpen, wandelend tussen historische landbouwvoertuigen en industriële objecten in een erfgoedruimte.
Bezoekers tijdens Open Monumentendag in het Argentijns Entrepot in Antwerpen, samengebracht rond een grote historische hijsinstallatie in een industriële erfgoedhal.

In het depot van The Phoebus Foundation is het alle hens aan dek. Onze aanstaande tentoonstelling Tuin der Lusten. De zeventiende eeuw in bloei vertrekt binnenkort richting Estland, en dat vraagt om een minutieuze voorbereiding. Alle kunstwerken – samen met de volledige scenografie – worden één voor één zorgvuldig ingepakt, gecontroleerd en klaargemaakt voor transport.

Door de schaal en complexiteit gebeurt dit in meerdere fases. Verschillende teams werken zij aan zij: conservatoren zien toe op de staat en veiligheid van de werken, art handlers zorgen voor het fysieke transport en de verpakking, terwijl projectmedewerkers de logistiek en planning tot in de puntjes opvolgen. Iedere stap wordt nauwkeurig gedocumenteerd.

Bestemming van deze grootschalige operatie? Het prachtige Kadriorg Art Museum in Tallinn, waar onze bloemrijke expo binnenkort haar poorten opent. Het museum, gelegen in een historisch park en bekend om zijn barokke charme, vormt het perfecte decor voor deze ode aan de bloei van de zeventiende eeuw. En wie beter als scenograaf dan modeontwerper Walter Van Beirendonck?

Estland, we komen eraan!

houten transportkisten en verpakte kunstwerken worden voorbereid voor een grootschalige tentoonstellingstransport
Medewerkers van The Phoebus Foundation die in het depot kunstobjecten zorgvuldig positioneren en verpakken in een transportkist, ter voorbereiding van verzending.
Medewerker van The Phoebus Foundation die in het depot kleine kunstobjecten zorgvuldig verpakt in beschermend schuim ter voorbereiding van transport.

In de ateliers van The Phoebus Foundation ondergaat het laatmiddeleeuwse kalkstenen retabel van Saint-Denis-en-Broqueroie momenteel een grondige restauratie. Het werk, ooit rijk gepolychromeerd, toont sporen van eeuwenlange verwaarlozing: vergeelde vernis, roet, vervuiling, en talloze verfverliezen. De focus ligt op de delicate polychromie – het kleurenpalet dat het retabel ooit deed leven – en de behandeling van de kalkstenen drager.

Voorkant van het laatmiddeleeuwse kalkstenen retabel van Saint-Denis-en-Broquerie vóór restauratie, met zichtbare polychromie, vervuiling en sporen van veroudering.
Voorkant voor behandeling

Een van de meest opvallende schadegevallen is het hoofd van Christus, dat losgekomen is van zijn lichaam. Deze breuk wordt zorgvuldig hersteld: het hoofd wordt opnieuw verlijmd, het breukvlak opgevuld en subtiel geretoucheerd. Ook enkele verloren hogels – architecturale details die ooit het beeldhouwwerk bekroonden – worden gereconstrueerd op basis van stijl en sporen.

Voorkant van het laatmiddeleeuwse kalkstenen retabel van Saint-Denis-en-Broquerie tijdens een proefrestauratie, met de rechterzijde behandeld om reiniging en kleurherstel te evalueren.
Proefrestauratie rechterkant

Voorafgaand aan de eigenlijke behandeling werd het retabel uitgebreid onderzocht. Een conditierapport werd opgesteld waarin alle schade, vervuiling en overschilderingen werden in kaart gebracht. Tijdens een proefrestauratie werden verschillende methodes getest om de oorspronkelijke materialen zo respectvol mogelijk bloot te leggen: van de reiniging en fixatie van loszittende verf tot het verwijderen van storende vernislagen. Zo wordt het werk stap voor stap dichterbij zijn oorspronkelijke uitstraling gebracht – met respect voor zijn geschiedenis, én voor de toekomst.

Wie een tentoonstelling bezoekt, ziet vooral het eindresultaat: kunstwerken in een zorgvuldig uitgekiende setting, klaar om te raken, te verrassen of tot nadenken aan te zetten. Maar achter die ogenschijnlijke vanzelfsprekendheid gaat een intens proces schuil, waar een hele ploeg maandenlang aan werkt. Voor Het komt allemaal goed in de Keizerskapel ontstond het eerste idee bij schrijver-zanger Rick de Leeuw en Executive Director dr. Katharina Van Cauteren. In de maanden die volgden, werkten zij samen met een divers team van projectcoördinatoren, scenografen, art handlers en tentoonstellingsbouwers aan de realisatie van de tentoonstelling.

Een ingeving op kantoor op een doordeweekse dag over een geschikte locatie leidt onverwacht tot een zondags bezoek aan Jean-Pierre De Bruyn, de eigenaar van de Keizerskapel. Het idee voor de tentoonstelling Het komt allemaal goed spreekt hem meteen aan. Nog geen week later schuift scenograaf Lee Preedy mee aan tafel. Haar ervaring met scenografie in sacrale ruimtes blijkt van onschatbare waarde. Ze weet hoe ze de eeuwenoude context kan respecteren én tegelijk iets visueel prikkelends kan neerzetten. Met twaalf kunstwerken voor ogen – zorguldig uitgekozen door Rick de Leeuw – begint ze te schetsen. Alles draait om balans tussen ingetogenheid en impact.

Buitenzicht van de Keizerskapel, met haar gotische gevel, hoge spitsboogvensters en barokke ingangspartij, gelegen in een historische straatomgeving.
De Keizerskapel. © Fris Visuals

Zodra het concept op punt staat, nemen de art handlers het over. In hun atelier bouwen ze elk onderdeel van de installatie met uiterste precisie. Van de houten basisstructuur tot de fine afwerking, alles krijgt aandacht. Wanneer alle elementen klaar zijn, vertrekt het transport richting Keizerskapel. Daar begint de opbouw met het leggen van een verhoogde vloer, het fundament van de hele scenografie. Deze vloer tilt de bezoeker letterlijk en figuurlijk boven het alledaagse uit. Zo begint de ruimte haar nieuwe verhaal te vertellen.

Interieur van de Keizerskapel tijdens de opbouw van een tentoonstelling, met een houten vloerstructuur geplaatst in het middenschip, omringd door altaarstukken, beelden en glas-in-loodramen.
Opbouw van een tentoonstellingsvloer in het interieur van de Keizerskapel, waarbij technici werken aan de plaatsing en afwerking van de vloerstructuur te midden van historische altaren en glas-in-loodramen.

Met de vloer op z’n plek volgen de wanden, bekleed met warm roodfluweel. De diepe kleur zorgt voor een intieme sfeer die past bij de kapel. Her en der worden spiegels geïntegreerd, subtiel, maar doelgericht. Ze breken het perspectief en laten de ruimte groter lijken dan ze is. Sommige delen van de box laten je verder kijken, zodat je blik kan dwalen doorheen de ruimte. Die visuele openingen zorgen voor ritme en nieuwsgierigheid. De bezoeker wordt uitgenodigd om te ontdekken.

Opbouw van een scenografisch element in de Keizerskapel, met technici die een rode constructie plaatsen als onderdeel van de tentoonstelling, tegen de achtergrond van het barokke altaar.
Technicus op een rolsteiger tijdens de opbouw van een rode scenografische constructie in de Keizerskapel, als onderdeel van de tentoonstelling.
Detail van een rood geschilderd scenografisch element in de Keizerskapel, met verticale lamellen geplaatst tegen de historische architectuur van de kapel.

Wanneer de structuur staat als een huis, is het tijd voor de kunstwerken zelf. Eén voor één worden de twaalf werken voorzichtig opgehangen, telkens met aandacht voor licht, lijn en verhouding. De belichting wordt tot in de kleinste details afgestemd, zodat elk werk tot zijn recht komt. Tegelijkertijd worden beveiligingssystemen geplaatst en testen we de audioguides. Ook de introvideo krijgt een prominente plek in het begin van het parcours. De inkomruimte krijgt nog een laatste make-over, inclusief onthaalbalie en aangepaste wandbekleding.

Opbouwfase van een tentoonstelling in de Keizerskapel, met technici en medewerkers binnen een rood scenografisch paviljoen tijdens de installatie van kunstwerken en verlichting.
Opbouw van een tentoonstellingsparcours in een gewelfde gang van de Keizerskapel, met rode scenografische wanden, verlichting en ladders tijdens de installatiefase.
Videopresentatie geïntegreerd in een rood scenografisch element voor het barokke altaar in de Keizerskapel, als onderdeel van de tentoonstelling.

En dan is het zover: de deuren kunnen openzwaaien voor het publiek.

Zaalzicht van de tentoonstelling in de Keizerskapel, met een rood scenografisch paviljoen geplaatst in het middenschip, omringd door barokke altaren, preekstoel en glas-in-loodramen.
© Fris Visuals

Jade Hill is een restaurator van schilderijen uit Edinburgh en onze meest recente fellow bij The Phoebus Foundation. De voorbije maanden heeft Jade haar expertise in conservatie toegepast op het behandelen van verschillende kunstwerken. Zo voerde ze onder meer beeldintegratie uit op Portret van aartshertog Maximiliaan en Portret van aartshertogin Elisabeth, twee portretten van Jakob Seisenegger (1505–1567), en assisteerde ze Jill en Ellen Keppens bij het complexe proces van het verwijderen van vernis en overschilderingen op Beleg van Horn van Peter Snayers (1592–1667).

Een van Jades belangrijkste bijdragen tijdens haar fellowship was de volledige restauratie van Heilige Rosalia, een achttiende-eeuws barokschilderij van de Mexicaanse kunstenaar José de Páez (1720-ca. 1790).

Restaurator Jade Hill werkt aan het schilderij Heilige Rosalia in het restauratieatelier van The Phoebus Foundation, terwijl zij fijne retouches aanbrengt met een penseel.
Jade werkt aan Heilige Rosalia

Heilige Rosalia is een klein, religieus tafereel op een koperen drager, uitgevoerd in de stijl en met het kleurenpalet dat typerend is voor de kunstenaar. De compositie draait rond twee prominente figuren: rechts zien we de heilige Rosalia van Palermo, Sicilië, afgebeeld in een donkerblauwe jurk, met een kroon van rode rozen en een crucifix in de hand. Links van haar staat een gevleugelde engel, gekleed in het rood en wijzend naar de hemel in de linkerbovenhoek. De figuren bevinden zich in een grot, met op de achtergrond een uitzicht op een gebouw aan het water, vermoedelijk de haven van Palermo. Op de voorgrond ligt een doodshoofd – elementen die kenmerkend zijn voor de voorstelling van deze heilige.1

Heilige Rosalia vóór restauratie: barok schilderij met de heilige Rosalia knielend naast een engel, met kruis, schedel en inscriptie, zichtbaar vergeeld en met oppervlakteschade.
Heilige Rosalia voor behandeling

Een inscriptie in de linkerbenedenhoek, vrij vertaald van het Latijn naar het Nederlands, luidt: ‘Ik, Rosalia, van Sinibaldi, van Quisquina, en van de rozen. In aanbidding van mijn Heer, Jezus Christus, verblijf ik in deze grot om dichter bij Hem te zijn.’ Sinibaldi is de familienaam van Rosalia, en Quisquina is de Siciliaanse gemeente waar haar familie vandaan kwam. Rosalia leefde als kluizenares in een grot nabij Palermo, in volledige toewijding aan haar geloof.

Hoewel het schilderij niet gedateerd is, werd het gesigneerd met Jph. de Paez fecit en Mexico. De kunstenaar signeerde zijn eerdere werken doorgaans als Joseph de Paez, terwijl de afgekorte vorm pas voorkomt op werken die vanaf 1770 zijn ontstaan.2 Dit wijst erop dat Heilige Rosalia waarschijnlijk rond of na dat jaar werd geschilderd.

Detail van de inscriptie en signatuur linksonder in Heilige Rosalia: Latijnse tekst met schedelmotief en de signatuur “Jph. de Páez fecit en Mexico”, zichtbaar vóór restauratie.
Inscriptie en signatuur in de linkerbenedenhoek

Een fascinerend kenmerk van Páez’ werkwijze is zijn neiging om compositorische elementen te herhalen, in het bijzonder de positionering en verhoudingen van figuren.3 Wanneer we Heilige Rosalia vergelijken met een ander schilderij van Páez uit de collectie van The Phoebus Foundation, La Divina Pastora, valt niet alleen het gedeelde kleurenpalet op – aardetinten aangevuld met warme roden en diepe blauwen – maar ook de opvallende gelijkenis in het gezicht en de hoofdhouding van de centrale figuren. Wanneer beide portretten digitaal over elkaar worden gelegd, blijken ze qua verhoudingen vrijwel identiek, met enkel verschillen in schaal en gezichtsuitdrukking.

Detail van Heilige Rosalia: close-up van het gelaat met neergeslagen blik en bloemenkrans in het haar, met zichtbare verflaag en verouderingssporen.
Detail Heilige Rosalia
Heilige Rosalia en La Divina Pastora over elkaar gelegd, met een vergelijkende focus op gelaatstrekken, houding en schildertechniek.
Heilige Rosalia en La Divina Pastoria over elkaar gelegd om gelijkenis te tonen
Detail van La Divina Pastora, met de zacht neerwaarts gerichte blik, verfijnde gelaatstrekken en subtiele modellering van licht en schaduw.
Detail La Divina Pastora

Bij nauwkeurig onderzoek van Heilige Rosalia zijn twee zones met pentimenti ontdekt – zichtbare sporen van wijzigingen die Páez tijdens het schilderproces heeft aangebracht. Deze aanpassingen bevinden zich aan de linker schouder en hand van de engel, en geven ons inzicht in het creatieve proces van de kunstenaar om compositieve balans en proportionele nauwkeurigheid te bereiken.

Detail in gereflecteerd licht met zichtbare zones van pentimenti, aangeduid in rood, op de hand en schouder van de engel.
Detail in gereflecteerd licht met zones van pentimenti aangeduid in het rood, op de hand en schouder van de engel

Koper is een zeer stabiele drager, aangezien het niet in dezelfde mate reageert op omgevingsschommelingen als doek of houten paneel. Daarom vertoonde de verflaag geen craquelurenetwerk dat typisch is voor een schilderij van deze leeftijd, en was er geen actieve verfafschilfering. Door de gladheid van de ondergrond zijn schilderijen op koperen panelen echter gevoelig voor verfverlies door accidentele schade; Heilige Rosalia had dit lot ondergaan, met talrijke aanzienlijke verliezen in de verflaag als gevolg van schuringen en vlakvervormingen in de drager. Bij een eerdere restauratiepoging was een zone links van het schilderij bedekt met dikke, donkere overschildering, waardoor het oorspronkelijke beeld werd verduisterd en de compositie werd misvormd.

Vergroot detail van de overschildering onder een Dino-Lite digitale microscoop, waarbij de dikke penseelstreken zichtbaar zijn die zowel de lancune als het originele verflagen bedekken.
Vergroot detail van de overschildering met een Dino-Lite digitale microscoop, waarop de dikke penseelstreken van de overschildering zichtbaar zijn die zowel een lacune als originele verf bedekken
Detail of the painting Saint Rosalia, with a highlighted area (purple frame) indicating an overpainted zone and a lacuna in the paint layer, selected for further technical examination.

De verouderde, natuurlijke harsvernis was zichtbaar geoxideerd, met een lichte vergeling en ingesloten vuil. Het verwijderen van de vernis verliep relatief eenvoudig met behulp van vrije solventen; echter, de dikke laag overschildering was veel hardnekkiger en vereiste meer vindingrijkheid. Een reeks water-in-olie macro-emulsies werd onderzocht, met de bedoeling de latere toevoegingen op te lossen en te verwijderen zonder schade toe te brengen aan de verflaag (en de metalen plaat). Tijdens deze fase van de behandeling was grote zorg vereist, aangezien het testgebied vrij klein was, en het belangrijk was om de gel op een gecontroleerde manier aan te brengen, telkens op oppervlaktes van 0,5 cm², waarbij het effect zorgvuldig werd gemonitord om zeker te zijn dat enkel de overschildering werd aangetast.

Detail tijdens het verwijderen van overschilderingen, waarbij originele verf zichtbaar wordt (aangeduid in lichtblauw) en een historisch verfverlies wordt blootgelegd (aangeduid in paars).
Detail tijdens het verwijderen van de overschildering, waarbij originele verf (aangeduid in lichtblauw) en een historisch verlies (aangeduid in paars) zichtbaar worden
Detail van historische verfverliezen na het verwijderen van de overschildering, zichtbaar in het gebied rond de figuren en het kruis.
Detail van historische verliezen na het verwijderen van de overschildering

Waterige vulmiddelen moeten idealiter vermeden worden bij gebruik op koperen panelen, vanwege de noodzaak om elk contact met water tot een minimum te beperken. Bovendien is er geen nood aan een flexibel vulmiddel zoals dat typisch gebruikt wordt bij doek, waar fluctuaties in relatieve vochtigheid moeten worden opgevangen. Daarom werd het gebruik van gepigmenteerde washarsen (PWR) onderzocht; dit materiaal is geschikt vanwege de goede verwerkbaarheid, het uitblijven van kleurverschuiving bij aanbrengen, en de compatibiliteit met retoucheermaterialen van conserveringskwaliteit. Het pigmentgehalte zorgt bovendien voor een toning van de opvullingen, waardoor een aparte stap van ‘basisretouche’ overbodig wordt.

Eerder werd aangegeven dat de bijenwas in commercieel verkrijgbare PWR-opvullingen mogelijk ongewenste reacties kan veroorzaken met koperen dragers, vanwege de zuurtegraad. Gewoonlijk wordt een plaatselijke isolatielaag aanbevolen om dit te voorkomen, al verkleint dit de diepte van de toch al oppervlakkige verliezen. Recente onderzoekers ontwikkelden een alternatief PWR, op basis van Cosmoloid H80 en Regalrez® 1126, samen verhit en gemengd met pigmenten, waarna het mengsel in een mal werd gegoten.4 Volgens de werkwijze beschreven in het onderzoeksartikel werden drie PWR-staafjes gemaakt, elk met een verschillend pigment ter ondersteuning van de integratie: titaniumwit, gebrande omber en rauwe sienna. Deze werden met een verwarmde naald op de lacunes aangebracht, wat een nauwkeurige controle mogelijk maakte om textuur toe te voegen en aan te sluiten bij de omliggende verflaag.

Materialen gebruikt voor het maken van gepigmenteerde wasarsen, waaronder glazen potten met harsen en pigmenten, een mortier en een verwarmingsplaat in het restauratieatelier.
Materialen gebruikt voor het maken van gepigmenteerde washars
Restaurator brengt PWR aan op lacunes met een verwarmde naald tijdens een nauwkeurige conserveringsbehandeling van een schilderij.
Aanbrengen van PWR op lacunes met een verwarmde naald
Gepigmenteerde wasstaaltjes in een presentatiekader, gemaakt met Cosmoloid H80 en Regalrez® 1126, getint met burnt umber, raw sienna en titanium white.
Gepigmenteerde washars gemaakt met Cosmoloid H80 en Regalrez® 1126 met pigmenten

Na het voltooien van de opvullingen werd beeldintegratie uitgevoerd met zorgvuldig kleurafgestemde Golden PVA-conserveringsverf, om het geheel te verenigen en het schilderij terug te brengen naar de staat zoals de kunstenaar die had bedoeld.

Heilige Rosalia na restauratie: achttiende-eeuws schilderij van José de Páez met de knielende heilige Rosalia, begeleid door een engel, na volledige behandeling met gereinigde kleuren, herstelde details en vernieuwde vernislaag.
Heilige Rosalia na behandeling

Footnotes

  1. P. Palazzotto, ‘La Patrona contesa. L’iconografia di Santa Rosalia e le dispute della committenza religiosa a Palermo da Van Dyck a De Matteis’, in: V. Abbate, G. Bongiovanni & M. De Luca (eds.), Rosalia eris in peste patrona, exh. cat., Palermo, Palazzo Reale, 2018: 61-72.[]
  2. M.M. Castañeda Hernández, José de Páez: personalidad artística, gusto e irradiación de su obra de 1750 a 1780, master paper, Universidad Iberoamericana Ciudad de México, 2016, http://ri.ibero.mx/handle/ibero/339.[]
  3. Y.A. Ramírez Sánchez,Il proceso pictórico de José de Páez: Ciclo de la vida de la Virgen, santuario de Guadalupe, San Felipe, Chihuahua, México’, Intervención, 2, 24 (2021): 248-302, doi: 10.30763/intervencion.256.v2n24.35.2021.[]
  4. C.R. Pires, L. Carlyle, K. Seymour et al., ‘An Investigation into the Suitability and Stability of a New Pigmented Wax-Resin Formulation for Infilling and Reintegration of Losses in Paintings’, Journal of the American Institute for Conservation, 63, 3 (2023): 168-189, doi: 10.1080/01971360.2023.2172130.[]

In de frisse werkhallen van Den Argentin werken voormalige havenarbeiders en stouwers onverstoorbaar verder. Met doorleefde handen en een schat aan ervaring zetten ze zich in om oude machines en werktuigen nieuw leven in te blazen. Het is zwaar werk, zeker in de winter, maar hun motivatie is sterker dan de kou. Ze weten hoe waardevol dit erfgoed is en willen hun kennis en vakmanschap niet verloren laten gaan. Hier, tussen de geur van olie en het geluid van schrapend metaal, blijft de geest van de haven levend.

Het voltallige team van vrijwilligers in Den Argentin poseert in de werkhal, omringd door gerestaureerde machines en maritiem erfgoed.
Het voltallige team van vrijwilligers in Den Argentin.

Jan en Julien – mecaniciens

‘We staan bij de zwaarste heftruck die we in huis hebben. Hij komt van Westerlund en is gemaakt in Duitsland. Zeventien jaar lang heeft hij buiten gestaan, blootgesteld aan weer en wind. Toen hij hier binnenkwam, leek het een hopeloos geval. Het stuur zat vol water – dat hebben we eruit gehaald – en het hele voertuig zat vast van de roest.

De motor en pomp waren volledig aangetast, maar we hebben ze stap voor stap hersteld. Mijn goede kameraad en collega Julien heeft de cilinderkop gereviseerd en terug gemonteerd, en zo kregen we de vorkheftruck uiteindelijk weer aan de praat. Rijden doet hij nu weer, maar heffen helaas niet meer. Sommige onderdelen hebben we nog kunnen vinden bij een oldtimerverkoper in Zuid-Frankrijk.

Deze vorkheftruck weegt 7 ton en kon oorspronkelijk 5 ton tillen. Normaal gesproken zit er een Perkins-motor in – een Engelse motor – maar deze is uitzonderlijk uitgerust met een Mercedes-motor van zestig jaar oud. Mercedes stond bekend als betrouwbaarder dan Perkins, en daarom werd deze motor veel gebruikt aan de dokken.

Freddy heeft het voertuig opnieuw geschilderd, en nu zijn we bezig met de laatste afwerking. De invoerder was bijzonder enthousiast over deze heftruck omdat er nog zoveel originele onderdelen aanwezig zijn.

Wat deze heftruck extra bijzonder maakt, is het afneembare contragewicht achteraan. De kranen van de stad konden maar 5 ton tillen, en omdat de heftruck zelf 7 ton woog, kon hij niet zomaar in het ruim van een schip worden gehesen. Daarom werd het contragewicht van 3 ton losgemaakt, zodat de machine verdeeld was in twee delen van 4 en 3 ton. Eenmaal in het ruim werd het contragewicht weer gemonteerd met een speciale veiligheidsbout.

Die veiligheidsbout was cruciaal, want zonder die bout kon het contragewicht losschieten. Helaas werd er soms bespaard op onderhoud en gebeurde het dat de bout niet werd gemonteerd. Men dacht dat het gewicht wel op zijn plaats zou blijven in een groef van het chassis, maar bij hevig gerammel kwam het soms toch los. Dit kon leiden tot ernstige ongelukken – en dat heeft het ook gedaan. Een heftruck als deze heeft een hele geschiedenis achter zich, met veel gevaren en lessen. Wij doen ons best om hem weer tot leven te wekken, maar altijd met respect voor het verleden en de mensen die ermee gewerkt hebben.’

Julien, vrijwilliger in Den Argentin leunt tegen een gerestaureerde tractor in de werkhal, gekleed in werkoverall.
Julien.
Jan, vrijwilliger in Den Argentin, staat naast een blauwe gerestaureerde Westerlund-vorkheftruck in de ruime werkhal, omringd door industrieel en logistiek erfgoed.
Jan bij de Westerlund vorklift.

Fred – elektricien in de chemiesector

‘Antigoon was een verwaarloosd kindje, afgedankt aan de dokken. De kraan is uiteindelijk opgepikt als schoolproject, met de bedoeling om hem te restaureren. De school heeft de kraan volledig gedemonteerd, maar uiteindelijk nooit opnieuw opgebouwd. Zo kwam hij hier toe, in Den Argentin, in stukken op paletten.

Met verschillende mensen zijn we eraan begonnen, en nu, na vier à vijf jaar, is hij bijna af. Alle oorspronkelijke onderdelen zijn gerecupereerd, behalve de carrosserie. Die was er zo slecht aan toe dat we die niet meer konden gebruiken. We hebben de oude carrosserie wel bewaard, maar een nieuwe volledig nagemaakt, met identieke verfkleur en belettering.

De kraan is niet meer operationeel, omdat er onderdelen van de motor ontbreken en ook niet meer vindbaar zijn. De motor zelf is echter volledig nagebouwd en zichtbaar. Opstarten zou te gevaarlijk zijn, want de veiligheidsmaatregelen werken niet meer. De kraan zou blijven trekken, blijven rijden… Daarom hebben we ervoor gekozen hem permanent op te stellen, zodat hij perfect toont hoe hij er oorspronkelijk uitzag en functioneerde.

We zitten nu in de afwerkingsfase. De buitenkant moet nog volledig afgelakt worden, de binnenkant verder opgekuist en ook afgelakt. Daarnaast krijgt de kraan een anti-roestbehandeling en wordt de onderkant volledig gelakt. Voor de takel hebben we geen kabels gebruikt, maar touwen van gelijkaardige dikte, om te demonstreren hoe de takel oorspronkelijk werd geleid.

Daarnaast zijn we bezig met de restauratie van een kleine baskuul van 100 kg, zodat die weer tot op 10 gram nauwkeurig kan wegen. Deze antieke weegschalen zijn extreem precies. Het verschil tussen een baskuul en een driepikkel – beide weegschalen – is dat de baskuul een verhouding van 1:10 of 1:100 heeft. Om 1 ton te wegen, hoef je er slechts 10 kg tegenover te zetten. Bij een driepikkel is dat simpelweg 1:1. Bovendien is een baskuul compacter en gemakkelijker te transporteren, terwijl een driepikkel omslachtiger te demonteren is en tijdens transport sneller beschadigd raakt.

Bezoekers kunnen zelf gewichten plaatsen en ondervinden hoe nauwkeurig deze apparaten zijn en hoe zwaar bepaalde havenobjecten wegen. We hebben ook een grotere van 1000 kg, een KN3. De vraag blijft: laten we deze toestellen in hun getekende staat door de tand des tijds, of schilderen we ze opnieuw om ze er weer als origineel uit te laten zien? Soms is het eenvoudiger om een apparaat opnieuw te lakken en dan weer in oorspronkelijke staat te brengen.’

Fred, vrijwilliger in Den Argentin, staat naast de gerestaureerde gele kraan Antigoon n.v. uit 1945 in de werkhal.
Fred bij kraan Antigoon.
Fred, vrijwilliger in Den Argentin, werkt aan de restauratie van een houten baskuul in de werkhal.
Fred werkt aan een baskuul.

Roger – frezer

‘Wanneer we deze oude machines onder handen nemen, voelt het alsof we een stukje geschiedenis terug tot leven wekken. Voor ons staan een boormachine met bovenaandrijving en een lintzaagmachine, beiden getuigen van een tijdperk waarin vakmanschap en mechanische innovatie hand in hand gingen. Maar de tand des tijds heeft zijn sporen nagelaten: roest, vochtproblemen en slijtage dreigen hun historische waarde aan te tasten. Daarom zetten we alles op alles om ze te reinigen en in ere te herstellen.

Onze eerste stap is altijd een grondige reiniging. We ontvetten de machines zorgvuldig, verwijderen vuil en stof en schuren de aangetaste delen. Vervolgens smeren we de nodige onderdelen opnieuw in om ze te beschermen tegen verdere corrosie. Hoewel we de machines niet opnieuw operationeel kunnen maken – zowel omwille van veiligheidsredenen als vanwege de huidige wetgeving – kunnen we ze wel zo goed mogelijk conserveren, zodat ze een tastbaar deel van ons erfgoed blijven.

Neem nu de oude lintzaag voor houtbewerking. Dit type machine werd oorspronkelijk aangedreven door een motor, een vooruitstrevende techniek voor die tijd. De boormachine naast ons is nog zeldzamer. We vinden amper documentatie over dit model, en hoe de aandrijfriemen precies liepen, blijft een mysterie. Ik doorzoek archiefstukken tot wel 1820, maar tot nu toe vond ik alleen schetsen zonder aandrijving. Dit maakt de restauratie des te uitdagender én fascinerender.

Sommige toestellen in onze collectie verrassen ons door hun geavanceerde techniek. Een van de machines die we momenteel onder handen nemen, dateert uit 1820-1830 en beschikt over een volledig bovenwielaandrijvingssysteem. Bovendien heeft ze verschillende aandrijvingen, wat opmerkelijk is voor die periode. Het toont aan hoe vooruitstrevend men toen al dacht over automatisering en efficiëntie in de werkplaats.

Onze vrijwilliger Julien kan als geen ander de historische waarde van deze machines inschatten. Hij heeft in zijn carrière nog met soortgelijke toestellen gewerkt en herinnert zich hoe ze destijds in de haven werden ingezet om gereedschappen en apparaten te herstellen. Zijn verhalen brengen de geschiedenis tot leven en geven extra context aan ons restauratiewerk.

Dankzij deze inspanningen kunnen we niet alleen het verleden tastbaar houden, maar ook de evolutie van techniek en vakmanschap tonen aan toekomstige generaties. Deze machines mogen dan niet meer in werking zijn, hun verhaal blijft verder leven.’

Roger, vrijwilliger in Den Argentin, poseert bij een antieke boormachine in de werkhal, omringd door historisch industrieel materieel.
Roger bij antieke boormachine.

Freddy – autovoerder van kranen en tractoren

‘Ik ben momenteel bezig met het opfrissen van een haventractor – een krachtig werkpaard dat zowel zware lasten kan duwen als herstellingen kan uitvoeren. Dit is een intensief proces waarbij ik de tractor eerst grondig ontvet en vervolgens opnieuw schilder.

Deze specifieke tractor heeft vooraan een sterke duwfunctie waarmee treinwagons en andere zware materialen worden verplaatst. Achteraan is een lasmachine gemonteerd, waardoor hij ook ingezet kan worden voor herstellingswerken. Dat maakt hem tot een veelzijdige machine, al waren de duwfunctie en de laspost niet altijd perfect compatibel.

Ik werk al enkele maanden aan dit project en ben nu bezig met het bijschilderen en opfrissen van de elektriciteitsgroep en de aandrijvingsmotor. Deze onderdelen zijn cruciaal voor de werking van de laspost. Door dit onderhoud en de renovatie krijgt de tractor niet alleen een frissere uitstraling, maar blijft hij ook optimaal presteren voor de zware taken in de haven.’

Freddy, vrijwilliger bij in Den Argentin, staat bij een gerestaureerde tractor in de werkhal, deels afgedekt met beschermfolie.
Freddy bij de tractor.
Freddy schildert de aandrijvingsgroep in de werkhal van Den Argentin, omringd door gereedschap en industriële machines.
Freddy schildert de aandrijvingsgroep.

Martin – havenarbeider en kraanman

‘Mijn functie binnen Den Argentin is het voortzetten van een belangrijke missie: het behoud en de ontsluiting van havenerfgoed. We zetten ons in om de topstukken uit onze collectie te tonen aan bezoekers en rondleidingen te verzorgen. Daarnaast documenteren we verdwijnende beroepen, de oude haven en de vele anekdotes die daarmee verbonden zijn.

Een andere belangrijke taak is het rekruteren van nieuwe vrijwilligers, aangezien er om de zoveel tijd mensen uitvallen. Dankzij mijn netwerk, waarin ook veel ouderen met nichekennis zitten, kunnen we waardevolle informatie controleren en de collectie correct restaureren. Bovendien blijf ik actief promotie maken om groepen uit te nodigen in Den Argentin en ons open atelier te laten ontdekken. Het is bijzonder motiverend voor mijn collega’s en mij om onze vooruitgang te delen met bezoekers, die vaak dezelfde nostalgie koesteren voor dit erfgoed.

Helaas gaat veel waardevolle ervaring en kennis verloren door de tijd heen. Gelukkig weten mensen me te vinden wanneer oude havenapparatuur dreigt te verdwijnen. Zo zijn hier bijvoorbeeld drie Westerlund-vorkliften gered van de schroothoop. Veel hangars waarin verouderd havenmateriaal werd opgeslagen, zijn al afgebroken vanwege asbest of instortingsgevaar. Vandaag de dag wordt de zorg voor havenerfgoed steeds vaker aan privé-initiatieven overgelaten, omdat overheden hun betrokkenheid afbouwen. Hierdoor verdwijnt veel waardevol erfgoed zonder dat we het kunnen redden, simpelweg omdat het wordt weggegooid en vernietigd.

Daarom zijn wij als havenarbeiders bijzonder dankbaar dat een kunststichting zoals The Phoebus Foundation zich met zoveel toewijding inzet voor het restaureren en conserveren van havenerfgoed. Dankzij hun inspanningen blijft onze geschiedenis voortleven en kan ze nog decennia worden gekoesterd door toekomstige generaties.’

Martin staat bij de graanhoek in Den Argentin, omringd door historisch gereedschap waarmee hij bezoekers rondleidt.
Martin bij de graanhoek, een plek waarlangs hij bezoekers gidst.

Harry – eerst stouwer, dan commercieel directeur Seaport Terminals

‘Als vrijwilliger ben ik verantwoordelijk voor de administratie en het archiveren van objecten binnen onze collectie. Dit betekent dat ik elk object documenteer met afbeeldingen, titels en beschrijvingen. Inmiddels hebben we al 1.200 objecten vastgelegd, en we blijven de collectie aanvullen met extra informatie: jaartallen, de link met de juiste natie en de locatie waar deze objecten zich in de haven bevonden.

Naast het archiveren geef ik samen met andere vrijwilligers rondleidingen aan bezoekers. Tijdens deze rondleidingen geef ik een algemene uitleg over de haven, terwijl mijn collega’s hun expertise delen over de objecten die zij restaureren.

Wanneer een nieuw object binnenkomt, starten we met de registratie. We meten het op, noteren eventuele schade en beginnen aan het beschrijven en dateren. Daarbij proberen we ook te achterhalen tot welke natie het object ooit behoorde. Soms stuiten we op verdwenen naties, wat extra opzoekwerk vraagt: waar waren ze gevestigd, en in welke periode waren ze actief?

Onze collectie is inmiddels voor 95% geïnventariseerd. Bij sommige objecten, zoals pirrewitjes of juten zakken, hebben we zoveel varianten dat we enkel een selectie van de meest interessante exemplaren vastleggen.

Daarnaast fungeer ik als tussenpersoon tussen ons team op locatie en de administratie van The Phoebus Foundation. Zij ondersteunen ons met bestellingen, leveringen, advies, begeleiding en opzoekwerk, zodat we ons werk hier optimaal kunnen uitvoeren.

Het is bijzonder om deel uit te maken van dit project en de geschiedenis van onze haven tastbaar te maken voor het publiek.’

Harry staat bij de historische havenoverzichten in Den Argentin, met kaarten en documenten die het maritieme verleden van de haven tonen.
Harry bij de historische havenoverzichten.

Den Argentin is iedere donderdag door groepen te bezoeken op aanvraag.

Restauratie- en conservatietechnieken zijn constant in verandering: materialen en methoden worden geüpdatet aan de hand van nieuwe technologieën en ontdekkingen. Om op de hoogte te blijven van de recentste ontwikkelingen organiseren we in ons restauratieatelier vaak workshops waarin specialisten hun expertise met ons delen. In december 2024 waren we bijzonder vereerd door de komst van Dr. Ehab Al-Emam van de Sohag University in Egypte. Hij promoveerde aan de Universiteit Antwerpen op de toepassing van polyvinyl-alcohol-borax/agarose (PVA-B/AG)-systemen bij het reinigen van kunstwerken.1 Dr. Al-Emam slaagde er via deze methode onder meer in een oplossing te vinden voor het verwijderen van consolidaties en dikke roetlagen op poreuze muurschilderingen in de tempel van Seti I in Abydos, Egypte.2 3 Dankzij deze methode werden ondertussen ook verouderde vernislagen van een Antwerpse muurschildering veilig verwijderd.4

Dr. Ehab Al-Emam werkt samen met conservatoren in het restauratieatelier en demonstreert onderzoeks- en testmethodes met laboratoriummaterialen.
Dr. Ehab Al-Emam (rechts) aan het werk in het atelier

Tijdens de twee dagen durende workshop werden onze restauratoren ondergedompeld in de theorie en praktijk van PVA-B/AG-systemen, die we voor de vlotte leesbaarheid hierna ‘gels’ zullen noemen. De eerste publicatie over het gebruik van polyvinyl-alcohol-borax (PVA-B) gels in de restauratiepraktijk dateert van 2009.5 De toepassing werd de afgelopen jaren verder verfijnd en ontwikkeld, onder meer door de combinatie met agarose (AG)-gel. Het samenvoegen van PVA-B- en AG-gels doet een hydrogel ontstaan met een dubbel netwerk. Die heeft als troef dat het de positieve eigenschappen van de twee systemen samenbrengt en de negatieve opheft. Zo heeft PVA-B-gel een zwakke mechanische kracht, waardoor het zich te sterk hecht (of: blijft kleven) aan poreuze materialen en er residuen kunnen achterblijven op het kunstwerk. AG-gel daarentegen is heel rigide en hecht zich niet aan poreuze oppervlakken. Het nadeel van die gel is dan weer dat die erg stug is, wat het aanpassen aan reliëf of structuur haast onmogelijk maakt. Bijgevolg is het contact met het oppervlak van het kunstwerk dan niet homogeen. Het mengen van PVA-B- met AG-gel resulteert in een zeer geschikte middel voor de behandeling van kunstwerken: de gel kan veilig van het (poreuze) oppervlak worden afgenomen zonder residu’s achter te laten. Tijdens de workshop werd vooral gefocust op de voorbereiding van PVA-B/AG-gel en de toepassing tijdens het reinigen van schilderijen met verkleurde vernislagen. Ook werd er informatie gedeeld over hoe verschillende parameters geoptimaliseerd kunnen worden om de beste reinigingsresultaten te bekomen.

Het voorbereiden van reinigingsgels in het restauratieatelier, met laboratoriumapparatuur en reagentia voor conservatieonderzoek.
Het voorbereiden van de gels in het atelier

PVA-B/AG-gel an sich verwijdert geen vuil- of vernislagen, daartoe moet eerst een reinigingsmiddel of ‘agent’ worden toegevoegd. Dat kunnen bijvoorbeeld solventen, surfactants of chelators zijn. Tijdens de workshop werd onder meer geëxperimenteerd met het toevoegen van de solventen Shellsol T, ethanol en aceton om zo oude vernislagen op te lossen en te verwijderen.

Een van de belangrijkste eigenschappen van PVA-B/AG-gel is dat die het reinigingsmiddel kan vasthouden en slechts geleidelijk vrijgeeft aan het verfoppervlak. Dat is bijzonder nuttig wanneer de verf of de drager van het schilderij zeer poreus is. Het solvent in de gel kan zo het vernis week maken waardoor het deels door de gel wordt opgenomen en kort na het contact met een wattenstaafje of kompres kan worden afgenomen. Een bijkomend voordeel van de gel is dat de contacttijd met het solvent precies getimed kan worden. Zo kan je het werk blootstellen voor een exact bepaalde duur om de indringing van de oplosmiddelen in de onderlagen van het schilderij te vermijden en de reinigingsactie te beperken tot de verhouding tussen de gel en het behandelde oppervlak. Door de gelstructuur verdampt het volatiele solvent ook minder vlug, wat veiliger is voor de restaurator, want die wordt minder blootgesteld aan solventdampen.

Testen van reinigingsgels op een vernist schilderij tijdens een restauratieworkshop, met conservatoren aan het werk in het atelier.
De gel wordt getest op een gevernist schilderij

Oefening baart kunst. Daarom blijven onze restauratoren de komende maanden experimenteren met het gebruik van PVA-B/AG-gels. Ze zullen niet alleen de recepten uitproberen, en waar nodig bijstellen, ook zullen ze de gels toepassen in hun diverse restauratieprojecten. Specifiek richten ze zich op het kiezen van de juiste concentraties van het gelerende materiaal, de reinigingsmiddelen die in de gel kunnen worden opgenomen, en de contacttijd tussen de gel en het kunstwerk, om de vernislagen efficiënt te verwijderen. Het beloven dus spannende tijden te worden in het atelier!

Detailopname van een stukje PVA-B/AG-gel met oplosmiddel, aangebracht op het oppervlak van een schilderij tijdens een reinigingstest.
Een stukje PVA-B/AG-gel met solvent aangebracht op het schilderijoppervlak

Footnotes

  1. E. Al-Emam, Cleaning of Wall Paintings by Polyvinyl Alcohol–Borax/Agarose (PVA–B/AG) Double Network Hydrogels: Characterization, Assessment, and Applications, doctoraatsverhandeling, Universiteit Antwerpen, 2021.[]
  2. E. Al‑Emam, A. Ghafour Motawea, K. Janssens & J. Caen, ‘Evaluation of Polyvinyl Alcohol–Borax/Agarose (PVA–B/AG) Blend Hydrogels for Removal of Deteriorated Consolidants from Ancient Egyptian Wall  Paintings’, Heritage Science, 7, 22 (2019): 1-18, https://doi.org/10.1186/s40494-019-0264-z.[]
  3. Al-Emam, E., Motawea, A.G., Caen, J. et al. Soot removal from ancient Egyptian complex painted surfaces using a double network gel: empirical tests on the ceiling of the sanctuary of Osiris in the temple of Seti I—Abydos. Herit Sci 9, 1 (2021). https://doi.org/10.1186/s40494-020-00473-1.[]
  4. Al-Emam, E.; Beltran, V.; De Meyer, S.; Nuyts, G.; Wetemans, V.; De Wael, K.; Caen, J.; Janssens, K. Removal of a Past Varnish Treatment from a 19th-Century Belgian Wall Painting by Means of a Solvent-Loaded Double Network Hydrogel. Polymers 2021, 13, 2651. https://doi.org/10.3390/polym13162651.[]
  5. E. Carretti, S. Grassi, M. Cossalter, I. Natali et al., ‘Poly(vinyl Alcohol)−Borate Hydro/Cosolvent Gels: Viscoelastic Properties, Solubilizing Power, and Application to Art Conservation’, Langmuir, 25, 15 (2009): 8656-8662.[]

In de jaren 1630 schilderde de in Antwerpen geboren Peter Snayers dit Beleg van Horn. Hoewel vandaag minder bekend, was hij een beroemd veldslagenschilder in zijn tijd. Hij was werkzaam in Brussel, want daar waren zijn voornaamste opdrachtgevers gevestigd: het hof en militaire bevelhebbers. Die wilden maar al te graag hun eigen triomfen en die van hun voorgangers laten vereeuwigen.

Hoewel zijn oorlogstaferelen bijzonder gedetailleerd zijn, trok Snayers zelf niet naar het front om informatie te verzamelen. Hij penseelde zijn doorgaans erg grote doeken in zijn atelier en baseerde zich op prenten en verslagen van militaire ingenieurs en andere ooggetuigen. Dat maakt dat Snayers’ voorstellingen uiterst precies zijn. Dat geldt ook voor het Beleg van Horn dat de aanval op die Oostenrijkse stad tijdens de Tachtigjarige Oorlog weergeeft.

Panoramisch schilderij van het Beleg van Horn door Peter Snayers, met vestingstad, troepenbewegingen en legerkampen in een uitgestrekt rivierlandschap, ca. 1630–1637.
Peter Snayers, Beleg van Horn in Oostenrijk, ca. 1630-1637. Olieverf op doek, 198 x 257,8 cm. Antwerpen, The Phoebus Foundation

Het lijkt er sterk op dat Snayers het Beleg van Horn schilderde in opdracht van de succesvolle, Spaanse bevelhebber Diego Mexía de Guzmán, de markies van Leganés. Naast militair strateeg was hij een echte kunstliefhebber en bezat een omvangrijke schilderijencollectie. Zoals uit de bewaarde inventaris daarvan blijkt, verzamelde de markies werk van de belangrijkste meesters van zijn tijd, zoals Peter Paul Rubens en Frans Snijders. En ook Snayers’ Beleg van Horn wordt erin vermeld!

De restauratie van het Beleg van Horn is een bijzonder spannend en uitdagend project. Door de eeuwen heen kreeg het doek immers heel wat te verduren. Zo werd het vergroot, wat zichtbaar is aan de toegevoegde band bovenaan en de verschillende craquelépatronen in de verflaag. Ook werd het erg overschilderd. Het verwijderen van die niet-originele verflagen vraagt om een uiterst secure en voorzichtige aanpak.

Detail van een schilderij met zichtbaar stratigrafisch verloop na restauratie, waarin verschillende vernis- en overschilderingslagen zijn aangeduid en deels verwijderd.

Momenteel zijn restauratoren Jill en Ellen Keppens gestart met de eerste fase van de behandeling. De bovenste vernislaag en eerste laag overschilderingen konden ze relatief eenvoudig verwijderen. Die eerste overschilderingen zijn lichter van tint dan de onderliggende partijen. Normaal gezien verwacht je het omgekeerde: dat kleuren lichter worden na het verwijderen van vernis en overschilderingen. Onder de eerste laag vonden ze nog oudere en verkleurde resten vernis, olie, lijm en retouches. Deze resten maken de restauratie complex omdat ze vaak erg moeilijk te verwijderen zijn.

De priemende ogen van een paard of een onverwacht figuurtje tonen de uitmuntende schilderkwaliteit van de gelaatsuitdrukkingen. Die verrassende details onthullen een glimp van de oorspronkelijke pracht van het schilderij en dienen als referentie voor de verdere behandeling. De vele, krachtige details zoals de expressieve gezichten, de dynamische troepenbewegingen en woeste paarden die zo typisch zijn voor Snayers, zullen ze in de tweede fase van de behandeling met veel zorg herstellen.

Detail van een zeventiende-eeuws slagveldtafereel met een ruiter in rode kleding op een steigerd paard, geschilderd in dynamische beweging.
Detail van een ruiter te paard in een zeventiende-eeuws veldslagtafereel, met nadruk op de witgrijze schimmel en de ruiter in rode mantel tijdens het gevecht.
Detail van de ruiter in een zeventiende-eeuws veldslagtafereel, met de figuur in een rode mantel die zich omdraait te paard, omringd door strijdende soldaten.

In die fase zullen Jill en Ellen ook hardnekkige retouches verwijderen. Waar het volledig weghalen daarvan onmogelijk is, zullen ze die ‘afdunnen’ om een harmonieuze totaalervaring te creëren. Daarna brengen ze een beschermende tussenvernis aan en beginnen ze met het vullen van lacunes en het retoucheren. Tot slot krijgt het doek een finale vernislaag en zal Snayers’ Beleg van Horn weer in volle glorie te bewonderen zijn.

Detail van een zeventiende-eeuws slagveldtafereel met een dicht opeengepakte infanterieformatie, pieken omhoog gericht, en vaandels in rood en blauw die boven de troepen uitsteken.

Jill en Ellen staan aan het begin van een lang traject. Iedere dag brengt nieuwe inzichten en onverwachte details aan het licht die de nodige tijd en aandacht verdienen. Dit maakt deze restauratiebehandeling niet alleen uitdagend, maar ook enorm boeiend. En zeker is: het eindresultaat zal het precisiewerk waard zijn.

Detail van een zeventiende-eeuws gevechtstafereel met chaotische handgemeen: soldaten vallen, vechten met zwaarden en pieken, en een paard met beladen kar beweegt zich door het strijdgewoel.

Meer weten over veldslagenschilder Peter Snayers? Lees dan ook deze Phoebus Finding.

In een eerder artikel informeerden we jullie over onze behandeling van het paneel waarop Apostel Petrus bij de centurion Cornelius te zien is (ca. 1560-1600), toegeschreven aan Maarten De Vos. Dit was een uitdagende behandeling, omdat het schilderij bedekt was met lagen vuil, oude vernissen en overschilderingen, en de ondergrond in slechte staat verkeerde. De planken vertoonden meerdere complexe barsten en de paneelvoegen sloten niet langer aan. Bovendien hadden eerdere restauratie-ingrepen bijkomende schade aan de houten drager veroorzaakt. Daarom werd de structuur versterkt, en zal het paneel aan de achterkant ook worden ondersteund.

Het reinigen van het schilderij onthulde een geschilderd oppervlak dat was aangetast door agressieve eerdere behandelingen. Het was ook ontsierd door vlekken als gevolg van chemische reacties in de verf. Gelukkig waren er ook prachtige details bewaard gebleven: heldere kleuren en de hoge kwaliteit van de portretten. Toch was er ook een structurele behandeling nodig.

Restaurator zaagt houten ondersteuningslatten op maat tijdens structurele behandeling van een schilderijpaneel in het restauratieatelier.
Restauratieatelier met schilderijpaneel op werktafel, houten ondersteuningen en meetgereedschap tijdens een structurele restauratiefase.

De meeste structurele problemen van het schilderij waren het gevolg van verkeerd uitgevoerde eerdere behandelingen en de slechte kwaliteit van de ondergrond. In de loop der tijd was deze vervormd en reactief geworden. Houtworm en een oorspronkelijk rigide kader hadden de eerste scheuren en de loskoppeling van de onderste lat veroorzaakt voordat de schade leidde tot de cradle-behandeling van het schilderij. Cradling, een behandeling die tegenwoordig niet veel wordt gebruikt, betekent dat het paneel wordt verlaagd en er een rigide rooster aan de achterkant wordt bevestigd om het schilderij te ondersteunen en recht te houden. Het paneel wees de cradle af, waardoor deze gedeeltelijk loskwam en leidde tot ernstige scheuren, schilfers en blaren in de verflagen. Hoewel verdere schade vaak optreedt bij cradling, is het meestal niet zo dramatisch als hier.

De restauratoren hun taak was om het paneel te repareren en ook de problemen aan te pakken die de schade had veroorzaakt. Het doel was om de structuur te herstellen en de vorm en het niveau van het oppervlak te verbeteren. Dit indachtig begonnen Sara Mateu en Brian Richardson, samen met Franziska Bunse, deze zomer eerder met de herstelwerkzaamheden. Ze verwijderden de cradle en maakten de lijmresten schoon. Toen ze een duidelijk zicht op de achterkant hadden, hebben ze de platen gescheiden die eerder uit elkaar waren gekomen. Dit stelde hen in staat om de oude lijm in de voegen en scheuren van eerdere reparaties te reinigen.

Aangezien dit het grootste paneel is dat ooit in de studio werd behandeld, hebben ze een op maat gemaakte lijmbrug gebouwd – een tijdelijke structuur die wordt gebruikt bij het conserveren en repareren van kunstwerken – die de grootte van het paneel kon herbergen.

Schilderijpaneel in restauratie opgespannen in een houten constructie met klemmen en verstelbare staven voor structurele stabilisatie.

Ze begonnen met het herstellen van de kleine, eenvoudige scheuren voor ze complexere schade aanpakten. Het paneel had een ernstige samengestelde breuk in een gebied dat door houtworm was aangetast. Deze scheuren zijn moeilijk te repareren omdat ze de initiële houtwormgangen uithollen en ergens anders weer naar buiten komen, waardoor het moeilijk is om de schade aan de voor- en achterkant te verbinden. Het repareren van sommige van deze scheuren vereist een speciale techniek die zorgt voor een duurzame oplossing, maar origineel materiaal verwijdert, dus wordt het alleen voor de ergste gevallen gebruikt.

Het paneel heeft erg goed gereageerd op een minder invasieve aanpak en zo konden we alle scheuren behandelen en de platen weer aan elkaar voegen met hun standaardaanpak. Ondanks het succes van de reparaties blijft het paneel zwak en vereist het aanvullende versterking.

Nu is de volgende stap om een ondersteuning aan de achterkant van het paneel te creëren en te bevestigen.

Deze maand verkennen we de boekencollectie van onze verzameling en richten we onze aandacht op de restauratie van een uniek 18de-eeuws plantenboek. Papier- en boekrestaurator Oliver Claes heeft de afgelopen maanden aan dit project gewerkt.

Dit 18de-eeuwse plantenboek is een prachtig voorbeeld van vroege botanische illustraties. Het bevat handgeschreven beschrijvingen van verschillende planten en zorgvuldig uitgesneden, ingekleurde etsen. De uitgesneden houtsnedes zijn afkomstig uit de Antwerpse editie van het Cruyde-boeck door Rembert Dodoens. Elke pagina biedt informatie over twee tot drie planten, inclusief hun groeiplaats en de smaak van zaden, wortels, bladeren of vruchten. Ondanks de ouderdom van de teksten zijn ze nog steeds goed leesbaar.

Open 18de eeuws plantenboek met handgeschreven botanische teksten en ingekleurde plantillustraties, gefotografeerd tijdens restauratie.

Het boek valt op door zijn bijzondere opbouw. Het boekblok, bestaande uit katernen, is genaaid op touwen die bedekt zijn met lederen strips. Deze touwen zijn vastgemaakt in de kartonnen borden van de boekband, waarbij de lederen strips door zowel de perkamenten bandbekleding als de kartonnen borden zijn geregen. Deze variant op de spitselband was nog niet eerder door onze restaurator gezien.

Detail van de beschadigde rug en vergeelde bladzijden van een 18de-eeuws boek, zichtbaar vóór restauratie.
Openliggende band van een 18de-eeuws boek met gescheurde schutbladen en zichtbare slijtage aan de rug, vóór restauratie.

De boekband bood onvoldoende steun omdat de kartonnen borden op de plekken zonder perkament waren gedelamineerd. Ook de verbinding tussen het boekblok en de boekband was niet meer stevig. Hoewel het boekblok zelf, de verbindingen tussen de katernen en de touwen nog sterk waren, werd de kern van het boek onvoldoende beschermd door het ontbreken van schutbladen aan de voor- en achterzijde van het boekblok.

Beschadigde schutbladen van een 18de-eeuws boek, met gescheurd en vergeeld papier dat voorzichtig wordt opgetild tijdens restauratieonderzoek.
18de-eeuws boek met versleten perkamenten band en losse bindlinten, zichtbaar vervormd en verkleurd door ouderdom, gefotografeerd tijdens restauratievoorbereiding.

Tijdens de restauratie werden de ontbrekende delen van de perkamenten boekband verstevigd en hersteld, schutbladen toegevoegd, en de originele boekbinding met touwen en lederen bandjes gereconstrueerd. De binnen- en buitenzijde van het boek werden gereinigd, en alle losgekomen plantenknipsels in het boekblok werden gefixeerd. De originele, afgebroken touwen werden verlengd met gelijksoortige touwen, en lederen riemen werden opnieuw aan de ribben toegevoegd. De gehele perkamenten bandbekleding werd losgemaakt en alle lacunes werden opgevuld met vergelijkbaar perkament.

Rug van een 18de-eeuws boek tijdens restauratie, vastgezet op een houten werkplank met bindlinten en koorden om de constructie te stabiliseren.

Naarmate de restauratie vorderde, kwamen enkele interessante ontdekkingen aan het licht. Onder de perkamenten rugbekleding werd een opgevouwen papiertje gevonden, mogelijk van de eerste eigenaar van het boek. Bij het losmaken van het dekblad werd een tekst ontdekt die luidde: Groot Boeck, gevolgd door een onleesbaar woord. Deze pagina was als los schutblad aan het boek toegevoegd. Het boek had oorspronkelijk een boekbeslag waarvan nu nog slechts één onderdeel over is, dat werd opgepoetst.

Los fragment papier met handgeschreven notitie in een 18de-eeuws plantenboek, zichtbaar tijdens restauratie, met sporen van slijtage en verkleuring.
Conservator verwijdert voorzichtig een los papiertje uit de rug van een 18de-eeuws boek tijdens restauratiewerkzaamheden.

Benieuwd naar de resultaten van het onderzoek naar het opgevouwen papiertje? Houd dan onze website en nieuwsbrief in de gaten!

Afgelopen maand maakten we kennis met onze nieuwe jobstudenten, Shimels Ayele Yalew en Ayenew Sileshi Demssie. Zij ondersteunden ons team bij diverse activiteiten gericht op de preventieve conservatie van verschillende werken uit de collectie van The Phoebus Foundation.

Twee collega’s staan met gekruiste armen in een kantoorruimte van The Phoebus Foundation met moderne kunstwerken aan de muur.
Shimels en Ayenew in het CoBrA-Depot

Singelberg, gelegen aan de Schelde in de industriële haven, biedt een prachtig contrast tussen de unieke omgeving en de werken van meesterlijke kunstenaars zoals Minnebo, Atelier van Lieshout, Pablo Atchugarry, Michael Aerts en vele anderen. Deze locatie brengt echter ook uitdagingen met zich mee, zoals de invloed van luchtvervuiling en zoet water op de sculpturen. Een preventieve aanpak is daarom essentieel.

Twee beelden op een trapplein bij Burcht Singelberg, met links een staande figuur en rechts een dynamische sculptuur tegen een moderne bakstenen architectuur.
Burcht Singelberg

Ayenew richt zich binnen zijn doctoraatstudie op de conservatie van onroerend erfgoed, waarbij hij diverse analysemethoden gebruikt die gebaseerd zijn op het meten van het buitenklimaat. Dankzij zijn expertise werkt hij samen met Shimels aan het in kaart brengen van de schade aan het beeldenpark. De conditie van zowel de buiten- als binnensculpturen is zorgvuldig geïnspecteerd en gedocumenteerd. Veel beelden zijn een jaar geleden preventief behandeld; zo kregen sommige bronzen beelden een nieuwe waslaag, terwijl marmeren beelden werden gereinigd en gecontroleerd op mechanische schade. Door de jaarlijkse controle aan te houden, wordt de impact van het buitenklimaat op de beelden steeds beter vastgelegd en voorspeld.

Ayenew reinigt een schilderij met een droge techniek aan een witte bakstenen muur.
Ayenew aan het reinigen met droge technieken

Ayenew Sileshi Demssie is doctoraatstudent aan de Universiteit van Antwerpen, gespecialiseerd in conservatie en restauratie.

De afgelopen anderhalve maand heeft hij zich gericht op het inspecteren en documenteren van de staat van schilderijen, sculpturen en andere kunstobjecten. Zijn werk omvatte het opstellen van gedetailleerde conditierapporten, het reinigen van sculpturen met droge technieken, en het identificeren van mogelijke risico’s voor toekomstige interventie.

Ayenew constateerde dat de meeste kunstobjecten in goede staat verkeren, maar benadrukt de noodzaak van voortdurende inspectie en interventie om hun langdurige behoud te waarborgen.

Shimels en Ayenew werken aan een sculptuur in de binnenkoer van HeadquARTers, naast een vijver met koi.
Shimels en Ayenew aan het werk in HeadquARTers

Shimels heeft uitgebreide kennis van de conservatie van historische boeken, met een specialisatie in Ethiopische Koptische bijbels op perkament. Deze expertise kwam goed van pas tijdens het bestuderen van de boekencollectie van The Phoebus Foundation. Binnen zijn doctoraatstudie richt Shimels zich op conservatietechnieken en de preventieve conservering van historisch perkament. Hierdoor kon hij verschillende soorten perkament identificeren en, onder begeleiding van restaurator Oliver Claes, diverse conservatieprojecten uitvoeren. Zo heeft Shimels pagina’s gereinigd met milde solventen en door middel van droge technieken.

Shimels onderzoekt een CoBrA-kunstwerk in het CoBrA-Depot met een draagbaar meetinstrument.
Shimels in het CoBrA-Depot

Shimels Ayele Yalew is docent aan de Bahir Dar University in Ethiopië en doctoraatstudent aan de Universiteit van Antwerpen, met een BA en MA in Geschiedenis en Erfgoedbeheer.

Bij The Phoebus Foundation omvatten zijn taken onder andere het beoordelen van de staat van diverse kunstwerken, zoals boeken, schilderijen en sculpturen, het opstellen van gedetailleerde conditierapporten, en het uitvoeren van reinigingsactiviteiten.

Ayenew en Shimels controleerden in totaal meer dan 90 kunstwerken. Bovendien onderzochten ze een belangrijke serie uit het oeuvre van Pedro Figari en verkregen ze inzicht in de impact van olieverf op geperst karton. Ook werden de werken die momenteel te zien zijn in het CoBrA-Depot nagekeken en gedocumenteerd. Deze collectie, met een brede variëteit aan kunstenaarsmaterialen, is uiterst gevoelig. Het aanvullen van conditierapporten is noodzakelijk om de staat van de collectie te waarborgen. Hun bijdragen deze zomer waren daarom van groot belang en de ervaring was enorm waardevol.

Op basis van hun bevindingen zal het atelier van The Phoebus Foundation haar aanpak aanpassen en mogelijk een gespecialiseerd team inschakelen voor de vervolgconservatie. Dit vormt een grote, maar boeiende uitdaging!

Moderne sculptuur in een groene stadsomgeving met metalen elementen en waterfonteinen op het Singelbergterrein.
Burcht Singelberg

Bezoekers komen vaak met de fiets of via de waterbus naar het domein. Sinds de herstructurering van de rondleidingen en gidsen bij The Phoebus Foundation is het nu ook mogelijk om een begeleid bezoek te reserveren. Reserveringen in het weekend zijn gratis, maar verplicht om de veiligheid van de bezoekers te waarborgen.

Schilderijenrestaurator Franziska Bunse, die de afgelopen drie maanden Fellow bij The Phoebus Foundation is geweest, is onder de deskundige begeleiding van Sara Mateu en in samenwerking met Brian Richardson een paneelschilderij uit de collectie van de stichting aan het restaureren. Dit werk wordt toegeschreven aan de kring van de Antwerpse meester Maarten De Vos (1532-1603).

Schilderijenrestaurator Franziska Bunse verwijdert oude lijm en vuil uit de voeg van een paneelschilderij ter voorbereiding van het zorgvuldig opnieuw samenvoegen van de panelen in het restauratieatelier.
Franziska aan het werk tijdens het verwijderen van niet-originele lijm en vuil uit een voeg ter voorbereiding op het zorgvuldig opnieuw aan elkaar lijmen van de afzonderlijke panelen

Het schilderij toont verschillende scènes uit hoofdstuk tien van de Handelingen, waarin het verhaal van de heilige Petrus en de centurio Cornelius wordt verteld. Petrus ontvangt een visioen waarin de hemel opengaat en een groot laken naar beneden wordt neergelaten. Dit laken bevat allerlei dieren die volgens de Joodse spijswetten als onrein worden beschouwd. Wanneer Petrus weigert deze dieren te eten, wordt hem uitgelegd dat niets wat door God is gemaakt onrein is.

Vervolgens kloppen twee soldaten, gestuurd door centurio Cornelius, op de deur van Petrus om hem uit te nodigen naar zijn huis te komen. Petrus stemt in met de uitnodiging en gaat met hen mee. Bij binnenkomst in het huis van de centurio knielt deze voor Petrus neer, maar Petrus vraagt hem op te staan, omdat God hem heeft geleerd dat iedereen gelijk is. Uiteindelijk doopt Petrus de centurio.

Wat opmerkelijk is aan dit werk, is dat de scènes van rechts naar links zijn afgebeeld.

Paneelschilderij vóór restauratie met een historische scènes vol figuren, zichtbaar vervuild en verstoord door oude panelnaden en structurele schade.
Voor de restauratie

Het schilderij bestaat uit vier eiken panelen met een horizontale nerf en heeft een afmeting van 99 cm x 190,3 cm, wat het een relatief langgerekt formaat geeft. Bij aankomst in de restauratiestudio bevond het paneel zich in een zeer kritieke toestand. De exacte staat van de verflagen was moeilijk te beoordelen, omdat een dikke laag vuil en een vergeelde, niet-originele vernis het oppervlak volledig bedekten. De eerste stap was het schoonmaken van het schilderij, wat een uitdaging op zich werd. Het verwijderen van vuil, oude vernis en verkleurde retouches die al eeuwenlang op het oppervlak lagen, moest zorgvuldig gebeuren om de originele verflagen niet te beschadigen. Bovendien waren zorgvuldige tests nodig om de juiste methode vast te stellen. Door het schilderij te reinigen met een combinatie van verschillende oplosmiddelgels en lichte mechanische handelingen, werd het levendige en intense kleurenpalet weer zichtbaar.

Paneelschilderij tijdens de reiniging waarbij kleur, details en figuren geleidelijk zichtbaar worden terwijl oude vernis en vuil worden verwijderd.
Tijdens de reiniging
Detail tijdens de reiniging
Detail van een schilderij tijdens de reiniging waarbij verfoppervlak en figuren zichtbaar worden onder vergeelde vernis.
Na het verwijderen van oude overschilderingen (rechterhelft)
Detail van een soldaatsharnas tijdens restauratie waarbij de reiniging het heldere geel van de verf opnieuw zichtbaar maakt.
De reiniging onthulde het levendige geel van het harnas van een soldaat

De schade betrof voornamelijk de structuur van het schilderij. Twee voegen (bovenste en onderste) waren volledig open en veel scheuren verzwakten de panelen.

Schadeoverzicht van een schilderij met gemarkeerde voegen in blauw en scheuren in geel, gebruikt voor documentatie tijdens restauratieonderzoek.
Schadeoverzicht: voegen in blauw en scheuren in geel

Deze beschadigingen tastten ook de verflaag aan, wat leidde tot verlies. De structurele schade was deels het gevolg van, en werd zeker verergerd door, een oud lattenraster. Deze ondersteunende structuur, die waarschijnlijk in de 19e eeuw aan de achterkant van het schilderij was bevestigd, droeg bij aan de verslechtering.

Achterkant van een schilderij vóór restauratie, met zichtbaar oud lattenraster en houten paneelstructuur.
Achterkant van het schilderij voor de restauratie, met het oude lattenraster

Hoewel de restauratoren destijds naar beste weten handelden, was dit lattenraster op de lange termijn niet gunstig voor de houten drager van het schilderij. Bovendien verzwakte een oude houtwormplaag de panelen plaatselijk. Onder begeleiding van Sara Mateu hebben we dit oude, disfunctionele lattenraster verwijderd.

Franziska en Brian werken in het restauratieatelier aan het zorgvuldig verwijderen van het oude lattenraster aan de achterkant van een schilderij.
Franziska en Brian tijdens het zorgvuldig verwijderen van het lattenraster.

Om de scheuren en de open voegen te conserveren en goed te kunnen verlijmen, werden het bovenste en onderste paneel vervolgens gedemonteerd.

Teamwork in het restauratieatelier waarbij Sara, Franziska en Brian samen structurele werkzaamheden uitvoeren aan een groot schilderij.
Sara, Franziska en Brian tijdens structurele werkzaamheden

Deze restauratie is nog niet voltooid. De structurele ondersteuning moet verder geconserveerd worden en het vullen en retoucheren van de verloren verflagen staan nog op de agenda. Benieuwd naar de resultaten? Volg ons op onze website en sociale media om op de hoogte te blijven!

In het Montreal Museum of Fine Arts (MMFA) werd de voorbije weken achter de schermen hard gewerkt aan de komende tentoonstelling Saints, Sinners, Lovers and Fools, die op 8 juni 2024 haar deuren opent. Een bijzonder fascinerend aspect van de voorbereiding was de reis die de kunstwerken ondernamen, maar ook de opbouw van de tentoonstellingsruimte zelf. Met toewijding en precisie werd ervoor gezorgd dat elk kunstwerk optimaal tot zijn recht zou komen zodat het publiek zou kunnen genieten van een onvergetelijke ervaring.

Tentoonstellingszaal van het Montreal Museum of Fine Arts tijdens de opbouw van Saints Sinners Lovers and Fools met zuilen en transportkisten

De kunstwerken uit de verzameling van The Phoebus Foundation doorkruisten, na Denver en Dallas vorig jaar, opnieuw de Atlantische Oceaan om deze keer hun bestemming in Montreal te bereiken. In het restauratie-atelier en het depot van The Phoebus Foundation werden de bruiklenen zorgvuldig behandeld en voorzien van de meest veilige verpakking opdat ze zonder kleerscheuren zouden aankomen in het museum. In totaal reisden 130 kunstwerken per vliegtuig naar Canada: een pittige coördinatie en planning qua transport!

Zeventiende-eeuws beeld van een staande man met golvend draperie, opgesteld in het restauratieatelier van The Phoebus Foundation
Zeventiende-eeuws terracotta beeld van een staande man met expressieve draperie, gefotografeerd tijdens studie in een museumatelier

Bij aankomst in het prestigieuze Montreal Museum of Fine Arts kon, na een lange reis, begonnen worden met de installaties van de kunstwerken. Samenwerkende teams van het museum en The Phoebus Foundation pakten elk kunstwerk zorgvuldig uit om vervolgens over te gaan tot een grondige conditiecheck. De werken mochten dan wel verpakt zijn in luchtdichte en schokbestendige kisten; een transport is nooit zonder risico.

Onder het kritische oog van de restauratoren en coördinatoren van het museum en The Phoebus Foundation, werden de kunstwerken vervolgens zorgvuldig op hun beoogde plaats geïnstalleerd. Het is steeds een grote uitdaging voor curatoren en scenografen om de werken te voorzien van een perfecte plaats opdat ze zowel conceptueel als vormelijk in de tentoonstellingsruimte passen. Na een geslaagde installatie werden de laatste scenografische afstemmingen gedaan, zoals verlichting, tekstborden en interactieve elementen.

Conservatoren onderzoeken ingelijste schilderijen in een museumzaal met draagrekken, tijdens voorbereidend werk achter de schermen van een tentoonstelling
Conservatoren onderzoeken een groot ingelijst schilderij in een museumzaal, tijdens voorbereidend werk voor een tentoonstelling

Achter elke tentoonstelling staat er een team van curatoren, transporteurs, technici en andere verantwoordelijken die hun krachten bundelen om deze visie tot leven te brengen.

Team verplaatst een monumentaal schilderij door een statige museumhal met marmeren trap, tijdens de opbouw van een tentoonstelling
Conservatoren en restauratoren onderzoeken een historische globe tijdens de opbouw van een tentoonstelling in een museumzaal.

Saints, Sinners, Lovers and Fools loopt van 8 juni tot 20 oktober 2024. Voor meer informatie en tickets, bezoek www.mbam.qc.ca.

Eva van Zuien, zelfstandig restaurator gespecialiseerd in oude meesters, voltooide onlangs de restauratie van een waar kunstjuweel. In opdracht van The Phoebus Foundation blies ze nieuw leven in Buste van een heilige van de Brusselse kunstenares Michaelina Wautier.

De hand van Michaelina is direct te herkennen in dit mooie werk. Karakteristiek is de manier waarop het zachte gezicht, de ogen en de plooival zijn geschilderd. Bovendien heeft de kunstenares het werk linksboven op de voor haar typische wijze gesigneerd met haar volledige voor- en achternaam: Michaelina Wautier fecit.

Het schilderij verkeerde voor de behandeling in matige staat en is in het verleden bedoekt geweest, maar de spanranden waren plaatselijk gescheurd waardoor het doek niet meer goed op het raam gespannen was. De verflagen oogden dof door oppervlaktevuil en een vergeelde vernislaag. Aan de linkerzijde van het schilderij was een groot deel van de achtergrond overschilderd.

Het afnemen van de oude vernislaag had veel impact op de voorstelling. In het gezicht kwamen meer oorspronkelijke kleurnuances tevoorschijn, zoals de blosjes op de wangen. In de achtergrond werd een verloop van licht naar donker beter zichtbaar, terwijl de oude overschilderingen links werden verwijderd. Deze bleken een originele onderschildering af te dekken die door de kunstenares als verticale strip open is gelaten. Het is niet duidelijk waarom Wautier hiervoor heeft gekozen, maar het lijkt erop dat deze buste aan de rand van een groter doek werd geschilderd.

Een opvallend verschijnsel op dit schilderij is de aanwezigheid van veel protrusies op het verfoppervlak. Verspreid over het gehele werk zijn talloze kleine witte kratertjes te zien. Dit is het resultaat van loodzeepformatie, een chemisch verouderingsproces in de verflaag. Vanwege de impact van deze lichte puntjes op de voorstelling is er op dit schilderij voor gekozen de meest storende te retoucheren.

Dankzij deze zorgvuldige restauratie is het kunstwerk weer in al zijn pracht te bewonderen!

In het Sauriermuseum van Aathal, Zwitserland, waar onze 69 miljoen jaar oude T. rex, Trinity, wordt tentoongesteld, voert een team paleontologen onder leiding van Dr. Nizar Ibrahim van de Universiteit van Portsmouth een grondig onderzoek uit naar het skelet.

De onderzoekers hebben zorgvuldig de staart van het skelet onderzocht, alsook het ribbenkast, de voorpoten en de schedel. Het team verzamelt op deze manier data over de grootte en het uiterlijk van de botten, en besteedt speciale aandacht aan paleopathologieën die bewijzen van traumatische verwondingen en ziekten moeten weergeven.

Dit nauwgezette onderzoek zal waardevolle inzichten opleveren voor het vakgebied van de paleontologie en nieuwe perspectieven bieden op een van ’s werelds meest angstaanjagende dinosaurussen, dus hou onze website en nieuwsbrief in de gaten voor verdere ontwikkelingen!

Benieuwd naar de persoonlijke getuigenissen van de onderzoekers? Bekijk de website van de universiteit:

Deze maand nemen we je mee achter de schermen in onze restauratiestudio. Onder leiding van Clara Bondia wordt Julio Alpuy’s werk, Eden, voorbereid voor een nieuwe tentoonstelling.

Restaurator in de studio van The Phoebus Foundation, staand voor de achterzijde van een schilderij op een schildersezel, tijdens voorbereidingen voor restauratie.

Julio Alpuy (1919-2009) was een Uruguayaanse kunstenaar die nauw verbonden was met de innerlijke kring van Torres García. Hij speelde een fundamentele rol in de verspreiding van Latijns-Amerikaanse kunst in de Verenigde Staten en Europa. Zijn werken zijn wereldwijd uitgebreid tentoongesteld in galerijen en instellingen, wat getuigt van zijn illustere carrière. Dit grootschalige olieverfschilderij, geschilderd in 1979, maakt deel uit van een serie die de hof van Eden afbeeldt, met een verhalend karakater van naturalistische figuren verweven met afbeeldingen van verschillende koppels.

Julio Alpuy, Eden (1979), symbolisch schilderij met gestileerde menselijke figuren, een cirkelvormige wereld en een centrale opening, verwijzend naar schepping, natuur en existentiële thema’s.
Julio Alpuy, Eden, 1979

Hoewel het schilderij aanvankelijk op zijn originele spieraam was gemonteerd, werd al snel duidelijk dat het niet voldeed aan zijn doel. Het spieraam was niet erg stevig vanwege de dunne houten latten die aan elkaar genageld waren. Bijgevolg ontbrak het aan kracht en een beweegbaar systeem om een correcte spanning van het doek toe te staan, wat resulteerde in aanzienlijke vervormingen en instabiliteit. Bovendien was het schilderij gevoelig voor schadelijke trillingen tijdens elke beweging of behandeling, wat een probleem vormde voor de juiste conservatie.

Detailopname van een restauratiepatch op de achterzijde en voorzijde van een schilderij, met zichtbaar hersteld doek en retouches in de verflaag.
Voor- en achterzijde van de patch

Het doek had in het verleden ook schade en breuken opgelopen aan de onderkant, wat leidde tot een eerdere restauratiepoging. Een patch, vervaardigd uit commercieel voorbereid verouderd canvas, werd aangebracht met een synthetische lijm die in de loop der tijd vergeeld en broos was geworden. Helaas, werd de patch zichtbaar aan de voorkant, waardoor een rechthoekige vervorming ontstond die het aspect van het kunstwerk verslechterde.

Overzicht van het verwijderingsproces van een oude restauratiepatch en achtergebleven lijmresten op het doek, in verschillende stadia van behandeling.
Verwijderingsproces van de patch en de resten van de lijm

Na het verwijderen van stof werd de oude patch behandeld. Het proces was zeer delicaat, maar geleidelijk werd de lijm verzacht en mechanisch verwijderd. Bovendien werden de resten die tussen de vezels doorgedrongen waren geëlimineerd. De vervorming werd gecorrigeerd met gecontroleerd gewicht en vochtigheid, terwijl de originele vezels van het doek geherpositioneerd werden. Ten slotte werd een nieuwe versterking van synthetisch weefsel en thermoplastische filmlaag aangebracht. Als gevolg, werd de scheur zowel volumetrisch als chromatisch geretoucheerd.

Wat betreft het spieraam, werden verschillende opties overwogen. Uiteindelijk werd besloten om het te vervangen door een nieuw exemplaar dat voldoet aan de voorwaarden die nodig zijn voor de juiste conservatie van het werk. De gekozen ondersteuning is van hoogwaardig hout met een gecontroleerd mobiliteitssysteem.

Het werk werd zorgvuldig voorbereid door de randen te beschermen om mogelijk verlies van polychromie tijdens het hanteren te voorkomen. Daarna werd het oude spieraam verwijderd en de achterkant van het doek gereinigd om het vuil dat zich in de loop der tijd had opgehoopt te verwijderen. Het werk werd vervolgens op het nieuwe frame geplaatst en goed gespannen om trillingen te vermijden en esthetisch de juiste weergave van het schilderij te verbeteren.

Detailopnamen van het droogreinigingsproces aan de verflaag en het reinigen van de achterzijde van het doek, met aandacht voor kwetsbare zones en oude vervuiling.
Details van het droogreinigingsproces en het reinigen van de achterkant van het doek

Benieuwd naar waar Eden van Julio Alpuy te bezichtigen zal zijn? Houd onze website en sociale media in de gaten!

Met verschillende projecten en publicaties op de planning zijn het ook in onze fotostudio bijzonder drukke dagen. Van Middeleeuwse retabels en barokke portretten tot Latijns-Amerikaanse sculpturen, Antwerpse postkaartjes en getijdenboeken: de diversiteit aan objecten die langs de lens van onze fotograaf Michel passeren is enorm. Bovendien vraagt elk kunstwerk om een aangepaste opstelling van belichting om een zo goed mogelijk resultaat te bekomen. De opname van een bijzonder fragiele houtskooltekening van Constant Permeke of een kleurrijk zelfportret van Fernando Botero: samen met de art handlers en restauratoren wordt steeds geanalyseerd hoe de objecten zo goed en zo veilig mogelijk gefotografeerd kunnen worden. En dat vraagt soms om een bijzonder creatieve aanpak!

Kunstfotograaf Michel fotografeert een stilleven van Fernando Botero in de fotostudio van The Phoebus Foundation, met professionele belichting en camera-opstelling.
Michel in actie met Zelfportret met stilleven van Fernando Botero
De houtskooltekening De broodsijder van Constant Permeke wordt gefotografeerd in de studio, opgesteld voor de lens met professionele camera en belichting.
De broodsnijdster van Constant Permeke voor de lens

Behalve een houtskooltekening passeerden er deze maand ook twee sculpturen van Permeke voor de lens van Michel: Buste van een vrouw en Niobe uit 1938. Het positioneren van de beelden was een eerste boeiende uitdaging: om de veiligheid van de werken te garanderen werd ervoor gekozen om ze niet rechtopstaand maar al liggend te laten fotograferen. Zo worden de sculpturen immers ook bewaard in het depot.

De Buste van een vrouw en Niobe ligt horizontaal opgesteld op kussens, klaar voor de fotografische opname in het atelier.
Buste van een vrouw en Niobe voor de fotografische opname
De vergulde sculptuur Buste van een vrouw en Niobe ligt horizontaal op beschermend schuim, voorbereid voor transport of fotografische documentatie.

Niet alleen de vorm maar ook het materiaal waaruit de beelden vervaardigd zijn was een huzarenstukje: het glanzende brons laat enorm veel licht weerkaatsen en is als het ware een spiegel. Een verdoken zelfportret van de fotograaf kan misschien leuk zijn voor een artistieke foto maar is absoluut te vermijden bij een hoogwaardige foto, bestemd voor collectieregistratie en publicatie. Om de weerkaatsing zo veel mogelijk weg te filteren, ging Michel aan de slag met zijn lightcube, een witte ‘tent’, bestemd voor de fotografie van objecten. Dankzij wit karton, witte doeken en statieven rondom het kunstwerk  werd de lightcube verder omgebouwd en geperfectioneerd tot een kleine, op maat gebouwde fotostudio voor de sculptuur. Het proces nam heel wat tijd beslag: is er zeker nergens reflectie te zien? Moet de belichting zachter of anders gepositioneerd worden? Michel analyseerde zijn volledig setting bij elke opname.

Opstelling in de fotostudio met lichtstatieven, softboxen en een witte doek voor gecontroleerde kunstfotografie.
Setting voor de fotografie
Beeldfragment opgesteld op een witte achtergrond in de fotostudio, omringd door lichtstatieven en doeken voor een nauwkeurige fotografische opname.

Na het nemen van de foto, volgde de verdere nabewerking in Photoshop. De perfecte foto bekomen waarop de kunstwerken zo mooi en natuurlijk mogelijk afgebeeld staan, vraagt immers ook om de juiste beeldbewerking. Zo werden onder meer foto’s met verschillende lichtinvallen gecombineerd om een zo natuurlijk mogelijke weergave te bekomen. Daarnaast werden ook storende elementen van de achtergrond, zoals bijvoorbeeld randen van het karton, weg gefotoshopt.

Hoge-resolutiefoto van Buste van een vrouw en Niobe, liggend beeldfragment in vergulde afwerking, gefotografeerd tegen een witte achtergrond.
High-res foto’s van Buste van een vrouw en Niobe
Vrijstaand beeld van Buste van een vrouw en Niobe, een verguld vrouwelijk torso met verfijnde modellering, gefotografeerd tegen een witte achtergrond.

Het eindresultaat mag er zijn: van de hele doeken- en tentenconstructie is niets meer te zien en op de foto is geen enkele storende weerkaatsing te vinden. Zo zie je maar dat een foto van een kunstwerk meer is dan een snelle opname met je smartphone.

De afgelopen drie maanden mochten we een nieuwe Phoebus Fellow in onze studio verwelkomen: Perrine de Fontenay uit Parijs. Tijdens haar fellowship focuste Perrine zich op het conserveren van schilderijen uit onze deelcollecties Latijns-Amerikaanse kunst uit de koloniale periode en oude meesters. Zo werkte Perrine onder andere samen met schilderkunstrestauratrice Sofia Hennen aan twee portretten van Jakob Seisenegger (1505-1567) die de aartshertogen Maximiliaan (1527-1576) en Elisabeth (1526-1545) afbeelden.

Restauratoren werken aan schilderijen in het atelier van The Phoebus Foundation, geconcentreerd bezig met conservering en detailonderzoek aan ezels.

Perrine en Sofia namen de afgelopen maanden uitvoerig de tijd om zorgvuldig oude overschilderingen te verwijderen en zo het oorspronkelijke, kleurrijke achtergrondontwerp van de kunstenaar te onthullen.

Portret van aartshertog Maximiliaan vóór de restauratiebehandeling, opgesteld op een ezel in het restauratieatelier.
De twee portretten voor de restauratiebehandeling.
Portret van aartshertogin Elisabeth vóór de restauratiebehandeling, opgesteld op een ezel in het restauratieatelier.

De Oostenrijkse meester Jakob Seisenegger (1505-1567) vervaardigde de portretten in 1537, waarbij hij de aartshertogen en broer en zus Maximiliaan (1527-1576) en Elisabeth (1526-1545) afbeeldde op respectievelijk 10- en 11-jarige leeftijd. De olieverfschilderijen op linde- of populierenpanelen tonen de kinderen gehuld in luxueuze kleding, versierd met juwelen en bloemen in hun haar. De kleding en juwelen zijn gedetailleerd met gouden accenten. Beide figuren zijn geplaatst achter een groene marmeren richel. Aanvankelijk waren de achtergronden donkerbruin-zwart, maar op sommige plekken werden na het verwijderen van geoxideerde vernissen en getinte lagen sporen van een kleurrijke laag onthuld.

Detail van het portret van aartshertogin Elisabeth vóór restauratie, met focus op het gelaat, de rijk versierde kleding en de achtergronddecoratie.

Als hofschilder van Ferdinand I creëerde Seisenegger talrijke portretten van de kinderen en andere leden van het Habsburgse hof. Zijn artistieke vaardigheden waren destijds zeer gewild. Uit bewijsmateriaal met betrekking tot Seiseneggers eerste opdrachten van Ferdinand I blijkt dat de kunstenaar een nauwgezette aanpak hanteerde bij het selecteren en voorbereiden van de panelen voor portretkunst 1. Net als veel schilders uit zijn tijd hanteerde Seisenegger strikte normen voor de materialen waarmee hij werkte.

Na hun creatie ondergingen de portretten van Maximiliaan en Elisabeth enkele wijzigingen en werden ze onderworpen aan verschillende eerdere restauratie-ingrepen, vooraleer ze werden toevertrouwd aan de zorg van Sofia en Perrine in het Phoebus restauratieatelier.

Detail van het portret van aartshertogin Elisabeth tijdens vernisafname, met focus op het gelaat, de hoofdtooi en de geschilderde tekstband bovenaan.
Detail tijdens vernisafname

Voor de start van de restauratiebehandeling werden de portretten zorgvuldig bestudeerd om een algemeen overzicht van hun toestand en de eerdere restauratiecampagnes die ze hadden ondergaan, vast te stellen. Door observaties in natuurlijk licht en UV-reflectie, testen en vergelijkingen met andere portretten van Seisenegger, werd vastgesteld dat het oorspronkelijke groene en gouden brokaat van de achtergrond verborgen lag onder een donkere opeenhoping van oude vernissen, niet-originele glazuren en groenachtige overschildering. De overschildering werd vermoedelijk uitgevoerd om ongelijkmatig of overdreven gereinigde verf te uniformiseren. Een andere mogelijkheid is dat de achtergrond overschilderd werd uit esthetische overwegingen, volgens de smaak van de toenmalige eigenaar. Dit was niet ongewoon: er zijn diverse vergelijkbare voorbeelden van portretten uit dezelfde periode met helder gekleurde achtergronden te vinden, die de originele achtergrond verbergen.

Portret van aartshertog Maximiliaan na vernisafname, met herwonnen kleurintensiteit en beter zichtbaar detail, slijtage en oppervlakteschade.

Ook in de sctructuur van de panelen konden eerdere ingrepen, daterend uit de 19de eeuw, teruggevonden worden. De planken waren gespleten, hun verbindingen waren glad geschuurd en vervolgens opnieuw samengevoegd met houten half-lap inzetstukken. Dit werd waarschijnlijk gedaan in een poging om de natuurlijke kromming van de houten panelen te verminderen. De ingreep is opvallend zichtbaar in het portret van Elisabeth, wat resulteerde in een verlies van enkele millimeters van boven naar beneden op het paneel, verticaal door de hele compositie.

Perrine en Sofia besloten om de restauratie van de panelen voornamelijk te focussen op de vernis- en verflagen. Een structurele ingreep, gericht op het corrigeren van de discrepantie in de compositie van het portret van Elisabeth, werd als te riskant beschouwd. Na zorgvuldige tests werden de talrijke lagen vernis, niet-originele glazuren en overschildering geleidelijk gereinigd en verzacht met behulp van oplosmiddelgels, waardoor ze mechanisch konden worden verwijderd met scalpels. De reiniging was een bijzonder tijdrovend proces maar werd beloond met schitterende resulraten: de prachtige verborgen details kwamen eindelijk weer tevoorschijn. Afgezien van de randen was de oorspronkelijke verflaag gelukkig goed bewaard gebleven, waardoor een luxueus groen-en-gouden brokaat zichtbaar werd.

Portret van aartshertogin Elisabeth na behandeling, met de oorspronkelijke groene achtergrond en decoratieve details opnieuw duidelijk zichtbaar.
Na de behandeling is de prachtige oorspronkelijke achtergrond weer zichtbaar.

Footnotes

  1. Borchert, T.-H. (2021). Portraits of the Habsburg children. In S. Mareel, Renaissance Children: Art and Education at the Habsburg Court (1480-1530). Lannoo[]

Voor deze unieke behind the scenes gaan we in gesprek met het team van art handlers dat zich elke dag inzet voor The Phoebus Foundation. Maak kennis met Idris Sevenans, Claire Dieltjes, Bram Van Broeckhoven, Claartje Borgmann en Florian Sevenans die zich onder leiding van onze COO Luk Van Hove dagelijks inzetten voor het operationele reilen en zeilen van de kunstwerken in onze collectie. Het team staat niet alleen in voor de veiligheid van de objecten, maar ook van de mensen die ermee in aanraking komen. Elk kunstwerk dat het depot van The Phoebus Foundation binnenkomt, wordt door de art handlers zorgvuldig nagekeken op potentiële contaminatie door micro-organismen en inlijstingsproblematieken en vervolgens geïnventariseerd. Deze procedure is belangrijk voor het verdere verloop van het beheer en behoud van de collectie. Het ene kunswerk is het andere niet en dus zijn niet alleen de nodige voorzorgen maar ook een efficiënte manier van werken een must. 

Team art handlers van The Phoebus Foundation in een depotruimte, poserend bij een schaarlift en een palletwagen tijdens logistieke werkzaamheden.

Enkele art handlers vertellen graag meer over de kunst van het bewaren:

Florian: “Hoewel mijn persoonlijke interesse en passie in filosofie liggen, vind ik het depot een bijzonder interessante werkomgeving omdat ik er dagelijks in aanraking kom met zeer diverse kunstwerken die vanuit historisch perspectief interessant zijn. Sommige werken zijn niet alleen esthetisch boeiend, maar zijn soms ook een spel van historische ironie. Bepaalde figuren worden letterlijk en figuurlijk dichter bij elkaar gebracht. Zo hingen we in het depot een portrettenreeks van Italiaanse schrijvers naast elkaar, met onder meer een portret van Giovanni Pico Dela Mirandola (1463–1494). Deze vijftiende-eeuwse edelman en filosoof schreef in 1486 een belangrijk traktaat over de waardigheid van de mens waarin hij zijn visie uiteenzet over waarheid en de plaats van de mens binnen het universum.”

Anoniem portret van Pietro Aretino, afgebeeld in een houten lijst tegen een donkere achtergrond, met inscriptie bovenaan.
Anoniem, Portretten van Giovanni Pico Dela Mirandola en Pietro Aretino

Anoniem portret van Giovanni Pico della Mirandola in profiel, afgebeeld tegen een donkere achtergrond en gevat in een houten lijst, met inscriptie bovenaan.

“Naast hem hangt een andere historische figuur uit een latere periode, namelijk Pietro Aretino (1492–1556). In zijn traktaten belicht Aretino de minder flatterende elementen van het menselijk bestaan, zoals de wantoestanden van de kerk en de overheersing van het kerkelijk gezag. Zijn pen werd in de zestiende eeuw gevreesd tot in de hoogste kringen. Aretino werd beschouwd als een van de eerste kunstcritici en onderhield nauwe contacten met grootmeesters. Deze, op het eerste zicht twee nietszeggende portretten, worden plots ontzettend interessant wanneer ze in confrontatie met elkaar worden geplaatst en ontvouwen een heel verhaal. Ik vind het geweldig om getuige te zijn van de historische sensaties die zo tot stand komen en te beseffen dat we bijdragen aan het grotere geheel van het bewaren en doorgeven van de kunstvoorwerpen.”

Bram: “In het verleden kwam ik vaak in aanraking met kunst, zowel vanuit mijn academische achtergrond als in mijn professionele leven als historisch kunstexpert voor veilingen. Het laat me nooit los hoe de waarde van kunstwerken beïnvloed wordt door historische feiten maar het boeit me ook hoe kennis van materialen en technieken een meerwaarde is voor het kunstwerk en de verzamelaar. Zo kwam ik onlangs in aanraking met het werkje van Catharina Van Hemessen (ca. 1527/1528-1567), Portret van een dame (1550) waarbij men dacht dat er in de lijst gebruik was gemaakt van schildpadhoorn. In samenwerking met de restauratoren van The Phoebus Foundation konden we echter uitwijzen dat het slechts om een imitatie ging. Onze expertise is op die manier een echte meerwaarde voor de herkenning en identificatie van de kunstwerken. Het is fantastisch om elke dag zorg te dragen voor een waaier aan objecten die de geschiedenis en hun eigenaars steeds overleefd hebben door de passie en interesse van individuen. Als art handler heb ik echt een unieke en dynamische job waarin ik al mijn ervaringen kan samenbrengen.”

Catharina van Hemessen, Portret van een dame (ca. 1550). Rond portret van een vrouw in zwarte kleding met rode mouwen, afgebeeld tegen een groene achtergrond met inscriptie.
Catharina Van Hemessen, Portret van een dame, ca. 1550

Maar ook art handler en kunstenaar Idris Sevenans zorgt voor een sterke dynamiek binnen het team. Naast zijn werk is hij bezig met het analyseren en beleven van kunst(archieven) in zijn eigen organisatie AARS (Antwerp Artist Run School). Dit zorgt voor een verfrissende blik op het doel van bewaren en verzorgen van kunstobjecten.

Idris: “Reeds tijdens mijn onderzoek aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten werd ik geconfronteerd met de vergankelijkheid van kunstvoorwerpen en het belang van het verzamelen ervan. Het verzorgen van de collectie van The Phoebus Foundation is voor mij als archivaris en docent van de AARS (Antwerp Artist Run School) een enorm dankbare kruisbestuiving waar ik voor beide partijen mij elke dag met zeer veel plezier voor inzet.”

Tussen al het mannelijke geweld is er ook plaats voor twee geweldige vrouwelijke art handlers: Claire en Claartje.

Claire: “Het is een beetje toevallig dat ik art handler geworden ben. Nadat ik mijn studies mode-ontwerp in Zuid-Afrika had afgerond, ging ik op zoek naar een volgende uitdaging. Op aanraden van mijn oma ben ik dan naar België gekomen om te beginnen aan een nieuw avontuur, dat mij vervolgens hier bracht. Als ik elke dag het depot binnenstap, stap ik in een andere wereld. Dankzij mijn echte Antwerpse collega’s heb ik bovendien enorm veel geleerd over het land en de stad die ik nu mijn thuis noem en over de rijke cultuur en geschiedenis ervan. Ik hou van de flexibiliteit en afwisseling binnen mijn job, maar ook van zekerheid en planning. Daarom neem ik de administratie van ons team op mij. Een goede planning en communicatie zijn van cruciaal belang om onze verantwoordelijkheden tot een goed einde te brengen. De vriendschap binnen ons team zorgt ervoor dat geen enkele taak te zwaar is en we elke dag met een glimlach komen werken.”

Het arthandling team dat blijft uitbreiden in samenwerking met Katoen Natie Art bereidt momenteel verschillende grote bruikleenprojecten voor. Hiervoor blijven ze actief deelnemen aan bijscholingen en worden de taken verdeeld op basis van ervaring en expertise. Een onmisbaar team in de The Phoebus Foundation family!

In het kader van de conservatie van de moderne en hedendaagse Latijns-Amerikaanse collectie van The Phoebus Foundation wordt het schilderij Het Feest uit 1910 van Rafael Barradas momenteel onder handen genomen door Clara Bondia.

Dit schilderij is een opmerkelijk vroeg werk van de Uruguayaanse kunstenaar, die het vervaardigde op twintigjarige leeftijd. Opvallend is de expressieve figuratieve stijl die dateert van voor Barradas’ befaamde vibrationisme. Zijn talent als karikaturist is te zien in de vrolijke gezichten en de feestelijke stemming van de personages.

Conservator Clara Bondia in het atelier van The Phoebus Foundation, poserend naast het schilderij Het Feest van Rafael Barradas op een ezel.

De olieverflagen op het doek vertonen een gewijzigd formaat, met duidelijke inkepingen aan de randen op verschillende plekken. Het is mogelijk dat deze wijzigingen in de loop der tijd zijn gevormd of door de kunstenaar zelf zijn aangebracht tijdens het creatieproces.

Na een vergelijkende analyse en empirisch onderzoek werd er geconcludeerd dat het werk met was-hars gedoubleerd werd. Bovendien, was de hechting tussen de picturale laag en het canvas beperkt en waarschijnlijk ook de reden waarom in het verleden werd besloten om het doubleren uit te voeren.

Restaurator werkt aan de retouchering van een schildersezel in het restauratieatelier.
Detailopname van een schilderij tijdens restauratie, met zichtbaar penseelwerk en een restauratorspatel in actie.

De tonaliteit van het kunstwerk was iets donkerder geworden door een laag vuil op het oppervlak. Het had ook een gelige tint gekregen door de oxidatie van een dun laagje vernis. De witte lagen van de jurken van de vrouwenfiguren waren verreweg het meest aangetast. Daarnaast waren er problemen met de polychromie, waaronder verkleuring en de aanwezigheid van dikke overschilderingen die delen van de originele verflaag aantastten.

Vanwege de zwakke conditie van het kunstwerk, werd er besloten om verschillende behandelingen uit te voeren, waarbij minimale ingrepen geprioriteerd werden met absoluut respect voor de oorspronkelijke bedoelingen van de kunstenaar.

Schilderij met elegant geklede figuren op een bal, uitgevoerd in losse penseelstreken en warme kleuren.

Het restauratieproces begon met een schoonmaakprocedure in twee fasen om het vuil van het oppervlak te verwijderen en de verkleurde, geoxideerde vernis en overschilderingen te verwijderen. Deze restauratie heeft het werk met succes nieuw leven ingeblazen en de levendige originele kleuren onthuld. In de volgende fase werd de ontbrekende polychromie aangepakt door zowel volumetrische als chromatische reïntegratie uit te voeren. Tot slot werd een dunne, beschermende vernislaag aangebracht om het werk te beschermen.

Dit conserveringsproject maakt deel uit van een groter initiatief gericht op het behoud van de Latijns-Amerikaanse kunstcollectie van The Phoebus Foundation. Het is een genoegen om dit schilderij samen met enkele andere juweeltjes te behandelen en het in zijn oorspronkelijke glorie te herstellen.

Giovanna Tamà is zelfstandig restaurator, gespecialiseerd in Oude Meesters. In het atelier van The Phoebus Foundation werkt ze momenteel aan verschillende uiteenlopende projecten, waaronder de restauratiebehandeling van Prometheus geboeid. Kijk mee achter de verflagen!

Restaurator Giovanna Tamà in het atelier van The Phoebus Foundation, zittend voor het schilderij Prometheus geboeid op een schildersezel.
Giovanna tijdens het retoucheren

“Eén van mijn projecten is de restauratie van een schilderij van het atelier van Jacob Jordaens (1593-1678), Prometheus geboeid. Een grootschaligere voorstelling van Jordaens met hetzelfde onderwerp en dezelfde compositie uit circa 1640 bevindt zich momenteel in de collectie van het Wallraf-Richartz-Museum in Keulen. Het was niet ongewoon dat het grote en succesvolle atelier van Jordaens reproducties vervaardigde van reeds bestaande composities van de grootmeester.

Jordaens schilderde naast genrescènes ook graag mythologische en allegorische taferelen. In dit specifieke kunstwerk beeldt hij het verhaal van Prometheus uit, die gestraft werd met het constante uitpikken van zijn lever door de arend van de oppergod. Dit wrede lot trof Prometheus omdat hij het lef had om de mensen vuur te brengen.

Doorheen de jaren heeft het schilderij al enige restauratiebehandelingen ondergaan. Het werk kreeg een nieuwe steundrager en is bedoekt geweest. Bij deze oude restauratie werden de randen van het doek afgesneden, waardoor een klein stuk van de compositie verloren is gegaan.”

Jacob Jordaens en atelier, Prometheus geboeid, ca. 1640–1645, mythologische voorstelling van Prometheus aangevallen door een adelaar.
Jacob Jordaens en atelier, Prometheus geboeid, ca. 1640-1645 (voor behandeling)

“Het schilderij verkeerde niet in de beste staat. In de loop der tijd had het een sterk verdonkerde en vervuilde indruk gekregen doordat de vernis erg vergeeld was. Om slijtage en verfverlies te verbergen werden in het verleden grote delen van de originele verf slordig overschilderd. Ook werden talrijke onnodige accentueringen aangebracht in de lichamen van Prometheus en Mercurius (figuur rechts boven).”

Detail van het schilderij Prometheus geboeid met zichtbare niet-originele accentueringen in de verflaag.
Detail van niet originele accentueringen

“Tijdens de afname van de vernis, de oude retouches en overschilderingen werden de originele kleuren terug in hun glorie hersteld. Tijdens het verwijderen kwamen de details terug aan het licht en kunnen we de schildertechniek beter bekijken. Na de reiniging werd er een isolatievernis  aangebracht om een barrière te creëren tussen de originele verflaag en de ingrepen van de restaurator.”

Prometheus geboeid van Jacob Jordaens en atelier tijdens vernisafname, met helderder kleuren en details die opnieuw zichtbaar worden.
Tijdens vernisafname

Momenteel zit Giovanna in de laatste fase van de behandeling. De volgende stap is het vullen en retoucheren van de lacunes en krijgt het schilderij een eindvernis. Benieuwd naar het resultaat? Hou onze nieuwsbrief en website zeker in de gaten!

Na vulling, voor retouche

Oliver Claes is inmiddels meer dan tien jaar actief als papier- en boekrestaurator. Zo neemt hij ook de conservatie van de topografische en historische boekencollectie van The Phoebus Foundation onder handen. Deze zomer ontfermde Oliver zich onder meer over de restauratie van het zestiende-eeuwse meesterwerk Theatrum Orbis Terrarum van Abraham Ortelius.

Papier- en boekrestaurator Oliver Claes aan het werk in het atelier van The Phoebus Foundation, bezig met een boekrestauratie.

“Het Theatrum Orbis Terrarum (‘schouwtoneel van de wereld’) is de allereerste wereldatlas, uitgegeven op 20 mei 1570.  Het kaartenboek werd samengesteld door de Antwerpenaar Abraham Ortelius (1527-1598) en uitgegeven door Gillis I Coppens. Ortelius bundelde de beste en meest betrouwbare kaarten van zijn tijd in één volume. Uniek aan deze bundel is dat alle kaarten in dezelfde stijl en maat op koperplaten gegraveerd werden, alsook geordend werden per continent, streek en staat. Dit zorgde ervoor dat de atlas decennia lang populair bleef en zelfs naar andere talen werd vertaald.”

Zestiende-eeuws boek met verweerde perkamenten band uit de collectie van The Phoebus Foundation, vóór restauratie.

“De conditie van het boek was erg slecht. Het boekblok (de verzameling van katernen) was erg vervuild en de binding vervormd. Bovendien was deze ook losgekomen en de verschillende katernen vertoonden verschillende beschadigingen en lacunes. De uit perkament bestaande boekband was kapot en kon zijn rol als bescherming van het boekblok niet meer vervullen. Verder was de stevigheid die een boekband moet bieden aan het boekblok totaal verdwenen door het gebrek aan stevige kartons. Bij het openslaan van het boek werd de fragiele en ingekleurde titelpagina meteen zichtbaar.”

Opengeklapt zestiende-eeuws exemplaar van Theatrum Orbis Terrarum van Abraham Ortelius, met geïllustreerde titelpagina vóór restauratie.

“De opzet van de restauratie was een grondige reiniging van alle onderdelen, alsook het invullen en verstevigen van de boekband. Hiervoor moest het boek helemaal gedemonteerd worden. Alle katernen werden stuk voor stuk verstevigd met Japans of westers papier (en stijfsellijm).”

Losgenomen katernen en rug van een zestiende-eeuws boek tijdens papier- en boekrestauratie in het atelier.

“Vervolgens werden alle katernen op een gelijkaardige manier gebonden met touw op perkamenten stroken. Ook de titelpagina werd gereinigd, aangevuld en geretoucheerd. Een leuke ontdekking tijdens de restauratie van dit boek was dat aan de binnenzijde van het over het kartonnen bord gevouwen perkament (van de boekband) een getekend “mannetje” ontdekt werd. Vermoedelijk was dit een persoonlijke toevoeging van de boekbinder.”

Detailopnames van een zestiende-eeuws exemplaar van Theatrum Orbis Terrarum van Abraham Ortelius tijdens boekrestauratie, met zicht op katernen en de perkamenten band.
Detail van een zestiende-eeuws boek met een potloodschets van een profielportret, zichtbaar tijdens papier- en boekrestauratie.

“Het perkament van de boekband werd hersteld met gelijkaardig perkament en de verdwenen kartons (platten) werden ingevuld met zuurvrij karton.”

Zestiende-eeuws boek tijdens boekrestauratie, met katernen opgespannen in een pers en een gereconstrueerde rug in opbouw.
Papierrestaurator aan het werk met natte vellen tijdens papierrestauratie, naast een stapel gedroogde en gevlakte bladen in het atelier.

“Een groot probleem was ook het gebrek aan schutbladen. Deze zijn nodig als beschermende pagina’s voor-en achteraan het boek. Na een vruchteloze zoektocht in verschillende kunst- en papierwinkels heb ik uiteindelijk het papier artisanaal laten vervaardigen door de Waalse meester-papierschepper, Pascal Jeanjean. Op basis van een staal van het originele papier heeft hij een soortgelijk papier vervaardigd die, zoals de oorspronkelijke bladen, ook handgeschept is. Handgeschept papier kan je herkennen aan de waterlijnen of watermerken die je ziet als je het papier voor het licht houdt.”

Pascal vertelde hier zelf meer over:

“Ik ervoor gekozen om grondstoffen te gebruiken die vergelijkbaar zijn met de oorspronkelijke grondstoffen van het papier van de atlas, namelijk katoenen lompen en stof. Na een behandeling van de katoenen lompen in een bad, ben ik gestart met het loskloppen van het katoen tot pulp in een Valley Beater, een moderne versie van een “Hollander”. Deze pulp vormt dus de basis voor het latere papier. Om de juiste papierkleur te benaderen werden minerale poeders bij de papierpulp gevoegd. Calciumcarbonaat werd toegevoegd om de alkalische reserve te verhogen.”

Vervolgens werd het juiste schepraam gekozen met een gelijkaardig patroon van dunne koperdraden per vierkante centimeter (gearceerd) zoals bij het originele papierstaal. Uit een grote bak werd daarmee het papier geschept. Daarna werd een stapel papier, met tussenvellen van vilt, op elkaar gestapeld en met een grote papierpers het grootste deel van het water uit het papier gehaald (60%). Met tussenvellen van speciaal karton werd het overige vocht uit de vellen gehaald.”

Zestiende-eeuws exemplaar van Theatrum Orbis Terrarum van Abraham Ortelius, met geïllustreerde titelpagina en perkamenten band na restauratie.

“De riemen waarop het boek verbonden werd, werden tijdens het opnieuw samenvoegen van band en boekblok door en op de kartons van de boekband vastgelijmd. Dit zorgt ervoor dat beide onderdelen strak samenblijven. De nieuwe schutbladen werden vastgelijmd aan de binnenzijde van de platten (borden) van de boekband. Tenslotte werden op de plaats waar ze ooit zaten nieuwe linten toegevoegd aan de boekband.”

In juli verwelkomenden we een nieuwe Phoebus Fellow in ons restauratie-atelier: de Frans-Nederlandse schilderkunstexperte Annika Roy. Annika neemt de komende drie maanden het meesterwerk Noli me tangere van Hendrick De Clerck onder handen.

Restaurator Annika Roy aan het werk tijdens de conservatie van Noli me tangere van Hendrick De Clerck, bezig met het verwijderen van oude vullingen.
Annika tijdens het verwijderen van de vullingen

“Dit schilderij, vervaardigd tussen 1560 en 1630, verbeeldt een beroemde passage uit het Nieuwe Testament:  Noli me tangere (‘Raak me niet aan’). De voorstelling leest een beetje als een stripverhaal. Op de voorgrond zie je hoe Maria Magdalena Christus ontmoet na zijn verrijzenis. Nadat ze hem eerst aanziet voor een tuinman omwille van de schop in zijn hand, herkent Maria Magdalena dat de man voor haar Jezus is. Op dat moment spreekt Christus de beroemde woorden: ‘Noli me tangere’, waarnaar de scène is vernoemd. Aan de rechterzijde heeft Hendrick De Clerck nog een tweede scène afgebeeld, namelijk de drie heilige vrouwen bij het graf van Christus, onder wie ook  Maria Magdalena. Ze treffen het graf leeg aan terwijl een engel de wederopstanding van Christus aankondigt. Je blik wordt vervolgens naar de Golgotha heuvel geleid, in het midden van de voorstelling,  en op de achtergrond kan je de stad Jeruzalem zien.”

Noli me tangere van Hendrick De Clerck vóór restauratie, met Christus en Maria Magdalena in een landschappelijke setting.
Voor de restauratiebehandeling

“Ook voor de restauratiebehandeling waren de heldere kleuren nog goed te zien en was de verflaag in goede esthetische staat. De verf is rijk aan olie en de glazuren die Hendrick De Clerck gebruikte in bijvoorbeeld de rode en paarse draperieën van Christus en Maria Magdalena zijn goed bewaard gebleven. Het is fijn om op te merken dat het werk in het verleden niet te veel is schoongemaakt. De penseelstreken van de kunstenaar zijn goed zichtbaar in de bruine kleuren, waar we ook de ondertekening in de transparante lagen kunnen zien. Verder gebruikte de meester waarschijnlijk smaltpigment (blauw gekleurd glas) voor de blauwe delen van het schilderij (lucht en sommige delen van de kledij). Helaas is dit pigment wel een beetje verkleurd met de tijd.”

Verwijderen van vernis en overlappende vullingen

“Het eikenhouten paneel, vervaardigd uit vier horizontale planken, onderging een structurele behandeling om vervolgens de verflaag onder handen te kunnen nemen. De belangrijkste schade was de omhooggekomen verf rond de vullingen, bij de voegen van het paneel. De andere ingrepen werden uitgevoerd om esthetische redenen: de vullingen waren ongelijk en de retouches, vooral de witte, waren zichtbaar. Ook de vernis was licht vergeeld.”

Links: restaurator Annika Roy bevestigt de verflaag tijdens de conservatie van Noli me tangere. Rechts: detail van Christus uit Noli me tangere van Hendrick De Clerck.
Bevestiginjg van de verf

“De eerste stap van de restauratiebehandeling bestond uit het fixeren van de verf rond de voegen. Daarna kon ik beginnen met het reinigingsproces en  verwijderde ik het oude restauratiemateriaal: vernis, oude retouches en vullingen rond de voegen. Sommige vullingen overlapten met de verflaag. Door deze weg te halen kon ik de verborgen originele verf terug blootleggen; spannend!”

Restaurator aan het werk aan Noli me tangere van Hendrick De Clerck in het restauratieatelier, tijdens een behandeling aan de verflaag.

“In de komende weken worden de lacunes rond de voegen opnieuw opgevuld, wordt het schilderij gevernist en kan ik beginnen met de retoucheerfase. Het is een geweldige kans om aan zo’n mooi paneel te werken en zo dichtbij de meester te kunnen komen.”

Benieuwd naar het resultaat? Houd onze website en social media in de gaten!

In het restauratieatelier van The Phoebus Foundation zijn restaurator Carlos González Juste en Kaisa-Piia Pedajas, voormalige Phoebus Fellow, momenteel bezig met de restauratie van een unieke reeks uit de Phoebus collectie, namelijk twaalf portretten van Inca-keizers en Francisco Pizarro. Graag geven ze meer uitleg bij dit unieke restauratieproject:

Reeks van twaalf geschilderde portretten met Inca-keizers en Francisco Pizarro, elk afgebeeld ten halven lijve tegen een blauwe achtergrond en in een afzonderlijke lijst.
Anoniem, Portrettenreeks van Inca-keizers en Francisco Pizzaro, c.1790-1810

Deze portretten, elk niet groter dan een A4, verbeelden een geïdealiseerde weergave van de Inca-keizers en de figuur van Francisco Pizarro, de veroveraar van het Inca-rijk. Portrettenreeksen zoals deze waren erg populair in het onderkoninkrijk Peru tijdens de 18de en vroege 19de eeuw. Bovendien werden ze gretig ingezet als politiek instrument. De iconografie werd gebaseerd op een gravure van priester Alonso de la Cueva (1684-1754), waarin de genealogie van de Inca keizers wordt opgevolgd door de Spaanse monarchen. Op die manier bekrachtigden de Spaanse heersers hun positie als erfgenamen van het Inca-rijk.

Na verloop van tijd kreeg deze oorspronkelijke boodschap echter andere betekenissen. De iconografie werd namelijk ook gebruikt om aristocratisch Inca-bloed in bepaalde families te documenteren en te bevestigen. Op die manier koppelden de familieleden zich aan de Spaanse adel en kregen ze recht op speciale privileges, waaronder vrijstellingen van belastingen. Toen de onafhankelijkheidsgevoelens in het hele onderkoninkrijk toenamen, werden de banden met de Spaanse monarchen verbroken als streven naar het herstel van het Inca-rijk.

Complexe drager en beschadigingen

Tijd om de portrettenreeks onder de loep te nemen. Bij het bestuderen van de dragers is het duidelijk dat de portretten werden vervaardigd op doeken, vermoedelijk van katoen, en aan de voorzijde op een spanraam gelijmd werden. Dit was echter niet hun oorspronkelijke opstelling. De onregelmatige profielen onthullen dat de doeken ooit uit hun oorspronkelijke spanraam werden gesneden en vervolgens op een nieuwe spanraam werden gelijmd. De doeken zelf zijn extreem dun met vlakke, regelmatige golven, die doen vermoeden dat ze machinaal geweven werden.

Onder de blauwe achtergrond zien we een roodachtige ondergrond, die zichtbaar is dankzij de transparantie van de verflagen. Deze zijn zo dun dat het bijna onmogelijk is om penseelstreken te zien!

Voor de schilderijen naar de restauratiestudio kwamen voor een behandeling, hadden ze een donkere en gelige vernislaag en diverse overschilderingen die de beschadigingen van de doeken en de randen bedekten. Deze vernislaag en retouches waren bovendien zeer onregelmatig en ook de dragers zelf waren bijzonder vervormd door de verlijming aan het spanraam. Hierdoor ontstonden sterke spanningen tussen de vastgelijmde randen en de doeken.

Geschilderd portret van een Inca-keizer, ten halven lijve afgebeeld met hoofdtooi, staf en rood gewaad, tegen een blauwe achtergrond.
Links: geschilderd portret van een Inca-keizer, ten halven lijve afgebeeld tegen een blauwe achtergrond. Rechts: achterzijde van het paneel met zichtbare scheur in het doek.
Foto in strijklicht toont de dominante scheur op het doek. Deze werd eerder tevergeefs gerestaureerd.

Achter de verflagen

Om te achterhalen hoe de portretten tot stand kwamen, analyseerden we een van de schilderijen met behulp van de analytische beeldvormingstechniek Ma-XRF. Deze wetenschappelijk beeldtechniek laat toe om de verschillende chemische elementen van het schilderij te onderscheiden en op die manier de pigmenten waaruit het werk is opgebouwd te achterhalen. De resultaten van het onderzoek toonden het gebruik aan van pigmenten die beschikbaar waren in de laatste decennia van de 18de eeuw en de eerste helft van de 19de eeuw, wat de mogelijke uitvoeringsdatum bevestigt. De Ma-XRF beelden toonden ons onder andere de aanwezigheid van kwik, dat duidt op het gebruik van vermiljoen voor de kleur rood, terwijl arseen wijst in de richting van orpiment voor de goudkleurige zones.

Links: Ma-XRF-beeld dat de aanwezigheid van kwik in het schilderij zichtbaar maakt. Rechts: Ma-XRF-beeld dat de aanwezigheid van arseen in de verflaag toont.
Ma-XRF-beelden van de aanwezigheid van kwik (links) en arseen (rechts)

Voor de start van de restauratiebehandeling werden eerst grondige tests uitgevoerd om de beste methode te achterhalen om de vernis te verwijderen. Deze was immers totaal verdonkerd en had niet alleen de kleuren van verflaag veranderd maar ook de dragers, de doeken, enorm stijf gemaakt, met verschillende vervormingen tot gevolg. Voor de reiniging kozen we voor een niet-geweven Evolon®-weefsel en mengsels van oplosmiddelen die de vernislagen doen opzwellen en zo gemakkelijk met een wattenstaafje verwijderd kunnen worden. Op sommige plaatsen combineerden we deze technieken ook nog met een voorzichtige mechanische reiniging.

Drie opeenvolgende beelden van het reinigingsproces van een geschilderd portret, waarbij de vernislaag wordt opgezwollen en voorzichtig verwijderd met een wattenstaafje en fijn gereedschap.
Reinigingsproces (van links naar rechts) waarbij de vernislaag wordt opgezwollen met Evolon® weefsel, gevuld met een mengsel van oplosmiddel en vervolgens verwijderd wordt met een wattenstaafje en waar nodig met een zachte mechanische reiniging
Restaurator werkt aan een klein geschilderd portret op een schildersezel, bezig met het verwijderen van de vernislaag.
Restaurator Kaisa-Piia Pedajas tijdens het verwijderen van de vernis

Bepaalde pigmenten vertoonden een grotere gevoeligheid en vereisten extra aandacht. Bovendien merkten we op dat de schilderijen slechts gedeeltelijk waren schoongemaakt tijdens eerdere restauratiebehandelingen en dat op sommige plaatsen (zoals bij het incarnaat en de accessoires van de geportretteerden) een donkerdere laag achterbleef. Na het afnemen van de vernislagen verwijderden we ook meerdere overschilderingen van het oppervlak en verminderden we vlekken waar nodig. Hoewel de schilderijen er aanvankelijk hetzelfde uitzagen, werd tijdens en na het schoonmaken duidelijk dat de condities van de verflagen en de dragers enorm verschilden per portret.

Detailopnames van een geschilderd portret tijdens het verwijderen van de vernis, met zichtbaar kleurherstel en opschrift onderaan.
Detailfoto’s tijdens het verwijderen van de vernis

Dankzij de verwijdering van de harde laag op de schilderijen werden ook de doeken losser en verminderden de vervormingen in de meeste gevallen aanzienlijk. Veel schilderijen werden onder gewichten geplaatst om het doek nog iets platter te maken. Gebieden en vervormingen die extra inspanning vereisten, werden voorzichtig behandeld met vocht en ondergingen een thermische behandeling.

Links: vermindering van vervormingen door thermische behandeling van een schilderij. Rechts: gebruik van gewichten om het oppervlak vlak te maken tijdens de restauratie.
Vermindering van vervormingen met thermische behandeling (links) en gewichten (rechts)

Verder herstelden we ook de scheuren die bij sommige portretten in het doek aanwezig waren. Om de schade zo veel mogelijk te beperken werden deze scheuren afgevlakt en werden ook de randen uitgelijnd. Vervolgens werden ze geconsolideerd en aan de achterzijde ondersteund met een geschikte lijm.

Links: aanbrengen van verstevigingsmateriaal op de achterzijde van het schilderij. Rechts: fixeren van een scheurherstel tijdens de restauratie.
Scheurherstel op de achterzijde van het schilderij

Na de structurele behandeling werd een dunne laag natuurlijke vernis aangebracht. Deze laag werkt als een isolatielaag voor het originele oppervlak en helpt om de kleuren te verzadigen na het verwijderen van de oude vernislagen.

Restaurator brengt een nieuwe vernislaag aan op een klein geschilderd portret, met handschoenen en beschermend masker in het atelier.
Restaurator Carlos González Juste brengt de vernislaag aan op het eerste schilderij

De restauratie van deze uitzonderlijke portrettenreeks is nog volop aan de gang! Na het aanbrengen van de vernislaag zullen onze restauratoren ook de lacunes verder opvullen en retoucheren. Zo kunnen de Inca-keizers en Francisco Pizarro binnenkort weer in al hun glorie bewonderd worden!

Benieuwd naar het resultaat? Hou onze sociale media en website in de gaten!

Het werk The Dark Night of Aranoë  van Leonora Carrington situeert zich in de Latijns -Amerikaanse deelcollectie van The Phoebus Foundation. Restaurator Naomi Meulemans ontfermt zich over de moderne en hedendaagse collecties van de foundation en startte de restauratie van dit werk naar aanleiding van een bruikleenproject van volgend jaar. Deze maand neemt Naomi ons mee achter de schermen van het onderzoek, de restauratie en de wondere wereld van Leonora Carrington.

Donkere, surrealistische compositie met symbolische figuren, dieren en geometrische vormen tegen een zwarte achtergrond, met goudkleurige details en een centrale hangende vorm.
Leonora Carrington, The Dark Night of Aranoë, 1976

“De kunstwerken van Leonora Carrington lijken dicht bij haar eigen leven aan te leunen. Ze zijn broos, soms bijna fluweel,  maar ook donker en analytisch. Hoewel Carrington vaak voor een onbekend publiek schilderde, lijkt het alsof we heel even diep in haar verborgen dromen, diep geluk en tegelijk rauwe trauma’s mogen kijken. Ook in The Dark Night zijn al deze symbolische figuren en verfijnde elementen aanwezig. Meestal werden alleen de figuren of decoratieve elementen dikker in de verf aangezet. Op die manier heeft Carrington ruimte gecreëerd en door de afwezigheid van enige vorm van een technisch perspectief brengt ze de toeschouwer al snel ver weg van zijn ‘herkenbare’ wereld.”

Detail uit een surrealistisch schilderij met fantasiewezens, een vogel, een katachtig dier en symbolische vormen tegen een donkere achtergrond met goudkleurige accenten.
Details van The Dark Night of Aranoë

“Voor het eerst wordt het werk van Leonora Carrington in de collectie van The Phoebus Foundation vanuit een materiaal-technische invalshoek bestudeerd. Zo krijgen we inzicht  in Carringtons werkwijze en de daaraan verbonden problemen. In feite is The Dark Night technisch zeer goed geschilderd maar werd een latere aanpassing nefast voor de verflagen. Een schimmige gevlekte laag, die dienst zou moeten doen als vernislaag, lijkt zich over het ganse werkje te verspreiden. Ze is stilaan verzonken in de verflaag in de vorm van minutieuze vlekkerige eilandjes. Door middel van technische analyse met infrarood – en röntgenfotografie hoopten we meer te weten te komen maar helaas brachten deze onderzoeken niets aan het licht dat we niet met het blote oog kunnen zien. Er bevinden zich dus geen opmerkelijke lagen boven of onder de verflaag die het vlekkerige fenomeen teweeg hebben gebracht.”

Detail van een surrealistisch schilderij met figuren en symbolen zichtbaar door een verkleurde vernislaag.
Gevlekte vernislaag

“Een groot vergelijkingsonderzoek met enkele andere werken van Leonora Carrington en een studie van haar werkwijze doen ons vermoeden dat The Dark Night op een later moment, lang na het tot stand komen van het werk, werd voorzien van een vernislaag. Carringtons schilderijen zijn namelijk steeds zeer mat of zelfs onvernist.
Vanwege de schade die de laag toebrengt aan het werk werd beslist om deze laag te verwijderen tijdens de restauratiecampagne. Met de behandeling hopen we dat dit boeiende werk terug haar kracht zal vinden om de kijker te inspireren.”

Restaurator aan het werk aan een surrealistisch schilderij, met handschoenen en vergrootbril, bezig met een behandeling van de verflaag.
Restaurator Naomi Meulemans aan het werk

Deze maand duiken we achter de schermen met tweelingzussen Jill en Ellen Keppens, die momenteel het zeventiende-eeuwse portret van een edelman uit de Volpi familie met zijn vrouw en kinderen aan het restaureren zijn.

“Een tijdje geleden werden we voorgesteld aan de Volpi familie. Deze intrigerende familie, met deels Italiaanse roots,  maakte furore in het 17de-eeuwse Antwerpen als diamantairs. Dat ze goede zaken deden, tonen ze volop in dit portret. Ze pronken met witte zijde, parels, juwelen met diamant, kant, veren, indrukwekkende knopen, bedienden, een paard, een windhond, hun wapenschilden en zelfs een imposante mannenschoen. Alles werd uit de kast gehaald!”

Twee restauratoren werken aan een groot zeventiende-eeuws familieportret in het atelier, waarbij één de vernislaag behandelt terwijl de ander aan een werktafel zit.
Jill en Ellen tijdens de vernisafname

“Naast al deze weelde is er nog iets anders dat de aandacht trekt. De extreem bleke incarnaten van de vrouw in de witte zijden jurk en de twee kinderen springen meteen in het oog.  Waarom deze huiden zo wit zijn, is nog een raadsel. Is het pigment verkleurd en transparant geworden? Toont de witte huid hun bevoorrechte positie? Of waren zij reeds overleden toen dit portret werd geschilderd? Meer onderzoek naar de familie kan hierbij mogelijk een antwoord bieden.”

Zeventiende-eeuws familieportret vóór restauratie, met een elegant gekleed echtpaar, hun kinderen en bedienden in een landschappelijke setting met architecturale elementen.
voor restauratie
Detailopnames van een zeventiende-eeuws familieportret tijdens vernisafname, met links het gezicht van een kind en rechts een close-up van kleding en accessoires.
details tijdens de vernisafname

“Het witte incarnaat is echter niet de enige ‘vreemde kleur’ die opvalt. De wolken in de lucht ogen ook vreemd. Dit komt omdat de lucht errond is verkleurd. Ooit moet deze een sterk blauwe kleur hebben gehad maar de kunstenaar heeft hiervoor helaas smalt als pigment gebruikt. Dit kobalt houdende pigment werd vaak gebruikt door 17de-eeuwse kunstenaars want het was goedkoper dan het dure ultramarijn en had toch een mooie blauwe kleur. Helaas is het ook heel instabiel en na verloop van tijd verkleurt het vaak bruin, geel, grijs of wordt het transparant.”

Detail van een zeventiende-eeuws portret tijdens vernisafname, met close-up van het gezicht van een vrouw en zichtbare huidtinten en penseelvoering.
dame tijdens vernisafname

Benieuwd naar het eindresultaat? Houd onze social media en onze nieuwsbrief in de gaten!

Phoebus Hoofdrestaurator Sven Van Dorst vertelt ons deze maand over de conservatiebehandeling van het paneel Kruisiging van Meester van de Legende van de Heilige Lucia. Hij beschrijft niet alleen meesterlijk hoe dit werk tot stand kwam en van waar de stilistische invloeden komen, maar ook wat de schadefenomenen ons kunnen leren. De kracht van deze restauratie komt ten volle naar voren wanneer we dichter bij het hart van het kunstwerk komen door de onderzoekstechnieken die Sven toepast.

Paneelschilderij met de kruisiging van Christus, geflankeerd door Maria, Maria Magdalena en Johannes, afgebeeld in een landschappelijke setting met een stad op de achtergrond.
Voor restauratie

“Dit kleine paneeltje met een voorstelling van de kruisdood werd geschilderd door de Meester van de Lucia Legende. Zijn werk staat dicht bij dat van Hans Memling waardoor wordt aangenomen dat hij in Brugge actief was aan het einde van de 15de eeuw.  Aan de hand van een inscriptie op de achterzijde weten we dat het werkje in de 19de eeuw in Portugal belandde, in de collectie van de hertogen van Palmella.”

Detail van achterzijde van een paneel met een handgeschreven inscriptie op het houtoppervlak.
Infraroodreflectografie van de achterzijde van een paneel, waardoor een hangeschreven inscriptie duidelijker leesbaar wordt.
Infrarood reflectografie maakt de inscriptie achteraan beter leesbaar 

“Voor de restauratie begon zag het schilderij er dof uit. De kleuren hadden een groenige schijn omdat het vernis sterk verkleurd was. Met behulp van Infrarood Reflectografie (IRR) en radiografie (X-ray) was het mogelijk om de conditie van het schilderij in detail te evalueren. We leerden zo dat de randen van het schilderij helemaal overschilderd waren. Oorspronkelijk was er een rand van ca. 1cm van onbeschilderd hout rondom het werk. Dat is typisch voor 15de-eeuwse schilderijen omdat het houten paneel werd vastgehouden in de lijst met behulp van een gleuf. Op de IRR zien we enkele kleine beschadigingen in de verflaag, maar ook de ondertekening die de schilder gebruikte om zijn compositie op het paneel te tekenen. De lijnen zijn hoekig wat wijst op het gebruik van een ‘droog’ tekenmedium zoals bijvoorbeeld krijt.”

Infraroodreflectografie (detail) van een paneelschilderij met de kruisiging van Christus, waarbij de ondertekening duidelijk zichtbaar wordt.
IRR (detail) toont de ondertekening
Röntgenopname van een paneelschilderij met de kruisiging van Christus, waarin de compositie, constructie van het paneel en beschadigingen zichtbaar worden.
X-ray toont de overschilderde randen

“Na het onderzoek kon de restauratie eindelijk van start gaan. Het was niet eenvoudig om de verscheidene oude vernislagen te verwijderen. Met behulp van zelfgemaakte gels kon het vernis in verscheidene stadia worden opgezwollen en met een wattenstaafje worden verwijderd van het verfoppervlak. Meteen kwamen de oorspronkelijk schitterende kleuren weer tevoorschijn, alsook enkele van de oude beschadigingen. In een volgend stadium werden de oude overschilderingen aan de randen verwijderd. Dit gebeurde onder de microscoop om de onderliggende verf niet te beschadigen.”

Vergelijking van het paneel Kruisiging: links tijdens de vernisafname en rechts na restauratie, met herstelde kleuren, contrast en details.
Tijdens de vernisafname en na restauratie

“Nadat het originele oppervlak weer was vrijgelegd kon de laatste fase van de behandeling starten. Er werd een vernis aangebracht om het origineel te beschermen. Gaten of ‘lacunes’ werden opgevuld en geretoucheerd zodat ze niet langer in het oog springen. Het resultaat is verbluffend en een van de leukste projecten waar ik aan werkte. Nu is het weer mogelijk de verfijnde techniek en palet van de mysterieuze Meester van de Lucia Legende te appreciëren.”

Hoofdrestaurator Sven Van Dorst aan het werk in het atelier, terwijl hij een paneelschilderij van de Kruisiging behandelt op een schildersezel.
Sven in actie

Deze maand duiken we achter de schermen met Brian Richardson, specialist in de conservatie en restauratie van houten voorwerpen en meubels. Brian werkte onlangs aan een bijzondere installatie van de Vlaamse hedendaagse kunstenaar Wim Delvoye, die bestaat uit een vitrinekast met 12 zaagbladen en een gasfles, waarvan elk stuk geschilderd is in Delfts blauw. Deze fijn uitgewerkte antieke kast verwijst naar de Vlaamse neostijlen, die gekenmerkt zijn door hun rijk gesneden donker roodbruin hout en glanzende vernis.

Installatie van Wim Delvoye met een artistieke vitrinekast gevuld met Delftsblauw beschilderde gasflessen.
Wim Delvoye, Installatie met 12 zaagbladen en een gasfles

“De antieke ‘look’ van de kast laat niet meteen vermoeden hoe het meubel is opgebouwd. De gehele constructie is namelijk demonteerbaar: wanden, onderstel en bekroning zitten niet vast met houtverbindingen maar worden met slechts enkele bouten bijeen gehouden. Dit maakt het geheel erg wankel. Een bijkomend probleem is dat de glazen deur aan de voorzijde volledig ‘buiten formaat’ is. Een antieke vitrinekast zou twee deurtjes hebben die vanuit het midden opengaan en zouden ook voorzien zijn van meerdere kleine ruiten. Bij het openmaken van de kast zakt de zware deur naar beneden. Bovendien helt het geheel ook gevaarlijk naar voren met een reële kans dat de kast en inhoud ook werkelijk zouden vallen.”

Restaurator werkt aan een antieke vitrinekast in het atelier, waarbij de glazen deur is losgekomen en apart wordt ondersteund.
© Brian Richardson

“Het demonteerbare aspect van het kunstwerk maakte de restauratie wel gemakkelijker. Zo kon het meubel volledig uit elkaar gehaald worden om aan de constructie te kunnen werken. Na veel denkwerk en overleg werd de verdere aanpak uitgestippeld. Onderaan de zijwanden werden vier nieuwe houtverbindingen voorzien die de wanden met het onderstel verbinden. Deze niet-zichtbare ingreep zorgt voor een duidelijke verbetering van de stabiliteit van het meubel. Om het torsen verder tegen te gaan werden er op de rugzijde van het meubel vier L-vormige beugels aangebracht.”

Onderdelen van een antieke vitrinekast uit elkaar gehaald in het restauratieatelier, met houten panelen, glazen deuren en het onderstel afzaonderlijk opgesteld.
© Brian Richardson

“Naast deze belangrijke constructieve ingrepen werden er ook kleinere behandelingen uitgevoerd, zoals het lijmen van enkele barsten, het vullen van spleten in het hout en het retoucheren van oude stootschade.”

Detail van houtrestauratie aan een antiek vitrinekast, met een beitel, houtkrullen en een nieuw ingevoegd houten onderdeel.
© Brian Richardson

“Omwille van de complexiteit vormde de restauratie van deze antieke/hedendaagse vitrinekast een enorme uitdaging, maar dat maakte het resultaat des te bevredigender.”

Collection consultant Katrijn Van Bragt en restaurator Naomi Meulemans nemen je mee op reis naar Sudbury, Suffolk (UK) voor de installatie van de tentoonstelling Painting Flanders in Gainsborough’s House!

Kunstwerken en transportkisten worden veilig gelost en opgesteld in Sudbury tijdens de installatie van de tentoonstelling Painting Flanders.
De kunstwerken kwamen veilig en wel aan in Sudbury

Katrijn en Naomi zorgden ervoor dat meer dan 40 meesterwerken van Emile Claus, Gustave Van de Woestyne, James Ensor, Rik Wouters en andere kunstenaars van de Latemse School veilig naar Sudbury konden reizen. Geen gemakkelijke taak in Brexit-tijden! Elk kunstwerk werd voor vertrek uitgebreid geanalyseerd en verpakt in een op maat gemaakte kist. Daarnaast werden alle douaneformaliteiten geregeld zodat de kunstwerken vlot naar het Verenigd Koninkrijk konden reizen.

Twee teamleden controleren de opstelling van kunstwerken en scenografie in de tentoonstellingsruimte tijdens de installatie in Sudbury.
Naomi en Katrijn dubbelchecken alles samen met scenograaf Lee Preedy

Na de oversteek van het kanaal en de aankomst in Sudbury werden de schilderijen en sculpturen grondig gecontroleerd om na te gaan of er tijdens het transport geen schade was ontstaan. Een gespecialiseerd team van art handlers installeerde elk kunstwerk onder het kritische oog van Naomi en Katrijn. Na het aanbrengen van labels, zaalteksten, het testen van de audiogids en het afstellen van de verlichting was de tentoonstelling eindelijk klaar om aan de wereld getoond te worden!

Overzicht van de ingerichte tentoonstellingszaal in Sudbury, met schilderijen aan de wanden en sculpturen op sokkels onder natuurlijk en kunstmatig licht.
Het resultaat © Hufton+Crow

Met Painting Flanders brengt The Phoebus Foundation het verhaal van een belangrijk stukje Vlaamse kunstgeschiedenis aan het eind van de 19de eeuw naar het Verenigd Koninkrijk. De tentoonstelling is een echte primeur: het is de allereerste tentoonstelling in de gloednieuwe tentoonstellingsruimte van Thomas Gainsborough’s House in Sudbury, Suffolk. Ontdek de unieke tentoonstelling nog tot 26 februari 2023!

Deze maand nemen we een kijkje achter de schermen van ons restauratieatelier, waar een nieuwe Phoebus Fellow het team drie maanden lang versterkt: Clara Bondia. Zij vertelt graag meer over haar projecten bij The Phoebus Foundation.

“Enerzijds bestudeer en restaureer ik een achttiende-eeuws Latijns-Amerikaans beeld van de Onbevlekte Ontvangenis, gecatalogiseerd als School van Quito, een van de meest gerenommeerde tradities binnen de koloniale beeldhouwkunst. De sculptuur is uitgevoerd in verguld, geprepareerd en gepolychromeerd hout, met snijwerk en decoraties van uitzonderlijke kwaliteit.”

“Na een voorbereidende en analytische studie met behulp van x-ray fotografie ben ik begonnen met het stabiliseren van de picturale laag. Het beeldhouwwerk werd al eerder gerestaureerd en daarom is het interessant om na te gaan welke delen aangekleefd of overschilderd zijn geweest. Op die manier wordt de mate van interventie bepaald. Zodra de verflaag stabiel is, wordt het beeld selectief schoongemaakt en wordt er een deel van de overschildering verwijderd. Wanneer de restauratie klaar is, zal het stuk een betere esthetische lezing mogelijk maken.” 

“Anderzijds werk ik ook mee aan een interessant onderzoeksproject over het werk Muñecos (Poppen) van de Italiaans-Argentijnse kunstenaar Líbero Badii, een installatie van verschillende polychrome houtsculpturen met olie. Volgens de kunstenaar vertegenwoordigen zij “de figuur van de gemassificeerde hedendaagse mens en zijn behoefte aan vitale kosmische projectie, gematerialiseerd door de koorden die alle figuren verenigen”. Ik werk graag met hedendaagse kunst vanwege de grote uitdaging die zij vormt in de confrontatie met nieuwe technieken en nieuwe materialen.”

“Tijdens mijn verblijf bij The Phoebus Foundation zal ik ook kunnen meewerken aan de revisie van enkele andere werken uit de Latijns-Amerikaanse collectie moderne en hedendaagse kunst door het uitvoeren van conditierapporten en specifieke interventies. Uiteindelijk zullen de stukken klaar zijn om te reizen om bewonderd te kunnen worden. Het is fantastisch om samen te werken met een organisatie als deze, die met de best mogelijke middelen zorg draagt voor de conservatie en het onderzoek van elk stuk.”

Onze tentoonstelling Saints, Sinners, Lovers, and Fools in het Denver Art Museum komt dichterbij! Bij de voorbereidingen van zo’n grootschalig project komt echter heel wat kijken. Onze collega Laura Geudens neemt je graag mee achter de schermen.

Een collega werkt aan het opstellen van een conditierapport in het atelier, met kunstwerken op ezels en documentatie op een tablet ter voorbereiding van een tentoonstelling.

“Aangezien ik een achtergrond heb in conservatie en restauratie, ondersteun ik voor deze tentoonstelling mijn collega’s bij het nakijken van de conditierapporten. Alvorens een kunstwerk naar een tentoonstelling vertrekt, wordt het namelijk aan een uitgebreide conditiecheck onderworpen. Via het conditierapport wordt nagegaan of de toestand van het werk overeenstemt met de verwachtingen. Voor mij was het bijzonder interessant om de collectie zilveren objecten te onderzoeken en te documenteren. Deze stukken reisden voor het eerst en kregen dus een volledig nieuw conditierapport.”

Arent van Bolten, Christus in de woestijn, ca. 1600-1610. Twee zilveren reliëfs, waarbij de rechterafbeelding het schadebeeld toont met lichte aantasting van het zilver langs de rand.
Arent van Bolten, Christus in de woestijn, ca. 1600-1610
De tweede afbeelding toont het schadebeeld waarop lichte aanloop van het zilver is aangeduid

“Een voorbeeld hiervan is Christus in de Woestijn, een zilveren plaquette van de hand van Arent van Bolten (1573-1633). Er werden schadebeelden opgemaakt van het stuk: afbeeldingen waarop met een kleurcode de voornaamste beschadigingen en/of aandachtspunten zijn weergegeven. Op basis van die afbeeldingen worden de specifieke noden van de objecten bepaald, met oog op de tentoonstelling. Voor dit stuk werd besloten om een viltlaag aan te brengen op de contactpunten tussen de steun en dit object, wat toelaat het stuk op een veilige manier verticaal te tonen.”

Deze maand hadden we de eer om Dr. Andrea Seim te verwelkomen in het restauratieatelier van The Phoebus Foundation! Dr. Seim is een wereldnaam op vlak van dendrochronologie: een wetenschappelijke methode om jaarringen of groeiringen van hout te achterhalen en te dateren. De uitzonderlijke kennis van Dr. Seim zorgt ervoor dat we de houten panelen van schilderijen kunnen identificeren en zo ook kunnen ontdekken wanneer een kunstwerk vervaardigd werd.

Macro-opname van een houten paneel waarbij met een meetlat de breedte van de jaarringen wordt gemeten voor dendrochronologisch onderzoek.
Aan de hand van een macrofoto wordt de breedte van de jaarringen gemeten. Deze plank maakt deel uit van het paneel van De annunciatie van Jef Van der Veken (1872-1964)

Tijdens haar verblijf in ons atelier onderzocht Dr. Seim het houten paneel van Maria met kind en twee putti in een bloemenkrans, dat omstreeks 1600 vervaardigd werd door Andries Daniels (actief 1599-1602) en Ambrosius I Francken (ca. 1544/45-1618). Dr. Seim benadrukte hierbij haar interesse in verschillende onderzoeksmethoden en het belang van onderzoek naar ecologische en klimatologische veranderingen doorheen de geschiedenis. Deze historische veranderingen zijn immers erg belangrijke ankerpunten bij de analyse van historisch en archeologisch hout. Naar aanleiding van Dr. Seims bezoek, organiseerde The Phoebus Foundation een kleine workshop omtrent onderzoek naar hout voor haar restauratoren.

Detailopname van houtanatomische analyse van het schilderij Aanbidding der Koningen door Simon Pereyns, gebruikt voor materiaalonderzoek en restauratie.
Houtanatomische identificatie van Aanbidding der Koningen van Simón Pereyns (1530-1589)

Ook onze deelcollectie Latijns-Amerikaanse kunst wordt onder handen genomen! Phoebus restaurator Naomi Meulemans neemt je graag mee achter de verflagen van Amorfe figuren van de Chileens kunstenaar Roberto Matta (1911-2002).

Restaurator Naomi Meulemans onderzoekt een schilderij in het restauratieatelier van The Phoebus Foundation en bespreekt fluorescerende verflagen.

“Matta realiseerde dit werk  in 1940,  aan het begin van een baanbrekende periode in zijn carrière. Niet alleen zijn surrealistische werken maar ook zijn originele keuze voor materialen maakten van hem echt een vooruitstrevende modernist . Wist je dat hij voor Amorfe figuren zelfs gebruik maakte van fluorescerende pigmenten? Voor de Tweede Wereldoorlog was dit zeer ongebruikelijk in de kunstwereld! Na onderzoek blijkt dat Matta het pigment niet enkel voor een esthetisch, oplichtend effect gebruikte maar hiermee ook een diepere betekenis aan het schilderij gaf. Het werkje licht op bij UV (ultra violet) belichting en laat daardoor onderliggende figuren in structuren opflikkeren.”

Schilderij Amorfe figuren van Roberto Matta, gefotografeerd bij normaal licht, met abstracte vormen en gelaagde structuren.
Met normaal licht
Schilderij Amorfe figuren van Roberto Matta onder UV-licht, waarbij fluorescerende verflagen en verborgen structuren zichtbaar worden.
Met UV-licht

“In 2016 onderzocht ik samen met restaurator Giovanna Tamà de verouderingseigenschappen van het fluorescerend pigment. Het resultaat was toch wel dramatisch: na vijftig jaar vertoonden de verfmonsters duidelijke verouderingsverschijnselen en na honderd jaar zou het fluorescerend effect zelfs volledig verdwenen zijn. Dit willen we uiteraard vermijden! Daarom is het belangrijk om het kunstwerk zo veel mogelijk af te schermen van sterke UV-straling. We kozen voor een aangepaste retoucheermethode en een speciale lijst. Om de fluorescerende lagen te beschermen maar ze soms toch ook te kunnen bewonderen zorgden we voor een lichtschakelaar aan de lijst om het werk gecontroleerd van UV-licht te kunnen voorzien. Zo creëerden we meteen ook een bijzonder verrassend effect voor de toeschouwer!”

Je hebt het misschien al gemerkt… onze bruikleenwerking staat niet stil! Meer nog, sinds het einde van de (ergste) coronapandemie hebben we bijzonder veel kunstwerken die aan een korte of langere reis beginnen om gepresenteerd te worden in binnen-en buitenland. Gelukkig zijn Collection Consultant Katrijn Van Bragt en restaurator Anke Van Achter er om alles in goede banen te leiden!

Collectie- en restauratiespecialisten werken met kunstwerken uit de collectie, met laptop en tablet voor documentatie en beheer.
Katrijn Van Bragt en Anke Van Achter

“Van Los Angeles tot Mechelen, van Oude Meesters tot albasten sculpturen, … de variëteit aan kunstwerken die in bruikleen worden gevraagd is enorm! Ook de instellingen die beroep doen op onze collectie zijn bijzonder divers: van historische kerken tot hypermoderne musea. Elke bruikleenaanvraag vraagt dan ook om een unieke aanpak.”

Restaurator Carlos González Juste voert conserveringswerk uit aan Suzanna en de ouderlingen van Jan Massys, met aandacht voor kleur en verflaag.
Restaurator Carlos González Juste neemt Suzanna en de ouderlingen van Jan Massys onder handen

“Eerst bekijken we of het aangevraagde kunstwerk in kwestie beschikbaar is tijdens de gevraagde periode en of het object mag reizen en in de instelling gepresenteerd mag worden. Alles hangt immers af van de fragiliteit van het kunstwerk en de omstandigheden van de instelling. Is de ruimte geklimatiseerd en veilig? Vraagt het object om extra transport- of installatievereisten zoals een klimaatbox of schokdempende kist? Sommige werken krijgen zelfs een heuse restauratiebehandeling om helemaal tentoonstellingsklaar te kunnen vertrekken.”

Heilige Barbara en Karel V veilig verpakt in op maat gemaakte transportkisten ter voorbereiding van een bruikleen.
 Heilige Barbara en Karel V in hun op maat gemaakte verpakking
 

“Nadat alle afspraken met de bruikleennemer en de transportfirma gemaakt zijn, maken we een uitgebreid conditierapport op. Eens ingepakt en ingeladen in de vrachtwagen is het zover: de reis kan beginnen!”

Maak kennis met onze nieuwe Phoebus Fellow: Alexandra Taylor!  Helemaal uit Nieuw-Zeeland vervoegde Alexandra in april ons restauratorenteam. Ze zal hen drie maanden lang assisteren bij diverse projecten.

Phoebus Fellow Alexandra Taylor in het restauratieatelier, zittend voor een schilderij van Jan Miel tijdens conserveringswerk.

Alexandra mocht meteen beginnen met de behandeling van Jan Miel’s Feestend volk op een kermis in Prati, buiten de muren van Rome, met de Basilica di San Pietro en de Monte Mario in de achtergrond. Het werk werd vervaardigd in opdracht van Marchese Tommaso Raggi (1595/6-1679), omstreeks 1650.

Schilderij van Jan Miel tijdens de restauratie, na vernisafname, waarbij kleurverschillen en details opnieuw zichtbaar worden.
Tijdens de behandeling, na vernisafname

“De grondige analyses en het technisch onderzoek die vooraf gaan aan een restauratiebehandeling  vind ik razend interessant! Het is de manier om dichter bij de meester te komen en zijn materialen en technieken te ontdekken.  Het zijn vaardigheden die ik graag verder wil ontwikkelen. The Phoebus Foundation zet sterk in op deze analyses en dus is het voor mij een geweldige kans om enkele maanden mee te werken in het Phoebus atelier. Dankzij infraroodreflectografie heb ik bijvoorbeeld inscripties en pentimenti ontdekt in het schilderij van Jan Miel,  die bij normaal licht nauwelijks zichtbaar en dus veel moeilijker te begrijpen zijn!”

Ontdekking van een pentimento in een schilderij van Jan Miel met daglichtfotografie, digitaal bewerkt om onderliggende figuren zichtbaar te maken.
Ontdekking van pentimenti met daglicht, bewerkt in photoshop

“De restauratiebehandeling is geen sinecure! Niet alleen worden donkere vernislagen en overschilderingen weggenomen, ook de drager wordt volledig aangepakt. Het zal er binnenkort veel kleurrijker en stabieler uitzien!”

Benieuwd naar het eindresultaat van Alexandra’s restauratiebehandeling? Blijf onze website, nieuwsbrief, Instagram en Facebook in de gaten houden!

Een kleine maand geleden opende Zot van Dimpna te Geel! Projectcoördinator Niels Schalley vertelt je graag meer over het reilen en zeilen achter de schermen van deze fascinerende tentoonstelling:

“Met twee jaar vertraging omwille van Covid-19 was het fantastisch om de tentoonstelling eindelijk naar de Sint-Dimpnakerk in Geel te kunnen brengen. We keken dan ook reikhalzend en vol spanning uit naar de installatie van het Dimpna-altaarstuk op deze unieke plek. Dankzij de Crazy about Dymphna expo in Tallinn hadden we de hele opbouw al eens uitgevoerd en hadden we het volste vertrouwen dat alles vlot zou verlopen.”

Transportkist met kunstwerk wordt verplaatst aan de ingang van de Sint-Dimpnakerk in Geel, ter voorbereiding van een tentoonstelling.
Transportkisten met kunstwerken opgesteld in het interieur van de Sint-Dimpnakerk, tijdens de opbouw van een tentoonstelling.

“Met twee jaar vertraging omwille van Covid-19 was het fantastisch om de tentoonstelling eindelijk naar de Sint-Dimpnakerk in Geel te kunnen brengen. We keken dan ook reikhalzend en vol spanning uit naar de installatie van het Dimpna-altaarstuk op deze unieke plek. Dankzij de Crazy about Dymphna expo in Tallinn hadden we de hele opbouw al eens uitgevoerd en hadden we het volste vertrouwen dat alles vlot zou verlopen.”

Technici plaatsen een schilderij op een sokkel in het interieur van de Sint-Dimpnakerk tijdens de opbouw van een tentoonstelling.
Controle van een ingelijst schilderij in het interieur van de Sint-Dimpnakerk tijdens de opbouw van een tentoonstelling.
Transportkist met kunstwerk wordt gelost uit een vrachtwagen met behulp van een palletwagen, als onderdeel van het tentoonstellingslogistiek.
Schilderijen opgesteld op sokkels in het interieur van de Sint-Dimpnakerk tijdens de inrichting van een tentoonstelling.

“In tegenstelling tot de locatie in Tallinn, de ontwijde Niguliste kerk, is de Sint-Dimpnakerk nog wel actief. Dit is een enorm voordeel aangezien het Dimpna-altaarstuk op die manier huist tussen de vele verborgen kunstschatten in een van de mooiste kerken van Vlaanderen. De acht panelen van het altaarstuk zijn zo opgesteld dat ze een echte ommegang vormen. Bijhorende sokkels met video’s vertellen razend interessante weetjes en emotionele getuigenissen. Op die manier ontluikt het verhaal van de heilige Dimpna in al haar glorie en facetten.”

Benieuwd? Reserveer snel je ticket voor slechts één euro!

Titania Hess en Laura Guilluy nemen je mee achter de schermen van het Phoebus restauratieatelier!

Jacob Jordaens, Triomferende Christus en de negen boetelingen (voor restauratie), ca. 1635-40
Na verwijdering vernislaag en reiniging van de verflaag
 

“Jordaens’ Triomferende Christus en de negen boetelingen onderging een volledige restauratie! Aangezien het schilderij bij een eerdere behandeling bedoekt was geweest, bevond het doek zich in uitstekende staat. De restauratiebehandeling bestond dan ook voornamelijk uit het verwijderen van een geoxideerde vernis en aangekoekte aarde. Met zachte oplosmiddelen en waterige gels slaagden wij erin de originele verflaag en haar verbluffend kleurenpalet bloot te leggen. Enkele retouches en twee vernislagen waren de laatste handelingen van onze restauratie.”

Ma-XRF scan
Aanduiding belangrijkste zones met gewijzigde composities

“Voorafgaand aan onze behandeling werd het schilderij onderworpen aan een uitgebreide studie, uitgevoerd door Phoebus hoofdrestaurator Sven Van Dorst.  Met behulp van technische analyses zoals MA-XRF scans werden verschillende wijzigingen in de compositie ontdekt, waarschijnlijk als gevolg van veranderingen in de afmetingen van het doek.

Wat bleek? Jordaens schilderde een eerste compositie op een minder breed doek maar vergrootte het schilderij na verloop van tijd, waardoor hij de uiteindelijke compositie kon realiseren. Jordaens was niet aan zijn proefstuk toe: ook bij andere schilderijen die toegeschreven worden aan de Antwerpse meester konden zulke vergrotingen teruggevonden worden. Deze analyses en bevindingen zijn van cruciaal belang om de techniek van de Antwerpse grootmeester beter te begrijpen!”

Na restauratie

Ook in 2022 gaan we van start met boeiende restauratieprojecten in het atelier van The Phoebus Foundation! Naomi Meulemans, restaurator van de moderne en hedendaagse deelcollecties, overziet de restauratie campagne van de installatie Los Muñecos, vervaardigd in 1916 door Italiaans – Argentijnse kunstenaar Libero Badii (1916 – 2001).

Libero Badii, een van de Los Muñecos, 1916

Los Muñecos ofwel De poppen is een indrukwekkende installatie van 14 houten beschilderde sculpturen van bijna 5 meter hoog. De instabiliteit van het hout en de drastische afschilfering van de verflagen vragen om een uitvoerige restauratie.

Elke pop draagt een titel die verwijst naar een maatschappelijke personificatie. Net zoals in de maatschappij waarin we met elkaar verbonden staan, worden ook deze sculpturen met elkaar in de ruimte verbonden door een kabel. Bovendien worden ze ook samengehouden door een ‘Tablero’, symbool voor de draaischijf van geluk.

Installatiemaquette en draaischijf

Reeds in 2017 startte restaurator Naomi deze campagne met een vooronderzoek, samen met  restaurator en specialist hedendaagse kunst Frederika Huys. Aanvullend werd een materiaalanalyse uitgevoerd in het atelier. Met verrassend resultaat: x-ray fotografie toont aan dat de huidige schade deels een gevolg is van het vervaardigingsproces! Samen met restaurator Giovanna Tamà en het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium (KIK-IRPA) wordt de zoektocht naar de problematiek achter de verfafschildering verdergezet. Dit alles zal leiden tot een deontologisch verantwoorde restauratie en onderzoekspublicatie in 2022.

Wordt vervolgd!

Zoals gebruikelijk bij de The Phoebus Foundation gaan restauratie en onderzoek hand in hand. Een mooi voorbeeld daarvan is Onze-Lieve-Vrouw van de Kandelaar, een anoniem Peruviaans doek uit de 18e eeuw, dat tot de collectie Latijns-Amerikaanse kunst uit de koloniale periode behoort. Conservator Carlos González Juste geeft meer uitleg over de behandeling en het onderzoek van dit fascinerende werk.

Schilderij Onze-Lieve-Vrouze van de Kandelaar, anonieme Peruviaanse kunstenaar, 18de eeuw, voor restauratie.
Anoniem, Onze-Lieve-Vrouw van de kandelaar, 18de eeuw (voor de behandeling)

“Dankzij de dunne verflaag konden we met het blote oog al zien dat er zich een vroegere schildering onder de compositie zou bevinden. Technische studies (IRR-fotografie, röntgenfoto’s, MA-XRF-scanning en houtanalyse) bevestigden onze vermoedens en legden het bestaan van een volledig afgewerkt schilderij eronder bloot!”

Detail van Onze-Lieve-Vrouw van de Kandelaar tijdens restauratie, met verwijdering vernis en overschilderingen.
Verwijdering van vernis en overschilderingen
Detail van Onze-Lieve-Vrouw van de Kandelaar na restauratie, met helderder kleuren en herwonnen details na vernisafname.

“Met de behandeling en het onderzoek van Onze-Lieve-Vrouw van de Kandelaar trachten we niet alleen de fysieke integriteit van het kunstwerk te bewaren en het vroegere kleurrijke en delicate uiterlijk te herstellen. We vergroten ook onze kennis over de technieken, materialen en gewoonten van de 17de- en 18de-eeuwse schilderspraktijken in Peru.”

Vergelijking van een detail van Onze-Lieve-Vrouw van de Kandelaar bij normaal licht (links) en een röntgenopname van hetzelfde gebied (rechts), gebruikt voor materiaalonderzoek.
Detail bij normaal licht (links) en de röntgenopname van hetzelfde gebied (rechts)

Voor de tentoonstelling James Ensor in Kunsthalle Mannheim (DL) reisde restaurator Naomi Meulemans in 2021 als koerier naar Duitsland om te helpen bij de installatie van maar liefst 5 kunstwerken die The Phoebus Foundation voor dit project in bruikleen gaf.

Technici installeren een ingelijst kunstwerk aan de muur tijdens de opbouw van een tentoonstelling.
Technici hangen een ingelijst schilderij aan de muur tijdens de installatie van een tentoonstelling.

Het werk van de Belgische kunstenaar James Ensor (1860-1949), de beroemde “schilder van maskers”, is diepgeworteld in de geschiedenis van de Kunsthalle Mannheim. Reeds in 1928 werd de schilder daar in een solotentoonstelling gevierd als een belangrijke en uitzonderlijke hedendaagse kunstenaar. De tentoonstelling die in juni 2021 opende concentreerde zich op Ensors beroemde zelfportret-masker-dood-stillevenmotieven, die een belangrijke plaats in zijn oeuvre opeisen.

Schilderij Geraamten in travestie (1894) van James Ensor, met gemaskerde skeletten in kleurrijke kledij, geschilderd in expressieve penseelstreken.
James Ensor, Geraamten in travestie, 1894

Omwille van de Covid-19 restricties was het een hele uitdaging voor onze koerier om aanwezig te kunnen zijn. Naomi is er echter in geslaagd om de installatie van alle 5 de kunstwerken te overzien en een aangepast en correct klimaat in de museumzalen te garanderen – een absolute vereiste voor deze waardevolle en fragiele kunstwerken.

Phoebus Fellow Anna Rota (IT) neemt je mee achter de schermen van haar restauratieproject bij The Phoebus Foundation:

“Ondanks het kleine formaat (25 x 25 cm) trekt dit schilderij uit het atelier van Joos Van Cleve (1485-1541) meteen onze aandacht. De ongebruikelijke ruitvormige drager lijkt uniek te zijn in het oeuvre van de kunstenaar en roept vragen op over de verspreiding van ruitvormige schilderijen in de Renaissance schilderkunst.”

Joos Van Cleve (atelier), Maria met Kind en een peer, ca. 1530
Voor behandeling, ingelijst

“De gezichtstonen, met een uitzonderlijk zachte overgang tussen licht en donker, doen denken aan het “sfumato” van Leonardo Da Vinci. De kunstenaar had bijzonder veel aandacht voor details en gebruikt hiervoor verschillende materiële trucjes: kijk maar naar de dikte van de kleurlaag van de parels in het haar van Maria of de plooien van de witte sluier langs haar halslijn. Het haar van Maria en de gezichten en handen zijn dan weer met zeer dunne penseelstreken weergegeven.”

Onderschildering, detail zichtbaar aan de randen

“Na het verwijderen van vernis en retouches kwamen de prachtige kleuren van de gezichtstonen weer naar boven, evenals sommige details die voorheen minder zichtbaar waren. Dankzij de restauratie hebben we ons kunnen verdiepen in de schildertechniek van Van Cleve en zijn atelier.”

Na reiniging en verwijdering van vernis

Kunsthistorica Anne-Rieke van Shaik (NL) focuste tijdens haar fellowship op de deelcollectie topografie en cartografie. Anne-Rieke vertelt je graag meer over de inhoud van haar Phoebus Fellowship:

 “Ik ben gebeten door vroegmoderne media, de narratieve kwaliteiten van cartografie, en de verwevenheid van kaarten, boeken en prenten in deze periode. Als lid van het Explokart Research Programme on the History of Cartography (Universiteit Amsterdam) werk ik aan diverse projecten zoals een cartografische database en een handboek rond historische cartografie.”

“Tijdens mijn Phoebus Fellowship onderzocht ik de grote verscheidenheid aan objecten uit de rijke deelcollectie topografie en cartografie; variërend van zeekaarten, militaire nieuwskaarten, stadsgezichten en vroege wereldkaarten tot gekleurde atlassen, reisboeken en globes. Ik inventariseerde de voorwerpen verder en verbeterede en vulde de catalogusbeschrijvingen aan. De opvallende resultaten en schatten van de collectie zullen later gepresenteerd worden aan een breder publiek, bijvoorbeeld in de vorm van een tentoonstelling of publicatie.”

Anoniem, ‘Veroveringh van Thienen’, na 1635
Johannes Van Keulen, ‘De Groote Nieuwe Vermeerderde Zee-Atlas ofte Water-Werelt’, 1688

Wat vliegt de tijd! Na meer dan zeven maanden namen we eind november 2021 afscheid van de stad Tallinn, waar we de tentoonstellingen From Memling to Rubens en Crazy about Dymphna in het Kadriorg Museum en het Niguliste Museum toonden. Wat was het een bijzondere eer om voor de eerste keer ooit naar het buitenland te reizen met onze omvangrijke collectie oude meesters! Wij zijn onze partners in Estland dan ook uitermate dankbaar voor deze unieke opportuniteit. Wegens hun grote succes werden beide tentoonstellingen met een maand verlengd zodat de bezoekers nog langer konden genieten van deze topstukken. Begin december 2021 reisde het team van The Phoebus Foundation naar het sneeuwachtige Tallinn om de afbouw in goede banen te leiden en de kunstwerken terug thuis te brengen.

Geen goeie collectieregistratie en mooie boeken zonder perfecte foto’s. Neem een blik achter de schermen van onze fotostudio waar onze fotografen diverse kunstwerken vastleggen met hun lens. Michel vertelt je graag meer over deze boeiende en uitdagende taak.

Verschilt de fotografie van kunstobjecten veel van andere fotografiegenres?

“Kunstfotografie is toch een specialisatie op zich. Veel mensen denken dat je gewoon een schilderij of sculptuur voor een witte achtergrond zet, op een knopje drukt en that’s it. De realiteit is veel complexer. De fotografie van kunstobjecten is enorm technisch omwille van de grote materiële diversiteit van de kunstwerken. Een glazen vaas, een manuscript of een schilderij vragen elk bijvoorbeeld om een totaal andere opstelling en belichting. Bovendien moeten deze tijdens de opnames voortdurend bijgesteld worden. In tegenstelling tot bijvoorbeeld modeshoots, waarbij het licht quasi ongewijzigd blijft en het model verschillende poses aanneemt om zo goed mogelijk in beeld te komen, is het bij kunstfotografie de fotograaf die moet spelen met licht en schaduw. Het kunstwerk beweegt niet hé (lacht). Het is telkens opnieuw een vraagstuk dat opgelost moet worden.”

Michel in actie

Vanwaar je interesse en specialisatie in kunstfotografie?

“Ik ben er eigenlijk toevallig ingerold! Een van mijn eerste opdrachten was de fotografie van twee terracottavazen uit de Dominicaanse Republiek voor een advertentie. Sindsdien heb ik voor verschillende instellingen gefotografeerd en heb ik meegewerkt aan diverse projecten. Al die jaren later vind ik het nog steeds enorm verrijkend. Er passeert een enorm breed scala van objecten voor mijn lens en ik kan de kunstvoorwerpen ook langs alle kanten bekijken. Ik ontdek vaak verrassende details!”

Welke objecten fotografeer je het liefst?

“Zonder twijfel sculpturen. In de meeste gevallen zijn ze langs alle kanten uitgewerkt, alsof de beeldhouwer wil dat je er rond kan lopen. Als fotograaf ga ik dan steeds op zoek naar de beste hoek om het kunstwerk zo dynamisch mogelijk weer te geven. Het is een echt experiment met licht en schaduw.”

Ontdek de bijzondere deelcollectie Maritiem en Logistiek Erfgoed van The Phoebus Foundation! Een enthousiast team van vrijwilligers staat in voor het dagelijks reilen en zeilen van deze buitengewone verzameling. Als gepensioneerde havenarbeiders en/of erfgoedliefhebbers kennen zij deze collectie van historische stootwagens, tractors, monster-, meet- en weegtoestellen op hun duimpje. Wekelijks verzamelen zij in het depot Argentin in Antwerpen Noord waar zij samen werken aan het onderhoud en ontsluiting van de verzameling. 

Vrijwillers aan het werk aan de Antigoonkraan

Een dag bij het havenerfgoed begint voor sommigen al voor de dageraad. Vrijwilliger Juul, de vroege vogel van de groep, is meestal vanaf zes uur ’s ochtends in de weer. Eén na één komen collega’s de groep vervoegen. Omstreeks half negen wordt er kort bijgepraat met een tas koffie en wordt het plan van de dag besproken. Het vrijwilligersteam kan putten uit een zeer diverse achtergrondgeschiedenis van zijn leden die elk vanuit hun eigen expertise een belangrijke schakel binnen de groep vormen. Zo zijn Juul en Roger de lasspecialisten van dienst, kan Freddy aardig wat sleutelen en weet Fred nagenoeg alles van elektrotechniek. Deze diversiteit heeft als voordeel dat tegelijkertijd gewerkt kan worden aan verschillende grote projecten. Een belangrijk aspect van hun takenpakket is de conservatie van zeldzame erfgoedobjecten. “Het huidige grote project waar we aan bezig zijn is de Antigoonkraan”, weet vrijwilliger Fred ons te vertellen. “Het is een havenvoertuig van begin jaren 50, hoogstwaarschijnlijk is zij de laatste in zijn soort. Het vele mechanische werk is ondertussen achter de rug, met veel geduld en moeite. Zonder enig plan of vorm van documentatie, bleek dit geen eenvoudige klus te zijn. Gelukkig kunnen we rekenen op het vakmanschap en de expertise van onze teamgenoten om samen deze problemen op te lossen.”

De vrijwilligers in actie

In kleine groepjes wordt er naarstig verder gewerkt. Schilderen, schuren, lassen, restauratie van alle mogelijke gereedschappen, … voor je het weet is het tijd voor een welverdiende koffiepauze waar naar goede gewoonte herinneringen uit ‘de goeie oude tijd’ worden bovengehaald. ”Dit is belangrijk”, zo getuigt Harry, de Benjamin van de groep: “Na een carrière van 43 jaar in de havenwereld als commerciële manager ben ik blij dat ik sinds mijn pensioen hier terecht kon. Ik ben altijd geïntrigeerd geweest door geschiedenis en hier bij het Logistiek en Maritiem Erfgoed kan ik mijn steentje bijdragen. Mijn technische kennis is eerder beperkt, maar hier kan ik gelukkig werken aan het grootschalige waarderingsproject van de collectie. Elk object wordt zorgvuldig opgemeten, gecatalogeerd en gefotografeerd. Sommige stukken zijn werkelijk uniek en kennen een uitzonderlijke geschiedenis, wat mij steeds weer weet te fascineren. De vele verhalen en boeiende anekdotes brengen de stukken weer tot leven.” Dezelfde passie en motivatie wordt ook gedeeld door de rest van de groep.

De technische know-how van de vrijwilligers komt goed van pas

Doorheen de jaren werden meerdere grootschalige conservatieprojecten afgewerkt. Voor vrijwilliger Martin is dit van essentieel belang. “Ons doel is om hiermee het maritiem erfgoed te bewaren en te behouden voor de volgende generaties. De Antwerpse haven en haar arbeiders zijn wereldwijd bekend vanwege hun vakwerk en professionaliteit. Helaas gaat deze geschiedenis snel verloren. De generatie waarvan ik de stiel leerde is nu tussen de 75 en 91 jaar oud. Handelingen en gereedschap van toen worden niet meer gehanteerd. We zien het dan ook als onze taak om dit belangrijk erfgoed door te geven aan de volgende generaties. Door onze inzet hier in magazijn Argentin hopen we dit te kunnen verwezenlijken.”

De diversiteit aan collectiestukken is enorm!

Tot ongeveer 12 uur wordt er verder gewerkt aan de verschillende projecten bij het havenerfgoed. Tijd voor de welverdiende ‘schaft’. Vaak is het vrijwilliger Jacques, jarenlang scheepskok geweest, die de rest van de groep verrast met soep of een warme maaltijd. Aan tafel worden niet zelden oude herinneringen opgehaald waarbij talrijke anekdotes uit het havenleven de revue passeren. Samen dromen zij ook over de toekomst. “Hopelijk kunnen we binnenkort onze deuren weer openen voor groepen. Op deze manier zouden we onze passie, maar vooral ook deze bijzondere collectie, terug kunnen delen met het grote publiek.”

Kijk mee achter de schermen naar de restauratiebehandeling van een van de oudste olieverfschilderijen uit de collectie van The Phoebus Foundation. Daterend uit ca. 1418-25 is het kunstwerk nog ouder dan het befaamde Lam Gods van de gebroeders van Eyck (1432). Bestaande uit vier panelen, gewijd aan de Maagd Maria, maakte het oorspronkelijk wellicht onderdeel uit van een groter altaarstuk.

Onbekende meester, Vier panelen met scènes uit het leven van de maagd Maria (voor restauratie), ca. 1418-1425

Wie goed kijkt ziet dat de kunstenaar al erg vooruitstrevend was door schaduw af te beelden bij zijn figuren waardoor ze een driedimensionaal karakter krijgen. Een technische slagschaduw ontbreekt echter nog, wat aangeeft dat we ons op een belangrijk kantelpunt in de Westerse kunstgeschiedenis bevinden. Om die reden werd er recent voor gekozen om een uitgebreide conservatiebehandeling op te starten. Tijdens de restauratie hopen we meer te weten te komen over de geografische herkomst van de panelen en over de gebruikte methoden en materialen van de schilder.

Mechanische reiniging van de verflagen

Bij aanvang van de restauratie bleek dat zowel de uitvoering als de vergulding op het paneel zich in een goede staat bevinden. De behandeling voorziet vooral het verwijderen van verouderde vuillagen zodat de sprankelende kleuren terug vrij gelegd kunnen worden. Het schilderij in zijn geheel, maar vooral de verguldingen, zijn erg fragiel, waardoor bijzondere voorzichtigheid geboden is. Door middel van metalen priemen of pons maakte de kunstenaar in de 15de eeuw kleine indrukken in het bladgoud om zo de florale motiefjes in de hemel te bekomen die dit werk zo bijzonder maken. Deze motiefjes werden tijdens de restauratiebehandeling eindelijk terug zichtbaar doordat opgehoogd vernis en vuil eruit verwijderd werden. 

Detail van het reinigen van het ponsmotief

De conservatiebehandeling wordt verspreid over drie jaar en wordt uitgevoerd door Sven Van Dorst, hoofd van het restauratieatelier van The Phoebus Foundation, in samenwerking met Hilde Weissenborn, zelfstandig restaurator gespecialiseerd in de behandeling van 15de en 16de-eeuwse Vlaamse meesters.

Restauratoren Hilde en Sven aan het werk

Speciaal voor Thuis bij Jordaens ondergingen verschillende werken van Jacob Jordaens een uitgebreide restauratiebehandeling. Restauratoren Jill en Ellen Keppens nemen je mee achter de verflagen van Slapende Antiope benaderd door Jupiter (1660).

Voor restauratie

“Dit schilderij deed ons denken aan een oude bekende! Een paar jaar geleden restaureerden we een haast identieke schone slaapster van Jordaens; Psyche. Deze keer gaat het om Antiope, vergezeld door Jupiter die vermomd als sater, het doek van haar lichaam afneemt.”

Tijdens restauratie

“Jordaens en zijn tijdgenoten hielden van dit erotische thema en vooral van het contrast tussen Antiope’s porseleinen naakte huid en de lelijkheid van Jupiter. Deze tegenstelling geraakte echter helemaal bedekt onder een dikke vernislaag. Tijdens de afname van de vernis en de oude retouches kwamen niet alleen de prachtige kleuren maar ook Jordaens’ schetsmatige techniek terug aan het licht. De vleugels van de arend zijn met een paar vlotte borstelstreken van verdunde bruine verf geschilderd, waaronder de grijze kleur van de grondlaag doorschemert. In zijn veren bracht Jordaens nog enkele felblauwe dikke toetsen aan.”

Na restauratie

“Deze schetsmatige zones en het eerder beperkte formaat doen twijfelen aan het doel van dit schilderij. Was het een afgewerkt schilderij? Onderdeel van een uitgewerkte voorstudie? Of diende het als voorbeeld voor een klant?”

Hoe dan ook: dit schilderij is terug thuis bij Jordaens in het Frans Hals Museum te Haarlem!